Geloven voor beginners (13) Jezus’ leerlingen

Geloven voor beginners (en gevorderden)

HOREN BIJ HEM

Het gebeurde eens dat er een groep mensen bijeen was vanuit verschillende kerken uit de stad. Samen zouden ze die avond ‘vasten’ wat zeggen wilde een maaltijd bestaande uit brood zonder beleg, fruit, water en thee. Iedereen had iets meegenomen voor de vastenmaaltijd om samen te delen. Die avond zouden de mensen zich aan elkaar voorstellen, en dat ging zo: ‘Ik ben Peter van de Grote Kerk. Ik ben Andrea van de Jacobus-kerk. Ik ben Johan van de Kerk van de Nazorener, ik ben Flip en ik kom van hier … en zo ging het nog even door, de kring rond, ieder noemde zijn of haar naam en de kerk waartoe iemand behoorde. Maar toen gebeurde er iets: iemand zei: ‘Ik ben Thea en ik ben christen …’

Christen zijn, dat wil zeggen dat je geloofd in de Here Jezus. Dat je toebehoort aan Christus, dat je Jezus hebt aanvaard als Koning, Heer en Herder, Verlosser en Heelmaker. Van welke kerk je ook lid bent, waar je als baby ook gedoopt bent, opgedragen bent, of waar je ook je eerste communie of belijdenis hebt gedaan of volwassen geworden hebt laten dopen: de ‘kerk’ is bijzaak, Jezus is de hoofdzaak. Jezus zei eens tot zijn leerlingen: ‘Ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. (Johannes 10:16)

Schaapskooi

Ook in Jezus’ tijd waren er allerlei geloofsstromingen: Farizeeën, Sadduceeën, Essenen, Joodse stromingen met verschillende benaderingen van geloof en leven. Zoals je dat ook onder christenen kunt zien, je hebt bijvoorbeeld verkondigende, lerende, dienstbare, evangeliserende, en genezende geloofsgemeenschappen. Voorbeelden van waar gelovigen in Jezus in uit kunnen blinken. Een vraag tussendoor, waar blinkt jouw kerk in uit? En waar blink jij in uit? Met welke gaven en talenten ben jij gezegend? Zo waren er in Jezus’ dagen ook Joodse gelovigen. En daarbuiten ook, zei Jezus!

‘Niet van deze schaapskooi’ zei Hij … en toch van Mij.’ Laten we eens kijken naar het woord ‘schaapskooi’. Sommige bijbelvertalingen zeggen ‘kudde’ maar nauwkeurig vertaald staat er ‘schaapskooi’. ‘Aule’ in het oud-Grieks. Het woord ‘aule’, zo werd de voorhof van het tempelplein in Jeruzalem ook genoemd. Daar mochten alle mensen komen, wie of wat of hoe je ook was, waar je ook vandaan kwam. In de ‘voorhof van de vrouwen’ werd het al strikter, daar mochten alleen Joodse mensen komen (uit een Joodse vrouw geboren). Dan was er ook nog een ‘voorhof van de priesters’ waar alleen ‘gewijde Joodse priesters’ kwamen.

Voorhof

Het Griekse woord ‘aule’ dat lijkt op het ons bekende woord ‘aula’, dat betekent zowel ‘paleis’ als ‘voorhof’ als ‘schaapskooi’. Ik heb ook nog andere schapen zei Jezus tot zijn leerlingen die Hij ‘apostelen’ noemde, die Hij uit heeft gezonden, de samenleving in. Behorende tot Zijn kudde. Vergelijk dat eens met de ‘aule’ van Jeruzalems tempel! Op welke voorhof je je ook mag begeven, tot welke schaapskooi je ook wordt gerekend, Jezus weet zich van al die mensen herder!

Matteüs 10:1-8

Daarop riep Hij zijn twaalf leerlingen bij zich en Hij gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon Kananeüs en ten slotte Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren. Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever naar de verloren schapen van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij”. Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!’

Twaalf stammen, twaalf leerlingen

Jezus verkoos twaalf leerlingen, twaalf apostelen met wie Hij optrok. Er waren meer mensen rondom Hem, zoals Maria van Magdala en Marta en Lazarus, ook de broers van Jezus en Maria, zijn moeder worden op verschillende plaatsen in de Evangeliën genoemd, maar de twaalf apostelen waren bijna voortdurend in Jezus’ nabijheid. Een bijzonder aantal, twaalf: dit aantal komt overeen met de twaalf ‘stammen’ van Israël, de twaalf ‘familielijnen’ die terug gaan naar de aartsvaders; Abraham, Isaak en Jakob van wie verteld wordt in het Bijbelboek Genesis.

Naar verloren schapen gaan …

‘Ga naar de verloren schapen van Israël’ had Jezus aanvankelijk zijn leerlingen gezegd. ‘Begin dicht bij huis, in eigen kring’ als het ware. Later zal Hij de elf overgebleven apostelen (Judas is hen ontvallen) uitzenden ‘naar alle volken om hen tot Zijn leerlingen te maken’. (Matteüs 28:19) Dan wordt de kring wereldwijd en alomvattend. En Ik ben bij jullie, beloofde Jezus hen. Alle dagen tot aan de voltooiing van deze wereld.

Lucas 9:1-6
Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen. Daarna zond Hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen. Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren. Blijf in het huis waar je onderdak hebt gevonden tot je van daar weer verdergaat. Als ze jullie niet willen ontvangen, ga dan weg uit die stad en schud het stof van je voeten als getuigenis tegen hen.’ Ze gingen op weg en trokken van de ene plaats naar de andere, terwijl ze het goede nieuws verkondigden en overal zieken genazen.

Jezus’ leerlingen op missie

Het is nogal wat, de opdracht die Jezus’ leerlingen bij hun ‘missie’! Zieken genezen, doden opwekken, mensen genezen van huidvraat (waarschijnlijk wordt met ‘huidvraat’ de ziekte lepra bedoeld), demonen uitdrijven. Wanneer je een willekeurig (Nederlands) ziekenhuis bezoekt zijn er hele afdelingen gespecialiseerd op bepaalde ziekten: een afdeling voor maag, darm en leverkwalen, een afdeling hart en vaatziekten, een afdeling voor hersenaandoeningen, en psychiatrie, keel, neus en oorartsen, oogartsen, huidartsen, longartsen, intensieve care, wat al niet meer. Specialismen op zich, je bent zomaar geen arts of verpleegkundige. Maar Jezus zend zijn leerlingen erop uit: genees zieken, ook geesteszieken, wek doden tot leven! En vooral, Jezus beschouwde zijn leerlingen niet als ‘kwakzalvers’ maar Hij gaf hen de macht om iedere ziekte kwaal te genezen, iedere kwalijke geest te verbannen! Ongelofelijk!

Hoe te verstaan?

Jezus van Nazareth leefde rond het begin van de christelijke jaartelling. De Evangeliën vertellen daarvan, dat de westerse jaartelling daarop is gebaseerd, dat is veelzeggend. Gelovige mensen noemen Hem Jezus Christus, de Here Jezus, Jezus Messias, de Zoon van God. En dat wil ook veel zeggen, nog veel meer zeggen, om het met gelovige woorden te zeggen: wat bij mensen onmogelijk is, dat is mogelijk bij God.

Geloofsopvatting

Wij geloven, dat in de Persoon van Jezus Christus, de goddelijke en menselijke naturen verenigd zijn, zodat Hij waarachtig God en waarachtig mens is.

Waarachtig God, waarachtig mens

Een christelijke geloofsopvatting is dat in Jezus Christus de goddelijke en de menselijke natuur aanwezig was. De liefde, trouw, goedheid, genade van God, maar ook de wil en de kracht God. Maar dat Jezus van Nazareth ook mens was, met alle menselijke eigenschappen en emoties. Waarachtig God, waarachtig mens. In Genesis 2 wordt verteld dat de mens geschapen is naar het beeld van God, bedoeld om een afspiegeling van God te zijn. Maar al in het eerste deel van de Bijbel blijkt de mens daar niet toe in staat: de mens doet wat niet van God is. Jezus Christus heeft dat wel gedaan. Jezus van Nazareth is sprekend zijn Vader. In volledige menselijkheid blijft en blijkt Hij de Zoon van God. Wie de Zoon heeft gezien, heeft de Vader gezien, zei Jezus tot Filippus die God wilde zien. (Johannes 14:8-10)

Opdracht aan Maria van Magdala

Johannes 20:17&18

‘Houd me niet vast’, zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Opdracht voor nu en altijd

De opdracht aan de apostelen zoals Jezus die destijds gaf gaat ons verstand en geloof te boven. De gave om zieken te genezen is slechts bij uitzondering aan een enkele gelovige gegeven. Of speelt kleingelovigheid een rol? De mogelijkheid om overledenen tot leven te wekken? Is dit ‘echt’ of ‘bij wijze van spreken’, ‘geloofstaal’? Want dat gaat verder dan ‘EHBO, Bedrijfshulpverlening en reanimatie op de IC’! Ons voorstellings- en bevattingsvermogen, woorden en ons kunnen schieten tekort. We hopen op herstel en bidden om genezing bij ziekten. We beleven de uitvaarten van wie ons lief en dierbaar zijn. Kennen depressieve, teleurgestelde en in de war zijnde mensen.

Maar toch!

Maar toch klinkt er dwars door alles heen een boodschap van betekenis: in de naam van de Here Jezus: Doe goed! Doe aan herstelwerk. Breng leven en levensvatbaarheid. Wees een boodschapper van het eeuwige leven. Met de volmacht die Jezus aan iedere gelovige geeft. Je hebt recht van spreken. Je bent er getuige van. Je bent een ervaringsdeskundige van Gods liefde en trouw. Want je bent een kind van God. Geroepen om in Jezus’ naam in alle menselijkheid een hemelse afspiegeling van God te zijn. Voor de één zal dat zijn als een Maria van Magdala, de eigen kring. Voor de ander de roeping om te gaan, de wijde wereld in.

Maar hoe dan ook wetende dat Jezus de levende Heer is, die je daartoe de kracht geeft. De kracht om goed te doen. Om naar het verlorene te zoeken, in je eigen leven, in je eigen kring en daarbuiten. De kracht om een afspiegeling van Hem te zijn. Waar nodig de andere wang toekerend en de extra mijl gaan, woorden van de Heer, waar mogelijke de vreugde, vrede en vriendelijkheid te tonen, vrucht van de Geest. De kracht om Zijn woorden te spreken. Genezend en zegenend. In alle dingen laten weten dat Hij leeft. De levende Heer aan de rechterhand van God. De levende Heer die woont in je hart.

Christen zijn, dat wil zeggen dat je geloofd in de Here Jezus. Dat je toebehoort aan Christus, dat je Jezus hebt aanvaard als Koning, Heer en Herder, Verlosser en Heelmaker. De levende Heer die wederkomt, naar wie uit wordt gezien.

Geloofsopvatting

Wij geloven, dat wij uit genade gerechtvaardigd worden door het geloof in onze Heer Jezus Christus, en dat hij, die gelooft, daarvan het getuigenis in zich heeft.

OM OVER NA TE DENKEN

Geloof jij in de levende Heer?

Heb jij / heeft u Zijn macht al gezien?

Welke kracht en opdracht heeft Hij jou / u gegeven?

 

 

 

 

 

 

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren