Handelingen 3 vers 1-20 • De naam van Jezus

Bij Handelingen 3:1-20 en Psalm 145:1-13

‘Mag het ietsje meer zijn?’ Dat vraagt de kaasboer bij het afsnijden van een blok kaas. En meestal is het beleefde antwoord dat het ietsje meer mag zijn. Want zeg maar eens ‘nee’ als de kaasboer het vriendelijk vraagt. Je betaald weliswaar iets meer voor de kaas, maar je krijgt ook net wat meer kaas. En de kaasboer blijft ook niet zitten met een onverkoopbaar restje kaas. Want de kaas maar eens af te snijden zodat het precies op gewicht is. Maar een ervaren kaasboer zou het moeten kunnen. De klant een beetje extra kaas gunnen. Maar soms verdenk ik de kaasboer ook wel een verkooptrucje. Want heeft u de kaasboer wel eens horen vragen ‘Mag het ietsje minder zijn?’

Hieraan moest ik denken bij het lezen van Petrus en Johannes die op het punt stonden om aan een verlamde bedelaar voorbij te gaan. Maar de bedelaar hield hen staande. Een bedelaar die om een aalmoes, om een liefdegift, om bijstand vraagt. Zie mij in mijn ellende. Zie mij in mijn bestaan. Zie mij liggen op de grond.

Mag het ietsje meer zijn,
of mag het ietsje minder zijn …

Daar zong ook ‘Nicole’ over
in dat liedje op een Songfestival:
(Nicole Seibert-Hohloch, 1964, winnaar 1982)

Net als een pop afgedankt door een kind
En net als een blad afgerukt door de wind
Net als een visje dat bijt in een haak
Zo voel ik mij oh zo vaak.

Dan zie ik de wolken zo dreigend en grauw
De regen die valt en de zon zie ik niet
Dan zing ik wat bang mijn lied

Een beetje vrede, een beetje liefde
Voor onze wereld waarop we wonen
Een beetje vrede, een beetje vreugde
Erover dromen, dat doe ik al

Want om de situatie van de bedelaar maar te vergelijken met de wereld van vandaag: er zijn zoveel mensen die afgedankt worden als een pop door een kind. Mensen waar de wereld geen raad mee weet. Want de wereld weet zich geen raad met vluchtelingen. De wereld heeft het niet meer over mensen, maar over vluchtelingenstromen.

En de wereld weet zich geen raad met de milieuproblematiek, met duizenden diersoorten die uit dreigen te sterven, ja, de bomen laten hun bladeren vallen en dat hoort bij de natuur, zomer en winter en voorjaar en oogsttijd, maar in de schepping is er zoveel verstoord door ontbossing, overbevissing, uitputting en opwarming dat de wereld er geen raad meer mee weet.

Kan het een beetje meer zijn, dat er meer liefde en vrede komt in de wereld? Liefde onder de mensen, liefde voor de dieren, liefde voor de natuur? Kan het een beetje minder zijn, minder eigenbelang, minder winstbejag, minder machtsstrijd?Op een gevel van een woning las ik het volgende opschrift: ‘Wie zijn rijkdom wil vergroten, dient zijn begeerte te verkleinen’.

En dan naar Petrus en Johannes in het Bijbelverhaal van Handelingen 3, Petrus en Johannes maar ook de eerste mensen die zich tot Jezus hebben bekeerd, de eerste christelijke gemeenschap, die zijn in die zin goed bezig. Van hen wordt verteld dat bezittingen worden verkocht om hun eigendommen ten goede te laten komen aan minder bedeelden. De eerste christenen doen hun best om goed om te gaan met kwetsbare mensen, en met hun spullen en bezit. Maar dat maakte wel dat Petrus en Johannes tot een verlamde man langs de kant van de weg moesten zeggen: ‘geld heb ik niet …’

En natuurlijk, ik denk dat wanneer Petrus en Johannes hadden gezegd ‘blijf hier nog even wachten’ (en wat kon deze mens anders dan blijven wachten?) of wanneer Petrus en Johannes hadden gezegd ‘zorg dat je morgen hier weer bent’ (en dat zou DV ook zo zijn want deze verlamde man werd elke dag daar neergelegd), dan hadden Petrus en Johannes best iets kunnen regelen. Dan hadden ze naar de bekeerlingen kunnen gaan en zeggen dat ze wat geld nodig hadden om een verlamde broeder te helpen. Of dan hadden ze misschien wel kunnen delegeren en uitbesteden door te zeggen: ‘lieve mensen, daar bij de Schone Poort bij de tempel, daar ligt een verlamde man, als jullie nu eens bij toerbeurt langs gaan om die man elke dag iets te geven. Dan doen we het met elkaar …’

En dan had het zelfs zo kunnen zijn dat Petrus en Johannes goede sier hadden gemaakt, ze hadden het toch maar goed geregeld. Dan hadden de eerste christenen bewondering kunnen oogsten, zo van kijk eens, dat doen ze toch maar. Samen en eensgezind. Ze doen goed werk, daar kunnen wij een voorbeeld aan nemen …

Maar dat doen Petrus en Johannes niet. Petrus en Johannes blijven staan bij deze verlamde man en dringen aan om elkaar aan te kijken van mens tot mens, ogen zijn de spiegels van de ziel, wordt er wel gezegd, in elkaars ogen kun je aflezen wat er ten diepste omgaat, maar dat vraagt wel het te willen en durven zien. Maar Petrus zegt tot deze man: ‘Kijk ons aan’ en dat wil zeggen dat Petrus en Johannes moeten zien wat er in dit mensenkind leeft, en deze als een pop afgedankte mens moet zien wat er in Petrus en Johannes leeft. ‘Kijk ons aan’ zegt Petrus! Maar Petrus en Johannes moeten ook zien! Dit kan niet anders dan zijn ‘zielsverwantschap, hartverwantschap, geen mensen die elkaar naar de ogen kijken, maar elkaar in de ogen zien.

Ja, Petrus en Johannes hadden hun hulpbronnen aan kunnen boren, met de invloed van Petrus en Johannes hadden er geldstromen los kunnen komen in overvloed, de verlamde mens had misschien wel zoveel kunnen krijgen dat hij er zelf van kon gaan delen.

Maar Petrus en Johannes deden iets anders, Petrus daalde af naar het niveau van deze mens die ook geen geld had. Geen invloed had op zijn eigen situatie. Maar Petrus zei wel wat hij wel had: en wat hij had dat gaf hij deze mens: ‘In de naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op!’ Nee, Petrus greep niet naar zijn eigen middelen en mogelijkheden, maar raakte zelf bewogen om een mensenkind, raakte een medemens aan in zijn ellende, hij greep hem aan zeggende ‘In de naam van Jezus de Messias, sta op’

En nu zouden we het zomaar als een bijkomstigheid kunnen lezen, dat het rond het negende uur was dat Petrus en Johannes naar de tempel waren gegaan voor het namiddaggebed. Maar Lucas, de schrijver van Handelingen 3 zegt daar wel iets bijzonders mee.

En dan is het goed om te weten dat in de tijd van Jezus gerekend werd met twaalf nachtelijke uren en twaalf dagelijkse uren. Bij het ochtendgloren begon de dag en bij het opkomen van de zon begon het eerste uur. En bij het vallen van de avond eindigde de dag en was het het twaalfde uur. Je kon er dus geen klok op gelijk zetten. Want in de zomer duurden de uren langer omdat de dagen langer duurden.

Denk ook aan de gelijkenis van de landheer en de arbeiders, de landheer die op verschillend uren van de dag naar de markt gaat om arbeiders naar het werkveld te sturen. Want de landheer kon het niet aanzien dat mensen doelloos, zinloos en brodeloos de dag aan zich voorbij zouden zien gaan. Als afgedankte poppen die geen mens wil hebben. Maar bij God is ieder mens van waarde!

Het negende uur van de dag. Dat is de tijd waarop Petrus en Johannes naar het namiddaggebed in de tempel zijn gegaan, en een verlamd mensenkind in de ogen zien, bij de rechterhand te nemen, zeggende ‘in de naam van Jezus Christus, de Messias uit Nazareth, sta op!’

En de evangelist Marcus schrijft in Marcus 15 ook over het negende uur van de dag! Op de dag dat Jezus van Nazareth wordt gekruisigd vond er een zonsverduistering plaats. Van het middaguur, het zesde uur tot drie uur later, het negende uur. En op dat negende uur was het dat Jezus aan het kruis uitriep: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ (Marcus 15:34)

Het negende uur, het uur van het namiddaggebed, in dat moment van duisternis riep Jezus Godverlatenheid uit! Het uur dat ook bij Petrus en Johannes in het hart moet staan gegrift. Het uur dat zij Jezus hebben horen uitroepen ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Maar Petrus en Johannes hebben gezien en ervaren ‘God verlaat u niet. God verlaat geen mens. Er valt zelfs geen mus op de aarde zonder dat de Hee God ervan weet.’ Hoe bijzonder, rond dat negende uur reiken Petrus en Johannes in de Naam van de Here Jezus de rechterhand. Op het negende uur van het namiddaggebed waar volgens de Joodse traditie Psalm 145 wordt gezongen en gebeden:

U, mijn God en Koning, wil ik roemen,
Uw naam prijzen tot in eeuwigheid.
Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
Uw naam loven tot in eeuwigheid.
Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
Zijn grootheid is niet te doorgronden.

En wanneer dan gezien wordt dat de lofprijzende en springende man zich vastklampt aan Petrus en Johannes, omringt door mensen die zich afvragen wat er gaande is, dan komt aan het licht waar het bij geloven in de Here Jezus om gaat. Want je kunt wel verbaasd gaan kijken naar een verlamde die heeft leren lopen.

Maar Petrus laat zijn toehoorders naar zichzelf kijken. Getuigende van Jezus van Nazareth die zij zijn gaan volgen, die hun Alles was geworden, Herder en Koning, Vriend en Gids, Grond van hun bestaan, Bron om van te leven.

Maar Petrus en Johannes houden de omstanders de spiegel voor: dat een verlamde de Here God looft en eert en dankt is door Jezus van Nazareth. Ja Hij waar de mensenmassa van weet, weet van heeft. Van de gekruisigde Jezus van Nazareth. Van wat er zich in hun nabijheid heeft afgespeeld. En Petrus haalt het aan: de Heilige en Rechtvaardige hebt u veroordeeld! Hij die de weg naar het leven wees, hebt U gedood! Maar weet dat wij in Zijn kracht staan, en dat wie u kent als de verlamde dat ook hij in Zijn kracht staat! In Zijn kracht staan wij, in Zijn kracht staat hij. Door de kracht van Jezus van Nazareth, de gekruisigde Heer die leeft!

Met minder woorden kunnen Petrus en Johannes het niet zeggen, als je weet waar het fout zit, dat je je mee hebt laten slepen, dat je onwetend bent geweest, op heb laten hitsen en Jezus aan het kruis hebt gebracht, waar je mee rondloopt en waar je mee zit: vraag in de Naam van Jezus vergeving, en geef in Jezus’ Naam vergeving. Geef en er zal je gegeven zijn, vergeef en er zal je vergeven worden. En geloof maar dat je er een beter mens van zult worden en zijn. In Jezus’ Naam. Gesterkt in het leven staan. Vanuit het duister en de schemer wandelend naar het licht. God lovend en roemend. Iedere dag opnieuw. Het kan niet op en het houdt niet op bij Gods genade. Hij geeft meer dan wij kunnen hopen, bidden en verwachten. Tot in alle eeuwigheid. In zijn liefde en vrede en in Zijn trouw. Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren