2 Samuël 7 vers 1-13 • Zijn tegemoet komen

2 Samuel 7:1-13

Koning David is wat aan het mijmeren. David is in wat je zou kunnen noemen ‘stille wateren’ gekomen. De HEER is zijn Herder en heeft hem geleid naar rustig water en grazige weiden. De HEER heeft hem rust gegeven na jaren van najagen en achtervolgd worden door van alles en nog wat.

‘Maar de HEER had hem rust gegeven’ staat er. (2 Samuël 7:2) Maar daar wil koning David zelf nog niet aan. Daar kan hij niet aan wennen, aan het idee dat hij van die rust mag genieten. Zijn hoofd staat niet stil en zijn handen jeuken om aan te pakken. Hij kijkt om zich heen en ziet zijn huis als een paleis, hij kijkt naar het cederhout en ruikt de geur waar zijn huis van gebouwd is. Hij ziet het vakmanschap waarmee de bouwlieden het hout bewerkt en verwerkt hebben. Zouden de gedachten van koning David ook afgedwaald kunnen zijn naar de ark van Noach?

Want prompt moet David denken aan de ‘ark van het verbond’. De houten maar met goud beklede kist, het toonbeeld van God die nabij is, de ‘ark van het verbond’ die de herinnering levend houdt van de HEER die verlost van slavernij, en van op weg zijn naar het beloofde land. De ark van het verbond waarin de Tien Geboden worden bewaard, woorden van omgaan met God en met elkaar, van God die bevrijd heeft en woorden geeft om als verloste en geheiligde mensen te leven.

David wil bouwen

Maar koning David kan de rust niet vinden. Zijn eigen huis brengt hem op het idee om ook een huis te gaan bouwen voor de ‘ark van het verbond’. En in gedachten ontvouwen zich de bouwplannen. Als ware hij een projectontwikkelaar. En dan is het altijd mooi wanneer er anderen zijn die jou plannen ondersteunen en goedkeuren: ‘Kijk nu toch’ horen we koning David tot zijn adviseur in koninkrijkszaken Natan zeggen: ‘Mijn huis staat er voorbeeldig bij, maar de Ark staat nog in een tent, daar wil ik wat mee, daar moeten en kunnen we wat mee …’

Doen wat je hart ingeeft

‘Doe wat je hart je ingeeft’ horen we Natan, de adviseur van de koning zeggen. Maar die nacht gaat de Here God spreken tot het hart van Natan! Ja, dat zijn herkenbare en goed voelende woorden die ook wij kunnen gebruiken: ‘Ga af op je gevoel, je intuïtie, volg je hart, blijf dicht bij jezelf. “Heb er een goed gevoel bij”’.

Maar die nacht komt de Here God tussenbeide, schuift de Here God het advies van Natan terzijde oom David op andere gedachten te brengen. (2 samuël 7:4) Je zou er de woorden van Jesaja naast kunnen leggen: ‘Gods plannen zijn anders dan die van mensen!’ (Jesaja 55:8&9)

Jesaja 55:8&9

Want Gods plannen zijn anders dan die van mensen. Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen.

Hoe zou het uitpakken?

Want wat zou het resultaat zijn wanneer David gaat doen, wat zijn hart hem ingeeft? Ongetwijfeld zou hij een prachtig onderkomen gaan creëren voor de ark van het verbond, met de kostbaarste materialen bewerkt door de vakkundigste lieden. En ongetwijfeld zou het onderkomen van de ark van het verbond met veel ceremonieel in gebruik worden genomen. Het heiligdom dat David in zijn hoofd heeft zou een bezienswaardigheid, of zelfs een bedevaartsoord kunnen worden, een publiekstrekker voor de volkeren van de wereld.

De inwoners van Jeruzalem en landgenoten van Israël zullen gaan zeggen: ‘dit heeft onze koning David laten bouwen’ en ‘wij hebben de ark van het verbond’. De naam van koning David zou meeliften op het de grootsheid van een bouwwerk … Waarop het de vraag gaat worden wiens naam er wordt geëerd en geroemd: die van God, of die van jou?

De nabijheid van God

En de Here God? Waar blijft God? Is dit wat God wil? ‘Ik ben altijd met jullie meegegaan’ laat God aan Natan en David weten. ‘Ik ben met jullie meegegaan, dwars door de woestijn om jullie te bevrijden van de slavernij. En Ik ben in alle uithoeken en uitlopers van Israël geweest, Ik ben alle kinderen van Abraham, Isaak en Jakob nabij geweest, Ik ben in jullie huizen geweest, was jullie  huisgezinnen nabij’ laat de Here God weten. ‘Heb ik ooit gevraagd om voor Mij een huis van cederhout te bouwen?(2 samuël 7:7)

En tussen de regels door klinkt de vraag: ‘Wil je Mij nu vatten in in een bewaardoos, in een huis of een gebouw? Denk je dan niet te klein of te bekrompen over Mij? Wil je Mij nu plaatsen in een hokje? Wanneer je Mij werkelijk groot wilt maken, denk dan ruimhartig over Mij! Besef dat je Mij niet kunt bevatten! Zie dat Ik daar ben, daar waar mensen Mij op het hart dragen, Mij en de medemens liefhebben, Mij de ruimte gevend om te zijn wie Ik ben!

Het bevrijdende van God

Want God is een bevrijdend God! Denk maar aan de openingszin van Tien Geboden, nota bene de geboden die in de Ark van het Verbond bewaard werden: ‘Ik ben de Here God die u uit het diensthuis, uit de slavernij bevrijdt heeft’. God bevrijd en verlost, en laat dat via Natan aan David weten: God beweegt zich in alle vrijheid, Zijn plannen en wegen gaan jou en mijn wikken en wegen te boven!

O ja, koning David met al zijn bedoelingen en idealen, ongetwijfeld waren zijn intenties goed, had hij goede bedoelingen. En had hij het beste voor het hoogste over, zou hij niet bespaard hebben op zijn capaciteiten om het mooiste werk op te leveren. Kosten nog moeiten zou hij hebben bespaard. Misschien wel zeggende: ‘God, kijk eens, dit heb ik voor U gedaan!’

De vrijgevigheid van God

Maar dan in het licht van God! Mensen kunnen geneigd zijn offers te brengen, in de hoop dat God hen daarom tegemoet zal komen. En mensen kunnen teleurgesteld raken, in elkaar, in het werk, de kerk, zeggende: ‘Ik heb zoveel, alles gegeven, maar wat kreeg ik ervoor terug?

David gaat leren: God is de genadige, de gevende en voorziende God. De Here God zal en heeft voorzien, geduldig, liefdevol en genadig. En geeft daarin het voorbeeld aan mensen. Dat mensen een afspiegeling zullen zijn van Hem. Geduldig, liefdevol, genadig en vrijgevend. Kijk maar naar het verhaal van vandaag!

God gaf aan Israël herders om het volk te leiden zodat de mensen in rust vrede zouden leven. In het beloofde land bleef Hij nabij. En aan koning David doet de Here God beloften: ‘Ik zal een huis voor jou bouwen met eeuwigheidswaarde!

Voor de goede verstaander, met ‘huis’ bedoeld God geen ‘heilig huisje’ waar je niet aan mag komen en anderen vanaf moeten blijven: maar God bedoeld met ‘huis’ een ‘familie’ waar je helemaal in opgaat, waar mensen elkaar ‘broer en zus’ noemen, het koninkrijk van de hemel, het koninkrijk van God.

Een Koninklijk Huis met eeuwigheidswaarde, dat alle denkbare Koninklijke kringen overstijgt! De Here God die David tegemoet is gegaan! Jij hebt geen huis voor Mij te bouwen, maar Ik zal een huis gaan bouwen voor jou! Jij hoeft je niet waar te maken, je koningshuis niet overeind te houden, dat ga Ik voor jou doen!

Jezus, Zoon van God

Ja, dit verhaal is lang geleden opgeschreven. Het verhaal van voorbeeldkoning David. Uit wiens familiestamboom Jezus van Nazareth is voortgekomen. Jezus Christus de Levende Heer en het Levende Woord. De ware Koningszoon zoals de Here God dat voor ogen had. Het Koningskind sprekend God de hemelse Vader. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Wie Jezus heeft gezien heeft de Vader gezien. Jezus de Zoon van God die leerde: alles wat je doet voor de meest onaanzienlijke medemens, bevrijdend, vrijgevig en nabij, dat heb je voor Mij gedaan. Zoals ook dit verhaal door laat schemeren wie God is. Om het nog eens samen te vatten;

Zijn tegemoetkoming

Wanneer wij denken dat we overal alleen voor staan, waar dan ook, thuis, aan het werk, onderweg of of bij ons leren: altijd mogen wij weten: In Jezus is God de mensheid tegemoet gekomen, om te wonen onder de mensen, te zijn in de levens van mensen, liefdevol, geduldig en trouw, Hij is er, langs de wegen van mensen, in de huizen van wie in Hem geloven, op Hem vertrouwen.

Wanneer wij ons inspannen om onszelf maar overeind te houden: onze naam, onze gezondheid, wat ons lief en dierbaar is: God is niet de God van voor wat hoort wat; maar Hij heeft zijn kinderen lief en weet wat wij nodig hebben om te leven zoals Hij het leven bedoeld. Hij geeft woorden en wijsheid, gaven en talenten, herders en priesters, tijd van leven, vruchten van het land, grond van bestaan, recht van spreken. God heeft zijn Zoon, zijn Geest gegeven. Hij beloofd wie in Hem geloven het eeuwige leven.

Om het te zeggen met één van de Leerstellingen van het Leger des Heils: ‘Wij geloven, dat de Heer Jezus Christus door zijn lijden en dood verzoening bewerkt heeft voor de gehele wereld, zodat elk die wil gered kan worden.’

En wanneer wij ervaren dat ons van alles overkomt, of als wij denken dat wij, of anderen het gemaakt of gedaan hebben: Hij is alles en iedereen overstijgend, Hij is er, hemelhoog en aarde diep en wereldwijd. Want Hij is de Heer van al wat leeft en staat boven alle aardse koningen en koninkrijken. Zijn gedachten overstijgen al onze plannen, gedachten en wegen.  Zo is de Heer, zo is Hij ons nabij! Moge ook wij in Zijn Naam zo in het leven staan.
Amen

2 Samuel 7:1-17

Toen de koning zijn intrek had genomen in het paleis en de HEER hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen, zei de koning tegen de profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout, terwijl de ark van God in een tent staat.’ ‘Doe wat uw hart u ingeeft,’ antwoordde Natan, ‘de HEER staat u immers terzijde.’

Maar diezelfde nacht richtte de HEER zich tot Natan: ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER: Wil jij voor Mij een huis bouwen om in te wonen? Ik heb toch nooit in een huis gewoond, vanaf de dag dat Ik de Israëlieten uit Egypte heb geleid tot nu toe! Al die tijd trok Ik rond in tent en tabernakel. Alle stamgebieden van Israël heb Ik doorkruist, en heb Ik ooit aan een van de herders van Israël, die Ik had aangesteld om mijn volk te weiden, gevraagd om voor Mij een huis van cederhout te bouwen?”

Welnu, zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk Israël te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, Ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld. Nu zal Ik je naam vestigen als een van de groten der aarde. Ik zal aan mijn volk Israël een gebied toewijzen. Daar zal Ik het planten en daar kan het onbevreesd wonen. Het zal niet langer door misdadige volken onderdrukt worden, zoals toen het er pas woonde en Ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou zal Ik rust geven door je van je vijanden te verlossen.

De HEER zegt je dat Hij voor jou een huis zal bouwen: Wanneer je leven voorbij is en je bij je voorouders te ruste gaat, zal Ik je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig koningschap schenken. Hij zal een huis bouwen voor mijn naam, en Ik zal ervoor zorgen dat zijn koninklijke troon nooit wankelt.

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren