Handelingen 2 vers 37 – 41 • Gods reddingsmiddel

Handelingen 2:37-41 en Jesaja 11:1-5

Het zijn de berichten die het nieuws halen. Van mensen die gered worden bijvoorbeeld van een zinkend, in brand staand of op de kust gelopen schip. Mensen die gered worden uit de puinhopen van een huis na een aardbeving, aardverschuiving, modderstroom of lawine. Of uit een gierput, drijfzand of het water. Mensen die gered worden uit het wrak van een auto of een vliegtuig. Uit een liftschacht van een flatgebouw of een mijnschacht diep in de aarde. Kinderen die gered worden uit een onder water gelopen grot of een in brand staand huis. Of uit de klauwen van een roofdier, dat komt ook voor. Zo snel mogelijk hulp bieden is geboden. Waarbij mensen zich gelukkig prijzen wanneer de redding nabij is terwijl de nood het hoogst is. Gewone mensen kunnen zomaar redders en helden blijken te zijn. Door te handelen als het erop aankomt.

Hulpvraag en reddingsplan

Over ‘redden’ gesproken: De toespraak van prediker Petrus maakt nogal een indruk, de schrik slaat de toehoorders op het hart, de situatieschets in het pleidooi van Petrus wordt zo serieus genomen, dat de toehoorders aan hem en aan de andere apostelen de vraag stellen: ‘Wat moeten wij doen?’ En Petrus antwoord dan: ‘Laat u redden!’ In Petrus’ bewoording is er dus sprake van gevaar, er kan verloren gaan, het niet redden. En daarom Petrus’ pleidooi: ‘Laat u redden, de redding is nabij, grijp naar de reddinglijn, naar het reddingmiddel, sluit aan bij het reddingsplan dat er is!

Wat is het probleem?

De apostel Petrus, leerling van Jezus, en met hem tal van anderen, zij hebben de Geest gekregen. Gods Geest is over hen gekomen, is in hen gaan wonen, en vanuit die Geest zijn zij krachtig gaan spreken. Geïnspireerde gelovigen, geloofshelden. Mensen vol geestdrift en inspiratie. De apostelen zijn vol enthousiasme maar ook vol passie en gedrevenheid. Gedreven met heilige geestdrift, vervuld met heilig ontzag voor God, ervan doordrongen dat het inzicht dat zij hebben gekregen een reddende boodschap is voor de wereld. Een wereld die verloren heeft, de onschuld verloren is. Maar ook een wereld die gewonnen, gered en behouden kan worden.

Jezus’ apostel dragen een boodschap uit aan een gebroken samenleving. Want je kunt wel doen alsof alles leuk en aardig is, alsof er niets aan de hand is. En als er wat speelt dat het ver van je bed is, dat je er niet van weten wilt of van geweten hebt. Of zeggen ‘laten we het over leuke dingen hebben’ en het ‘daar’ maar niet over te hebben. Maar Petrus gaat het er wel over hebben. Over het beladen verleden van Petrus’ omgeving. Je zou het kunnen noemen ‘een collectief geheugen’ met een schaduwkant, een zwarte bladzijde. Dat een onschuldig en vredelievend mens, de goedheid zelve, afgewezen en uitgeleverd is aan de grillen van machtige leiders. Je zult er maar een actieve rol in hebben gespeeld. Je zult er maar naar gekeken hebben, en er er niets van hebben durven zeggen. Je zult maar bij jezelf gedacht hebben ‘liever hij dan ik’.

De geredde gaat redden

Maar dat is waar prediker Petrus de vinger op legt: jullie stonden erbij en keken ernaar. En eerlijk is eerlijk, ook Petrus’ geweten was niet helemaal brandschoon. Ook Petrus’ geweten had geknaagd! Ook bij hem was het vuur aan de schenen gelegd. Ook Petrus wist zich hopeloos verloren, na gezegd te hebben niet bij Jezus te horen, Hem niet te kennen. Maar Jezus had gevraagd ‘Heb je mij lief?’ En Petrus had gezegd ‘U weet het!’ En Jezus had het hem vergeven!

En nu, gedreven door de vurige Geest die ook in Jezus Christus drukt hij het de mensen op het hart: ‘Keer je af van je verleden en richt je blik op Jezus, vertrouw op Hem, vraag Hem om vergeving, roep Hem aan, en je zult worden gered, bevrijd, verlost van wat jou dwars zit!’ Nee, Petrus staat daar niet om zijn eigen gelijk. Maar Petrus heeft Gods goedheid leren kennen en is vol hartstocht. Vol van passie voor God de hemelse Vader, vol gedrevenheid voor Jezus, Gods Zoon. En zijn hart gaat uit naar de mensen die hij ziet lijden, tobben met het beladen leven dat zij leiden. Petrus weet zich gered en wil zijn naasten redden. Van hun beladen geweten, van hoe zij om zijn gegaan met Jezus van Nazareth. Hij wil niet anders en kan niet anders.

Waar komt onze hulp vandaan?

En het andere waar Petrus in zijn prediking op wijst, is dat Jezus van Nazareth niet zomaar een ‘goed’ maar benadeeld mens was. Maar dat de onrecht aangedane Jezus de Messias, de Gezalfde is, wie Hem heeft gezien heeft de Vader gezien, Hij is sprekend God de hemelse Vader, toonbeeld van Gods liefde, de Beloofde waar de profeten in Gods woord over spreken. In de Griekse bewoording de Christus waar de Schrift vol van staat, in het teken van staat. Hij is HEER! De Messiaanse Koning waar koning David een voorteken van was. De Wonderbare raadsman, de Goddelijke held, de Eeuwige vader, de Vredevorst waarop Davids troon en rijk zijn gebouwd. (Jesaja 9:5 & 6) ‘Uit de stronk van Isaï schiet een scheut op’ leert Jesaja 11 vers 2, de wortels van de stamboom van koning David, waar de toehoorders van Petrus van weten.

Ja, Petrus doet gewaagde uitspraken, speelt hoog spel, als hij preekt: ‘De aardse koning David, bij jullie zo hoog in het vaandel, neem het mij niet kwalijk als ik zeg dat deze aardse koning David gestorven is en begraven. Jullie weten van de plek van zijn graf. Maar ik verkondig jullie Jezus Christus, de levende Heer, zittende aan de rechterhand van God, zoals God beloofd heeft, ook aan David! Jullie gezalfde koning David, jullie weten waar zijn graf is. Maar ik verkondig Jezus de Messias, die leeft en is aan de rechterhand van God …’

Westminster Abbey

Heeft u wel eens gehoord van Westminster Abbey? Bent u daar weleens geweest? Dat zou zomaar kunnen. In Westminster Abbey zijn koningen en koninginnen gekroond, zijn koninklijke huwelijken gesloten, liggen vorsten, prinsen en prinsessen van het Britse koningshuis begraven.

Maar niet alleen vorsten! Het is een eer om in Westminster Abbey te worden bewaard! De Engelse schrijver Charles Dickens is er bijgezet, evenals Charles Darwin van de evolutietheorie. De grote geleerden Isaac Newton en Lord Kelvin wiens formules sommen vele scholieren moeten leren zijn er bijgezet, evenals de grote componisten Henry Purcell en George Friedrich Händel. Het is een bijzondere ervaring om bij de graven en gedenkstenen te staan bij deze grote namen.

Mensen die de wereld verrijkt hebben, met hun inzichten en hun wetenschap, hun muziek en hun verhalen leven voort, hun nalatenschappen en vereringen worden levend gehouden, zolang als het duurt op aarde. Maar stilstaande in Westminster Abbey ervaar je ook de betrekkelijkheid van het leven. De grootheden zelf, die zijn er niet meer. Menselijk gesproken dan.

Jezus leeft en is bij Hem

Maar dat is wel wat Petrus aanhaalt, tegenover zijn gehoor. Petrus met alle eerbied en respect: jullie hebben koning David hoog in het vaandel. En terecht, een geweldige harp spelende en dichterlijke koning. Een herderlijke koning. Een man naar Gods hart. Maar deze koning David is niet meer, is gestorven en begraven. Zijn gloriedagen zijn tijden van weleer. Maar dan gaat Petrus verder: ‘ik verkondig jullie de levende Heer, Zijn lichaam is niet tot ontbinding overgegaan, Hij is niet voor altijd en eeuwig in het dodenrijk neergedaald, integendeel, Jezus Christus is de Levende, door God opgeheven, zijnde aan de rechterhand van God. Hij is opgevaren naar de hemel.  En de Geest die in Hem was en is, die laat Hij nu rusten op ons! Wij spreken namens Hem. Hij spreekt door ons heen! Wij en u en jij, wij worden aangesproken door Hem!’

De Levende steen

Ja, later zal Petrus schrijven over de Hoeksteen door de bouwlieden afgekeurd. En over je als levende stenen voegen bij Hem, de Levende steen. Petrus getuigt, is ervan overtuigd: Jezus ligt niet gestorven en begraven achter een grafsteen. Want Jezus van Nazareth is geen monument, geen gedenksteen. En geen verhaal, geen compositie, geen wetenschap en toneelstuk of welke uiting van kennis of kunst kan volledig vertellen wie Hij is! Want Hijzelf is de Levende Heer zijnde aan de rechterhand van God. Hij is wie Hij is. En wie in Hem geloven, die geeft Hij de gaven, de vruchten, de krachten, de zegeningen van Gods Heilige Geest.

Wat te doen?

En op de vraag  ‘Wat moeten wij doen?’ geeft Petrus het antwoord:‘Keer je af van je huidige daden, laat je dopen in de naam van de Here Jezus tot vergeving van je zonden.’ Een praktische en een gelovig wasbeurt ondergaan. Dat is wat jij kunt doen! Zoals wanneer je in het water ligt en er wordt een reddingboei toegeworpen: grijp die boei! Dat is wat jij kunt doen! Ervoor kiezen geen kwaad meer te spreken. Geen kwaad meer te doen. En geen kwaad meer te denken. Of op zijn minst ernaar streven, daaraan werken, daarnaar verlangen, om voortaan goed te doen. Dat is wat wij mensen kunnen doen. Kiezen om goed te doen.

Maar een nog beter reddingmiddel dan zelfredzaaamheid reikt de Here God aan! God reikt het Reddingmiddel van Jezus Christus aan! Vraag vergeving aan de Here Jezus! Om wat je Hem hebt aangedaan. Of andere mensen hebt aangedaan. Of om wat je jezelf hebt aangedaan. Vraag vergeving aan Jezus want Hij is vergevingsgezind. Jezus zelf is het Reddingmiddel, bloedrood gekleurd door wat Hem is aangedaan, maar ook bloedrood door wat Hij gegeven heeft, Zijn eigen leven tot aan de dood aan het kruis. Het Lam Gods tot vergeving van de missers door wie geloofd gedaan. Grijp Hem aan! Ontken Hem niet, wijs Hem niet af maar vraag vergeving, en Hij zal het goede leven, het eeuwige leven geven. In de naam van de Here Jezus worden alle misstappen vergeven!

Gods overvloedige genade

En dan Gods overvloedige genade, in de naam van de Here Jezus zal de Heilige Geest je worden gegeven. Dan zul je zelf op de Here Jezus gaan lijken. Vol van wijsheid en inzicht, kracht en verstand, kennis en ontzag voor de HEER. (Jesaja 11:2) Wanneer jou de Heilige Geest wordt gegeven, dan ga je goed doen, in de naam van de Here Jezus. Dan ga je vergeving schenken. In navolging van de Here Jezus. Dan baseer je niet meer op eigen kunnen. Maar dan zul je versteld zijn van waar de Heer jou toe in staat stelt. Dan geeft Hij je de woorden die nodig zijn om tot zegen te zijn. Van Hem te getuigen. Zul jij een gered kind van God zijn. In de naam van de Here Jezus wordt jij gered. Van waar je in verzeild, verzand, verstrikt kan zijn. In de Naam van de Here Jezus ga jij het redden. Gaat de hemel voor je open. Zul je ingaan, in het koninkrijk van God. In de Naam van de Here Jezus zul jij zijn gered.
Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren