Handelingen 4 vers 5 – 22 • Van geluk spreken

Handelingen 4:5 – 22 en Psalm 16

Van geluk spreken

Gelukkig zijn, dat willen we allemaal. Geluk, dat is niet zomaar een meevaller, van geluk hebben, een toevalstreffer. Geluk, daar klinkt het woord ‘lukken’ in mee. Zoals wanneer je een draad door het oog van een naald wilt halen. Maar wanneer de draad wat pluizig is en de ogen zijn wat vermoeid en het licht wat beperkt, dan valt het niet mee om een draad door het oog van de naald te krijgen. Maar als het eenmaal zover is kun je zeggen ‘het is gelukt’!

Het is ook een gezegde, als het maar net goed is gegaan: ‘Je mag van geluk spreken, je bent door het oog van de naald gegaan.’

Maar ‘gelukkig zijn’ gaat verder, blijft niet beperkt tot een kort geluksmoment. Gelukkig zijn gaat over hoe je het leven ervaart. Over de omstandigheden waarin je je bevindt. Hoe het met je is. Iemand zong ‘Wat een geluk dat ik een stukje van de wereld ben. Dat ik de wijsjes van de sijsjes en de merels ken.’ (Rudi Carell) Gelukkig zijn in alle eenvoud. Maar er zijn ook mensen die beweren dat je je eigen geluk kunt maken. Maar vroeg of laat zul je er toch tegenaan lopen dat er is altijd wel iets dat volkomen geluk in de weg staat. Er is altijd wel een gemis of een verdriet. Of een belemmering.

Zoals ook in die oproep van Paulus aan de Filippenzen: ‘Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Maak mij volmaakt gelukkig! (Filippenzen 2:1&2)

En in de Bergrede prijst Jezus de mensen gelukkig die onderdanig en bescheiden zijn, ook al worden zij juist over het hoofd gezien en onder de voet gelopen. ‘Zalig’ met een plechtig woord. En Jezus prijst de mensen gelukkig die hongeren en dorsten naar rechtvaardigheid en eerlijkheid, juist omdat zij het zo zwaar te verduren hebben. Jezus prijst de vredestichters gelukkig, juist omdat de onvrede hen raakt en treft, zij met de onvrede niet willen leven. Jezus prijst mensen in de verdrukking gelukkig. De bergrede, de zaligsprekingen. Jezus’ Gelukswensen, Felicitaties! (Matteüs 5:1-12)

Gered zijn

Kijk dan eens naar de Bijbeltekst uit Handelingen 4 vers 12. Daar spreken Petrus en Johannes over ‘gered zijn’. Maar in andere vertalingen hebben zij het over hun ‘behoud’ en hun ‘zaligheid’. We zouden het er lang over kunnen hebben; ‘welke vertaling is nu correct?’ Maar Petrus en Johannes laten weten dat zij gered zijn door Jezus. Niet door toeval of geluk, maar omdat Jezus hun redding, hun ‘gelukzaligheid’ is geworden.

Handelingen 4 speelt zich af in het Sanhedrin, zeg maar een gezelschap van geleerde en godsdienstige mensen, die zich afvragen wat zij aanmoeten met Petrus en Johannes, door hen omschreven als eenvoudige ongeletterde mensen die vrijmoedig spreken over Jezus.

Gelovigen onder elkaar

En dan zou je kunnen denken dat de theologen en de priesters en Petrus en Johannes als ‘gelovigen onder elkaar’ wel zouden begrijpen. Mensen vertrouwd met de Schrift en met de uitleg daarvan. Mensen die de weg naar de tempel van Jeruzalem en naar de Joodse leerhuizen weten. Bij wie het is ingeprent en op het hart is gedrukt: Van God die het geluk, het levensgeluk van mensen voor ogen heeft. (Jeremia 29)

Maar in de dagen van Petrus en Johannes lag dat wel wat complexer. Want in korte tijd waren er duizenden gelovigen gekomen die mensen van ‘de Weg’ werden genoemd. (Handelingen 9:2) Mensen die ‘Christen’ waren geworden, getuigend van Jezus, de Messias, Koning en Heer. En iedere dag kwamen daar talloze bekeerlingen bij. Van huis uit Joodse mensen die ‘de Weg’ van Jezus gingen bewandelen, die gingen belijden ‘Jezus is mijn Heil en Jezus is mijn Redder, die er onder elkaar en naar buiten toe van getuigden: ‘Jezus is Heer!’

Complexe samenleving

Voor het Sanhedrin, dat gezelschap van godsdienstige geleerden reden om in beraad bijeen te komen. Geen ‘laat ze maar gaan, het kan geen kwaad’ of ‘het gaat wel over’. De priesterfamilies en de geestelijke stand vragen zich af ‘hoe dienen wij ons op te stellen jegens al die ontwikkelingen in de samenleving, en jegens de leiders van die beweging die Jezus als Redder en Messias verkondigen?’

Ja, zij waren al eerder bijeen geweest, om die nieuwe beweging rondom Jezus van Nazareth te stoppen. Er lagen als het ware allerlei Memo’s uit het verleden, die voor een heleboel onrust konden gaan zorgen wanneer die voor de dag zouden worden gehaald. Memo’s uit de dagen dat steeds meer mensen Jezus van Nazareth gingen toejuichen en waarderen. Het kwam zelfs zover dat een feestende mensenmenigte Jezus van Nazareth als een Koning Jeruzalem had ingehaald. Bejubeld met eeuwenoude Psalmen zoals Psalm 118 en Psalm 24 was Jezus de poorten van Jeruzalem binnengereden als een vredelievende rechtvaardige Koning, de toekomst lachte de vrolijke jubelende mensen toe.

Maar dat riep ook onrust op, politieke onrust, bestuurlijke onrust. De zorg onder de leiders om de grip en de eigen status te verliezen. Want de wereldmachten van de Romeinen en de geestelijke machten van Jeruzalem waren elkaar tegemoet gekomen. Zolang het op het tempelplein ordelijk zou verlopen, zolang de godsdienstige plichten zich niet zouden keren tegen Rome, zolang het rustig zou blijven in de straten van Jeruzalem, zolang er geen protesten uit zouden breken, of verzet zou worden beraamd, zolang het tempelplein geen broeinest zou zijn, en aan Rome het laatste woord zou worden gelaten, zolang mochten zij geloven wat zij wilden, werd de tempeldienst met rust gelaten …

Maar toen kwam Jezus, gevolgd en bewonderd door mensen met grote verwachtingen. Jezus van Nazareth, voor de één een Sterke held, een Vredevorst, een Wonderbare raadsman. Voor anderen een bedreiging voor Jeruzalem, een gevaar voor de tempel, een risico voor de traditie. Hogepriester Kajafas, hij was het geweest die toen in het Sanhedrin had gezegd ‘Het is beter dat één mens sterft voor het volk, dan dat een heel volk verloren gaat’ (Johannes 11:50).

Memo

Liever één mens offeren dan genocide op ons volk. Dat was de interne Memo die was besproken. Liever één slachtoffer buiten de stad, dan een massaslachting in de stad. Liever één steen des aanstoots uit de weg geruimd, dan dat er van Jeruzalem en de tempel geen steen op de andere zal worden gelaten. En zo was de keuze gemaakt, Jezus van Nazareth moest eraan geloven, overgeleverd aan stadhouder Pontius Pilatus, het was een pijnlijke dag vol valsheid en venijn, het doel moest de middelen heiligen, liever één mens verheven aan het kruis dan stad en land in de afgrond.

En als één man spreken zij Petrus en Johannes aan, in wiens naam zijn jullie bezig, waar halen jullie de moed, de kracht, het lef vandaan?

Hoeksteen van de samenleving

En Petrus en Johannes antwoorden dat er een genezing van een verlamde bedelaar heeft plaats gevonden in de Naam van Jezus Christus voor wie Psalm 118 is gezongen. Het klinkt het Sanhedrin bekend in de oren, van de steen waarvan de bouwlieden zeiden dat die steen waardeloos was, maar op Wie het bouwwerk tot stand is gekomen. Het is het werk van de Heer, een wonder in onze ogen. Alle reden om te juichen en je te verheugen!

Petrus en Johannes die getuigen bij de geestelijke adel en stand: er klinkt in de hemel een heerlijke Naam en die Naam is ons behoud. En in Hem alleen zijn wij gered, in Hem alleen ligt ons geluk, onze zaligheid. Niet uit eigen verdienste maar uit genade zijn wij gered, het is de hemel die heeft gegeven, tot behoud en zaligheid, geluk van alle mensen. (Psalm 118:22-24 en Handelingen 4:12)

De redding waarvan?

Wat een getuigenis van Petrus en Johannes! Dat hun redding niet is bij mensen, maar juist in wat mensen afkeurden! Bij de door mensen afgekeurde Hoeksteen. De redding waarvan? Gered worden van een goddeloos leven, leven van God los. Het bevrijdt worden van de levensvraag: ‘Is er leven na de dood?’ De verlossing van het knagende geweten: ‘Hoe in het reine te komen met God, met de naaste, met mijzelf …’

In eigen kracht God dienen?

Ja, Petrus en Johannes hadden zich kunnen beroemen op de wonderen die plaatsvonden, het wonder van de genezing van een verlamde bedelaar, het wonder van de bekering van duizenden volgelingen, het wonder van de prediking door eenvoudige mensen, het wonder van de gemeentegroei van mensen die alles op alles zetten om het koninkrijk van de hemel zichtbaar te maken op aarde, het wonder van groei tegen de verdrukking in, het wonder van de waardering die wordt geoogst om alle goede werken.

Maar Petrus en Johannes bewandelen de weg van de bescheidenheid, getuigen dat hun redding en hun zaligheid ligt in de Naam, die iedere andere naam op aarde overstijgt. De Naam van de Heer, die is wie Hij is. De Naam aan wie alle lof en eer toekomt. Laten weten: ‘Kunnen wij in eigen kracht God dienen?’ Of met dat modewoord van ‘Iemand in zijn of haar kracht zetten?’  Maar Petrus en Johannes getuigen: ‘Hij is de Enige die redding en zaligheid brengt, Hij is het uit wiens Naam kracht spreekt, geen andere Naam dan een heerlijke Naam, geen andere naam dan een hemelse Naam. De Hoeksteen door velen afgekeurd, terzijde geschoven, aan de kant gezet, maar Hij is het begin van alles, en hemel en aarde lopen op Hem uit!’

Van geluk spreken

Ja, kinderen van God mogen van geluk spreken! Het geluk dat het koninkrijk van de hemel is voor wie verlangt om kinderlijk eenvoudig te vertrouwen op de Weg die Hij leidt. Geloven in Hem die gelukwensen meegaf aan wie in alle eenvoud goed doen of het te kwaad hebben met het leven. Blijf geloven, de hemel is voor jou, ook nu al op aarde! Dat je de hemel niet kunt verdienen door grootse dingen te doen waar de wereld van opkijkt;

Gods kinderen weten, spreken van geluk, omdat zij een Naam kennen om aan vast te houden, in de Naam van de Here Jezus, bij Hem vinden zij roost, kracht en moed, vinden zij vreugde voor het leven. Wetende gered en behouden te zijn voor altijd en eeuwig. Een plaats bereid in de hemel, eeuwige gelukzaligheid. Kracht voor vandaag en vertrouwen voor morgen. Wetende Hij is erbij alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld. Kinderen van God kunnen spreken van geluk. Want God heeft hun geluk voor ogen. Hij is hun grote geluk en doet gelukken. In de Naam van Jezus. En in de kracht van Zijn Geest.
Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren