Handelingen 2 vers 1 – 13 • Pinksterfeest

Handelingen 2:1-13 en Deuteronomium 16:1-17

Op tal van manieren vieren wij mensen het leven. Bij de geboorte van een kind serveren we beschuit met muisjes. Blauwe of roze om te vieren dat het een jongen of een meisje is. Rondom een verjaardag trakteren we elkaar op wat lekkers en zingen we elkaar toe: ‘Wel gefeliciteerd!’ En Bij kinderen versieren we het huis. Wanneer een lid van het Koninklijk Huis jarig is gaat de vlag uit met een oranje wimpel boven. En wanneer iemand geslaagd is voor een examen gaat de vlag uit met een schooltas.

Bij de opening van gebouwen worden er linten doorgeknipt, een schip wordt gedoopt met bruisende champagne. Waarbij dan wel de fles wel moet breken, want scherven brengen geluk. En Nieuwjaarsdag willen mensen vieren met spetterend vuurwerk, of met een frisse duik in zee. En zo worden de hoogtepunten van het leven gevierd. Juist in de huidige tijd van een pandemie zijn we gaan beseffen hoe bijzonder het is om het leven te vieren.

Hoogtijdagen zijn God eigen

Van het begin af aan heeft God de Schepper het vieren van het leven al meegegeven. Kijk maar naar het scheppingsverhaal. Het door God gegeven leven is vanaf het begin af aan ‘goed’. God bracht licht op aarde door de lampionnen en de lantaarns en de lampen van de zon en de maan en de sterren. Als het ware Gods ‘uurwerk’ en Gods ‘vuurwerk’ om de seizoenen en de dagen en de jaren aan te geven. Met als hoogtijdag de zevende dag. De geheiligde dag. Geen werkdag maar een dag om het leven te vieren.

God draagt feesten aan en op

En wanneer God met Zijn volk op weg gaat, dan draagt de Here God op om op gezette tijden feesten te vieren. Om te beginnen drie grote feesten, ieder jaar weer, te beginnen bij Pesach, het feest van de bevrijding uit de slavernij van Egypte. En dan zeven weken later het Wekenfeest, het feest van de eerste oogst in het beloofde land. En daarna het Loofhuttenfeest, nogmaals een oogstfeest, het feest van de volle oogst aan graan en vruchten.

De Here God draagt Zijn volk op om gedenkwaardige dagen niet stilzwijgend of nietszeggend voorbij te laten gaan, God draagt aan Zijn kinderen op het leven te vieren! God houdt van feestvieren, houdt van feestvierende mensen, met Hem als middelpunt, Hij wil erbij zijn! En daar heeft de Here God ook alle reden toe, want Hij heeft het volk van Israël uit de slavernij verlost, Hij is de Schepper van al wat leeft, en Hij is de Heer van de rijke oogst!

God houdt ban uitbundig feesten

Te lezen in het Bijbelboek Deuteronomium: God houdt van feesten! God draagt op om vrolijk te vieren! ‘Maak er een feestelijke samenkomst van, wees niet zuinig en beknibbel niet op de uiting van je vreugde, maak er een uitbundig en vrijgevig feest van’ lezen we bij herhaling in Gods Woord. (Deuteronomium 16:8, 10, 15) God houdt van feest en draagt Zijn volk op feest te vieren!

En God schrijft aan het volk van de Israëlieten ook voor, hoe zij de feesten moeten vieren. Bij het feest van Pesach eerst zeven dagen ongerezen broden eten, brood zonder gist, dat is soberheid ten top, als droge crackers, ‘tranenbrood’ wordt het genoemd. Maar op de zevende dag een feestelijke samenkomst met vers geslacht vlees, een feestmaal!

Draag bij naar draagkracht

En bij de oogstfeesten niet met lege handen aankomen, schrijven Gods etiquetteregels van de feestdagen voor, kom niet met lege handen maar biedt gulle geschenken aan ter ere van de Here God. Laat het aan iedereen zien en laat iedereen meedoen, ook dat is een regel van het feesten, je zonen en je dochters wiens opvoeding jouw taak is, je slaven en slavinnen die van jou met afhankelijke zijn, de vreemdelingen, weduwen en wezen, de kwetsbare mensen in jouw omgeving, en de Levieten die de priestertaken vervullen, afhankelijk van wat de gemeenschap hen nalaat: geen mens mag uitgesloten worden van de door God ingestelde feesten!

En dan staat er in Deuteronomium bij dat de Israëlieten bij het Pinksterfeest moeten bedenken, dat zij zelf ook slaven zijn geweest. En dat zij zich daarom, de mensen die zich in een afhankelijke en kwetsbare situatie bevinden, mee laten delen in het feesten. Delen in het feesten als een voorschrift, een ‘heilige opdracht’.

Pinksterfeest

En zo hebben de leerlingen van Jezus ook het Pinksterfeest als het ware in hun agenda geschreven. Zeven weken na dato. Zeven maal zeven maakt negenenveertig. Een heilige dag erbij maakt vijftig. Pentakosta in oud-Grieks, de vijftigste dag, Pinksteren.  In zich dragen zij Jezus’ opdracht mee om naar Jeruzalem te gaan, om daar te wachten op de vervulling van Gods beloften, van kracht ontvangen om van Jezus te getuigen: het geloof in Jezus delen in Jeruzalem, Galilea, Samaria tot aan de uiteinden van de aarde, van Jezus die opgenomen is in de wolken maar ook terug zal komen zoals zij Hem naar de hemel hebben zien gaan. (Handelingen 1:8&11)

Feesten op gezette tijden

Jezus’ leerlingen, ook zij hebben de dagen en de weken uitgeteld, zoals de Here God het heeft voorgeschreven. Maar hier kruisen de agenda’s van gewoonte en geloof elkaar! Hier lopen de planning van wat hoort en het onverwachte door elkaar! Dwars door alle voorschriften heen is daar plotseling op deze Pinksterdag het geluid als van een hevige windvlaag die geen mens had verwacht, een golf van beweging, het feest van God wordt opgeluisterd en de mensen horen ervan op! En plotseling zijn daar onverklaarbaar de verschijnselen van vuurtongen, als het ware de lampionnen en de lantaarns die het licht van God laten schijnen.

Gods Geest draagt aan

En plotseling zijn de stemmen van hen meer dan ooit veelstemmig en eensgezind tegelijk, ieder sprekende naar eigen tong en taal, eensluidend, veelzeggend en aansprekend! Geen mensentaal maar de taal van de hemel, van geloof, van Gods grote daden, verstaanbaar voor mensen van allerlei komaf. De taal die de mens overstijgt maar ook door mensen heen gaat, van de mens weet uit te gaan, die hart en ziel weten te bereiken, de taal van liefde, goedheid en genade, de taal die alle geloof en leven in het goede licht zet.

Van Jezus van Nazareth, door mensenhanden gedood maar door God tot leven gewekt. Van woorden van profeten, vanuit een ver verleden, die nieuw leven worden ingeblazen, oude dromen worden waar, jongeren zien idealen en visioenen, Gods liefde wordt over alle mensen uitgestort. Door de Geest die ook in Jezus Christus was, een Geest van wijsheid en inzicht, een Geest van kracht en verstandig beleid, een Geest van kennis en ontzag voor de HEER. (Jesaja 11:2)

Op de Pinksterdag die Jezus’ leerlingen vieren komt Hij ten volle in Gods licht te staan. Hij is erbij, als de Bruidegom waarop is gewacht. Het gaat om Hem, om de oogst van Gods Woord, het gezaaide zaad, zielen voor Jezus, rijke vrucht! Hij is de grond waarop wij staan. De Weg waarlangs wij gaan. Het Leven dat wij leven. Het leven dat wordt gevierd!

God past zelf Zijn voorschriften toe!

Zoals de Here God de Israëlieten opdroeg om op gezette tijden feest te vieren. Tot eer van Hem. Volgens Zijn richtlijnen. Dat de mensen geschenken zouden geven, om hun dank aan God te betonen, zo ruimhartig mogelijk naar draagkracht, als uitingen van trouw aan God, zo uitbundig mogelijk naar de aard van mensen, kom niet aan met lege handen aan, staat er letterlijk voorgeschreven.

Maar op de Pinksterdag vol van vuur en vlam en de ademwind van Gods liefde voor de mens keert de Here God alles om. Hij is het middelpunt van het Pinksterfeest, en Hij komt de mens tegemoet met Zijn geschenken! Hij past Zelf zijn voorschriften toe!

Hij komt de mens tegemoet

En hoe! Gods adem gaat waaien als het geluid van een hevige windvlaag die mensen in beweging brengt als vlaggen in de wind, als ruisende bomen, wuivend koren en als scheepjes onder Jezus’ hoede. Gods ademwind motiveert mensen tot woorden en daden, waar het hart van vol is, daar loopt de mond van over, tongen komen los, daar vinden mensen elkaar in geloof en vertrouwen. De gloed van Gods genade werkt hartstochtelijk en aanstekelijk, hartverwarmend vanuit een vurige liefde, nee, niet de mens heeft de geest, maar de Here God geeft Zijn Heilige Geest in overvloed, gloedvol en vol van vrijgevige genade.

Zijn in Zijn nabijheid

Want hoe bijzonder is het om in Gods nabijheid te zijn, samen met mensen die met jou ook in God geloven, van Hem willen horen! Maar bovendien: het is Gods verlangen dat mensen het leven vieren, het geloof in Hem vieren, bij Hem willen zijn als kind aan huis, en dat juist waar wij met lege handen staan maar verlangen naar Hem, dat Hij dan het feest in alle hevigheid uit laat breken.

Nee, geen besloten feestje voor een select gezelschap, maar de hele wereld zal het weten tot aan de uithoeken van de aarde: Jezus leeft en wij met Hem, de hele wereld zal ervan getuige zijn, God heeft Zijn liefde uitgestort en Zijn Geest gegeven!

Om dronken van te worden! Dronken van blijdschap en dronken van vreugde! Dronken van de liefde van God, van de vruchten van de Geest. De beker van Gods liefde vloeit over! Genoeg voor iedereen om er helemaal vol van te zijn! Bij God geen mondjesmaat maar overvloed! Want God heeft Zijn Zoon en Zijn Geest gegeven, en God ziet uit naar samenkomsten van Zijn kinderen, die ernaar uitzien om samen te zijn in de Naam van Jezus.

Zijn huis moet vol zijn!

Kijk eens om je heen, naar de deels gevulde kerken van deze tijd! Zijn huis moet vol zijn! Vol van liefde, kracht en glorie. Mensen die Jezus van Nazareth toegelaten hebben in hun leven. Geloven dat Hij de reden van de volle vreugde is in het leven van mensen. Dat Hij Gods grote gave is, opdat al wie in Hem geloven, wetende dat Hij Zijn leven gegeven heeft vooor de zonden, dat wie in Hem geloven eeuwig leven hebben. Jezus Christus, de Zoon van God is trouw gebleven aan God de hemelse Vader. Aan het kruis op Golgotha blies Hij zijn adem uit, gaf de geest. Maar op de Pinksterdag brengt de Geest die in Jezus Christus was nieuw leven. In Jezus’ Christus schenkt God overvloedige genade, ja, meer dan dat! Hij schenkt vrede en kracht, goedheid en trouw, wijsheid en inzicht en ontzag voor de Heer.

Zijn huis moet vol zijn! Vol van al Gods kinderen, ieder met hun eigen taal, die samen het loflied aanheffen! Vol van mensen met vrijgevige en ontvankelijke handen, van allerlei komaf, van dichtbij en ver weg, vol van mensen die alle goeds van Hem verwachten. Die vol zijn van de Here Jezus! Die dankbaar zijn voor al het goede dat Hij geeft. En die hun geloof in Jezus doorgeven aan anderen. Die samen zingen en getuigen, die samen zoeken naar het plan van onze Heer. Daar vreugde en vrede in vinden.

Ja! De Here God wil het de hele wereld laten weten, dat Hij niet veranderd is. In de taal van de goedheid die aanspreekt, de taal van Gods genade die we zelf ook hebben te leren. Dat zijn liefde als een lichtstraal doordringt in de duisternis. Spreken wij wartaal? Hebben wij een slok teveel op? Hebben wij te diep in het glaasje gekeken? Zijn we in de roes van een feestje dat straks voorbij is? Ja, onze beker vloeit over! En we zijn dronken van Gods volheid. Van Gods liefde. En van Gods vreugde. Van vrede die komt van Hem.
Amen

‘Dat de volken u loven, God,
dat alle volken U loven.
De aarde heeft een rijke oogst gegeven,
God, onze God, zegent ons.
Moge God ons blijven zegenen,
zodat men ontzag voor Hem heeft
tot aan de einden der aarde.’

Psalmen 67:6-8

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren