Geloven voor beginners (4) Bevrijding en verlossing

Geloven voor beginners (en gevorderden)

JEZUS DE VERLOSSER

‘Verlossing’ is een thema dat als een rode draad door de Bijbel heen loopt. De Israëlieten werden ‘verlost’ van het slavenbestaan in Egypte. De Israëlieten verrichten dwangarbeid en leiden een slaafs bestaan. Maar God roept Mozes om de farao aan te spreken, dat hij de Israëlieten vrijheid moet verlenen.

In het Bijbelboek Ruth doet Ruth een beroep op Boaz om ‘losser’ te zijn, om schulden ‘af te lossen’: er is een stuk land dat verkocht gaat worden om aan andere verplichtingen te kunnen doen. Maar daarmee verdwijnt het land uit de familie van Ruth. Het land is vooralsnog eigendom van Noömi uit Bethlehem (wat betekent Broodhuis). Maar Boaz als familielid van Noömi kan het landgoed binnen de familie houden door als ‘losser’ op te treden. Als ‘garant staand’ familielid om zodoende andere familieleden te ‘verlossen’ in hun armlastige situatie. Wat Boaz dan ook op verzoek van Ruth gaat doen. Boaz ‘lost de problemen’ van Noömi op.

Leviticus 25 vertelt van Grote Verzoendag en het Jubeljaar. Iedere Israëliet die ooit als ‘losser’ heeft opgetreden, met andere woorden ‘familie uit de problemen heeft gehaald’ zal in het Jubeljaar huizen en landgoederen en wijngaarden weer van de hand doen, volledig teruggeven aan het bijgestane familielid. Daarom ‘Grote Verzoendag’. Iedere Israëliet ‘schuldenvrij’.

Jezus de beloofde Verlosser

Wanneer Jezus wordt geboren, dan horen herders engelen zeggen en zingen van ‘Ere zij God’ en van ‘vrede op aarde’, dat in de stad van David (Bethlehem, dus ook de stad van Boaz, Noömi en Ruth) hun ‘Redder’ is geboren. ‘Vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer’. Lucas 2:11 De naam ‘Jezus’ betekent overigens ‘God redt’.

Tientallen jaren later schrijft Paulus in zijn brief aan de Efeziërs ‘In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade’. Efeziërs 1:7

Geloofsopvatting
Wij geloven, dat de Heer Jezus Christus door zijn lijden en dood verzoening bewerkt heeft voor de gehele wereld, zodat elk die wil, gered kan worden.

En Petrus, één van de bekendste leerlingen van Jezus schrijft in een brief: ‘U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met het kostbare bloed van Christus, als dat van een lam zonder smet of gebrek.’ 1 Petrus 1:18-19

Geloofsopvatting
Wij geloven, dat wij uit genade gerechtvaardigd worden door het geloof in onze Heer Jezus Christus, en dat hij, die gelooft, daarvan het getuigenis in zich heeft.

Rechtspraak

In welke levensbeschouwing je ook bent opgevoed, of welke normen en waarden je ook aanhangt, eerlijkheid en rechtvaardigheid zullen daar (mogen we hopen) deel of zelfs de basis van zijn. Een goed mens willen zijn, daar mogen we toch vanuit gaan. Maar in alle eerlijkheid en met alle goede bedoelingen loopt niet alles volmaakt en is niet alles perfect.

Alles goed gedaan?

‘Niet jaloers zijn’ is één van de Tien Geboden. Het kan je zomaar overkomen. Dat de ander iets is, heeft of bereikt wat je ook wel zou willen. ‘God liefhebben bovenal en je naaste als jezelf’ is ook zoiets. Als je te kiezen hebt tussen de ander respecteren of je eigenwaarde ophemelen ten koste van de ander? ‘Zelfzucht’ noemt de Bijbel dat. Of de keuze tussen God liefhebben of je eigen liefhebberij? De Bijbel noemt dat laatste ‘afgoderij’.  ‘Niet doden’ is ook een Bijbelse opdracht, maar wat betekenen dat bij dilemma’s over leven en dood, voor het dierenwelzijn, de consumptiemaatschappij? Genoeg voorbeelden, de mensheid wast de handen niet in onschuld. Staat tegenover God in de min, heeft verantwoording af te leggen.

Vergelijkend verhaal …

‘Iemand had op zich genomen een huis te gaan bouwen. En begon materialen te verzamelen voor de bouw. Stenen voor het fundament, stenen voor de muren, leistenen voor het dak, hout voor de deuren en voor de luiken voor de ramen. Maar op een zeker moment, de woning was zo goed als bewoonbaar, begon de woning te verzakken, kwamen er scheuren in de muren, begon het dak te lekken en gingen de deuren klemmen. En wat de bouwer ook deed, het werd van kwaad tot erger. De oorzaak kon van alles zijn. Grondwater en stormwind dat vrij spel had gekregen, de bodem die begon te verzakken, de gebruikte bouwmaterialen.

Iedereen vond er wat van. En de naam van de bouwer ging door het slijk. Die moet je geen klussen laten doen, laat staan een heel huis laten bouwen. Wat die bouwer doet is zichtwerk, het ziet er aardig uit, maar de onderbouwing deugd van geen kanten. Ga zo maar door …

De meningen deden de ronden, de mensen hadden hun oordeel klaar. Uiteindelijk ging de bouwer failliet, geen huis en geen inkomen. De rechter van de stad hoorde de aanklachten aan en concludeerde dat er overmacht was, maar ook dat de beste man beter zin ‘huiswerk’ had moeten doen, en dat er ‘misrekeningen’ waren gemaakt. Maar ook dat er tegenvallers waren geweest. Dat waren verzachtende omstandigheden.

De rechter deed zijn uitspraak. Dat de bouwer de bouwval zo niet kon laten staan. Dat was aanstootgevend voor de stad en bovendien levensgevaarlijk; die onbewoonbaar verklaarde woning. En gaf de opdracht dat de prutser vanaf de grond af aan opnieuw moest beginnen. En dat de beste man zich daarmee opnieuw kon bewijzen. Dat hij wel een goede metselaar en timmerman en dakdekker was. Zodat deze weer een huis en inkomen en een goede naam kon verkrijgen. De rechter oordeelde dat er geen dag viel te verliezen.

De volgende dag ging de bouwvakker naar zijn bouwval en begon het huis af te breken. Er kwam iemand aan die ongevraagd mee begon te helpen, het sjouwen met de brokstukken van het huis. Zonder woorden te wisselen werkten de twee dagenlang door. Zweet op het voorhoofd, eelt op de handen, pijn in de rug. De onverwachte hulp had een bekend gezicht, maar de harde werker kon hem niet thuis brengen. Op een dag werd er een belangrijke steen geplaatst. Een sluitstuk tussen twee delen met passen en meten. Stilzwijgend deed de ongevraagde helper het werk. De bouwer keek nog eens goed. En herkende in hem de rechter van de stad …

Goede bedoelingen

Geloven in God laat je dankbaar zijn voor al het goede dat Hij geeft. En sterkt het verlangen om te leven naar Zijn bedoeling. Met de wil om te leven naar hoe de Schepper van hemel en aarde het leven heeft bedoeld. Geloven in Jezus, de Zoon van God brengt je ertoe een leerling van Hem te zijn.

En toch …

Hoe dan ook, ook gelovige mensen zijn en blijven in dit leven altijd een leerling. Niet altijd ‘een voldoende’ halend. Gerekend naar de Bijbelse voorschriften, naar de menselijk maatstaven, naar het eigen geweten. Schuldgevoel, afrekening, veroordeling haalt naar beneden. Maar … leven in het licht van Jezus wil zeggen ‘weten dat Hij jou lasten heeft gedragen’. Jezus zegt: ‘Kom bij mij als je onder lasten gebukt gaat. Dan zal Ik je rust geven’. Dan zul je vrij en verlost leven. In de hemel wordt er een goed woord voor wie geloven gedaan. Hij pleit Zijn kinderen vrij.

Om over na te denken 

Waar is ‘verlossing’ en ‘bevrijding’ nodig?

Geloof jij dat Jezus kan helpen tot herstel?

In welke zaken is Jezus’ vrijspraak nodig?

Dit bericht heeft één reactie

  1. Gerrie

    Weer iets om over na te denken.

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren