1 Johannes 4 vers 7 – 17 • God is liefde


1 Johannes 4 vers 7 – 11 met Matteüs 8:2-11

‘Doe eens “lief” tegen elkaar’ … Dat kun je volwassenen tot kinderen horen zeggen. ‘Dat ze “lief” moeten zijn en “lief” moeten gaan spelen’. Anders moet ‘Abeltje’ maar naar huis gaan, of ‘Kaatje’ een ander kindje zoeken om mee te spelen. ‘Nu gaan jullie “lief” spelen want anders pak ik jullie speelgoed af, dan gaan jullie maar ergens anders mee spelen’.

‘Doe eens “lief” tegen elkaar …’ Aan mensen die dat zeggen wordt sinds het jaar 1901 de ‘Nobelprijs voor de Vrede’ uitgereikt. Henri Dunant, de oprichter van het Rode Kruis was één van de eersten die de ‘Nobelprijs voor de Vrede’ mocht ontvangen. Anwar Sadat en Menachem Begin ontvingen de Nobelprijs voor hun bijdragen aan de vrede tussen Egypte en Israël. De ‘Leidster van de Missionarissen van Naastenliefde’ Moeder Theresa ontving de Vredesprijs ook. Evenals Nelson Mandela die zich in heeft gezet voor een vreedzaam einde van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. En de Pakistaanse Malala Yousafzai ontving de Nobelprijs voor de Vrede omdat zij opkwam voor onderwijs voor meisjes en zich verzette tegen het onderdrukken van kinderen.

‘Doe eens “lief” tegen elkaar …’ Zo zou je de boodschap
van vele Nobelprijswinnaars kunnen samenvatten.

En nu zouden we zomaar kunnen denken dat de Bijbellezing uit 1 Johannes 4 gaat over de onvrede in de wereld, wanneer Johannes schrijft dat God liefde is en dat de liefde uit Hem voortkomt en dat we daarom elkaar lief moeten hebben. ‘Lief moeten zijn voor elkaar’. Je zou bijna denken dat Johannes schrijft over mensen die de liefde voor elkaar niet kunnen opbrengen, of dat er haat en nijd speelt.

Maar Johannes schrijft niet omwille van de wereldvrede of kleine misverstanden, maar Johannes schrijft omdat hij begrip wil kweken voor de zienswijzen van in Jezus gelovende mensen onderling. Elkaar begrijpen en verstaan vanuit de gezamenlijke en gedeelde liefde voor God. Aan mensen die met gelovige ogen op verschillende manieren naar de liefde van God kijken.

Joodse gelovigen

Zo waren er in de tijd van Johannes Joodse mensen die geleerd hadden, dat je de Here God lief moest hebben bovenal, en je naaste als jezelf. Dat hadden de Joodse mensen in de dagen van Johannes geleerd. En hoe deed je dat dan, God liefhebben? En hoe liet je dan de liefde voor de naaste dan blijken?

Dat deed je dan door trouw en gehoorzaam te zijn de leefregels van de Bijbel. Zoals bijvoorbeeld het zorgen voor de weduwen, de wezen en de vreemdelingen in jou omgeving. Daarmee bewijs je ‘naastenliefde’. Zoals bijvoorbeeld het voorschrift om van een akker bij de oogst wat graan en koren langs de randen van de akkers en de landbouwgrond te laten staan. En had je een fruitboom in de tuin staan waarvan de ranken over de omheining hangen, dan zijn vruchten van de fruitboom voor wie er langs komen. Want daarmee zou je naastenliefde betonen jegens de vreemdelingen onderweg. En aan de armen met weinig geld. ‘Wees lief voor elkaar …’

En de Joodse gelovigen in de dagen van Johannes hadden geleerd dat je de liefde voor God kunt betonen door de godsdienstige voorschriften na te komen. Zoals het vieren van de Joodse feestdagen en het brengen van godsdienstige offers. Dieren, graan, wijn en specerijen die je offert aan de Here God.

En dat je bewust sommige vleessoorten wel eet, maar vlees van bepaalde dieren weer niet, en dat je dieren op een bepaalde wijze slacht. Dat je de keuken op een bepaalde manier hebt ingericht, de liefde voor God die zich uiten kan dat ook de potten en de pannen en kruiken ritueel worden gereinigd. Daarmee jouw liefde tonend, jij en jouw huis: Trouw aan de wetten van Mozes, trouw aan het woord van God.

Denk daarbij aan het verhaal van Marta en Maria, dat Jezus tot Marta zegt: ‘Martha, Martha, je maakt je druk over zoveel dingen …’ Zo goed bedoeld! Maar Jezus zag dat Martha aan iets wezenlijks voorbij ging: haar liefde voor het goed doen werd haar hoofdzaak. De bezinning op geloof en leven en de aanbidding bijzaak. (Lucas 10:38-42)

Griekse gelovigen

Maar de Griekse gelovigen waar Johannes ook aan schrijft, die konden weer heel goed uit de voeten met de woorden van Jezus die zeiden; ‘Kijk naar de vogels van de hemel en naar de leliën op het veld, die niet maaien niet en die niet zaaien. En toch gevoed worden door de hemelse Vader en die hen bekleed met schoonheid’. Ja, de filosofisch ingestelde Griekse gelovigen, die konden het leven en zichzelf helemaal herkennen in de woorden van Prediker die zich afvroeg ‘Wat heeft het leven voor zin?’ en ‘Waarom is de mens op aarde?’. Om dan toch uiteindelijk bij God uit te komen, de zin van het bestaan.

Zo vertelde mij eens een dominee die tijdens zijn opleiding tot predikant na moest gaan denken over een appel. ‘Filosoferen’ met een mooi woord. Zichzelf vragen stellen over een appel. ‘Waar komt deze appel vandaan?’ ‘Waar gaat deze appel naar toe?’ ‘Wat is de zin van het bestaan van deze appel?’

En de dominee in spe (‘in spe’ wil zeggen ‘in ontwikkeling, voor de toekomst’) bedacht dat de appel van een appelboom kwam, niet ver van de boom valt, dat de pitten van de appel weer nieuwe appelbomen voort zouden kunnen brengen, dat een worm in de appel tot voedsel zou kunnen dienen voor de vogels van de hemel en dat de appel ook tot voedsel kan dienen voor de mens. Dat een appel smaak en kleur en geur en toekomst heeft. Om door alles heen een appel te beschouwen als een wonder in de schepping.

En zo konden de Griekse gelovigen eindeloos en diepzinnig filosoferen over de liefde. Dat je van de liefde blij en gelukkig wordt. Want door lief te hebben mag de ander er zijn. Door liefde te geven mag je liefde terug verwachten, als een beloning op de liefde. En wanneer die liefde wederkerig is, dan is de cirkel rond, dan begint en eindigt alles in de liefde. ‘Maar heb je geen liefde voor elkaar’ zoals een kinderliedje zegt, ‘dan leef je buiten Gods Gloria’.

En zo geloofden de Griekse christenen in de liefde die je kunt voelen en delen, in de liefde door God gegeven, in de liefde als leidraad voor het leven. De liefde als het meest verheven, goddelijke ideaal. Zoals Paulus zo filosofisch schrijft in 1 Korintiërs 13: ‘Klanktaal zal verstommen en profetieën zullen verdwijnen en kennis zal verloren gaan, maar de liefde zal blijven …’ (1 Korintiërs 13:8-13, Ons resten geloof, hoop en liefde, maar de liefde staat bovenal …)

De liefde is uit Hem

En zo schrijft ook Johannes zijn woorden over Gods liefde aan Joodse christenen, en aan Griekse christenen. Mensen die verschillend naar Gods liefde kijken. De één die liefdebetoon ziet als een Bijbelse opdracht, de ander die liefde beschouwd als een verheven ideaal.

Maar Johannes weet en wil laten weten: bij Jezus vallen alle bouwstenen van Gods liefde samen en op hun plaats! Dat wanneer Jezus de leeftijd heeft bereikt van twaalf jaar, dan nemen zijn ouders hem mee naar Jeruzalem om het Joodse Paasfeest (Pesach, Pascha) te vieren. Waar Jezus uitspreekt ‘Wist u dan niet, dat ik in het huis van de hemelse Vader moest zijn?’

En wanneer Jezus de Pesach-maaltijd viert met zijn leerlingen, dan laat Hij het brood en de wijn rond gaan, zeggende ‘Dit brood is mijn lichaam dat gebroken wordt en deze beker is mijn bloed dat vergoten wordt.

En wanneer Jezus als een weerloos Lam tot schuldig veroordeeld wordt en uit Jeruzalem wordt verdreven om te sterven aan het kruis op Golgotha; dan vieren de Joodse mensen in Jeruzalem het Joodse Paasfeest, Pesach, Pascha. Hoe had Johannes de Doper het gezegd bij Jezus’ doop inde Jordaan? Zie het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegdraagt! Zie het Lam van God! Het offer dat God brengt! Zijn offer maakt alle andere offers onnodig en overbodig. Geen mens en geen dier hoeft in Gods liefde het leven te meer laten, alle offers van de wereld vallen bij Zijn opoffering in het niet!. (Johannes 1:18 en 13:23)

En bij Jezus’ Hemelvaart spreekt Jezus uit: ga tot naar de uiteinden van de aarde en maak alle volken tot mijn leerlingen, leer hen te doen wat ik jullie heb geleerd! En wanneer de Joodse mensen het Joodse Pinksterfeest vieren (Wekenfeest) komt de Heilige Geest die ook in Jezus was toe aan alle mensen die in Hem geloven!

Bij Jezus vallen alle bouwstenen van geloof en leven samen! Zoals Petrus zei: ‘Jezus is de Hoeksteen, vanuit Hem krijgt Gods geestelijk tempel gestalte, een koninkrijk van priesters, een heilig en geheiligd volk van God, ja, de Geest spreekt alle talen en doet Gods liefde verstaan!

Geliefd zijn het sleutelwoord

Kijk dan nog eens naar de woorden van Johannes. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. (1 Johannes 4:10)

Johannes, die deel uitmaakt van Jezus’ meest nabije leerlingen: hij schrijft vanuit zijn hart en is ervaringsdeskundige van Jezus’ liefde voor hemzelf! Vijf maal schrijft Johannes in zijn Evangelie dat Jezus hem lief heeft! Johannes weet het zeker, Jezus heeft mij lief! Hij heeft Jezus’ liefde gezien ervaren, Jezus’ liefde voor God, Jezus’ liefde voor de mensen, Jezus’ liefde voor Bijbelse woorden. En Jezus’ liefde voor hem als leerling van Jezus persoonlijk! Johannes is doordrongen van Jezus’ liefde! (Johannes 13:23; 19:26; 20:2; 21:7; 21:20)

Wat dit ons wil laten weten: Hoe verschillend we ook over de liefde denken, wat de liefde ook met ons gedaan heeft, welke liefde we ook hebben gemist en hoe veelzijdig de liefde ook is; lieve mensen, in de liefde van God voor u, voor jou, voor mij, voor wie in Jezus geloven valt alles samen. Meer dan ‘Laten we lief zijn voor elkaar’. En meer dan goed bedoeld lief en leuk en aardig zijn. Mogen wij het met Johannes weten dat Hij ons liefheeft. Alle dagen van ons leven. Tot in alle eeuwigheid. Aan Hem zij alle lof en dank en eer.
Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren