Johannes 11 vers 1 – 27 • Over Leven

Johannes 11:1-3 en 17-27

Wat mij steeds weer opvalt is de hechte verwantschap tussen Jezus, Marta, Maria en Lazarus. Zij geven om elkaar. Zij houden van elkaar. Marta en Maria en Lazarus zijn zussen en broer wonen in hetzelfde dorp Betanië. Maria die hartstochtelijk haar liefde voor Jezus had geuit, zij had Jezus met kostbare olie gezalfd en zijn voeten met haar haren had gedroogd. Dat was haar gave. De geur van de balsem had rondom Jezus en Maria gehangen en had zich door het gehele huis verspreid. (Johannes 12:1-3) En Marta had het in zich om voor anderen te zorgen. Dat was haar gave, de gave van dienstbaar zijn. Maaltijden bereiden, gastvrijheid betonen, dat was haar bediening. Marta en Maria, zussen met ieder hun eigen gaven. En hun broer Lazarus. Die ziek was geworden. Ernstig ziek. Doodziek.

Vriend, geliefden van Jezus

Maar zij weten van waar, van Wie zij hun hulp verwachten. Wanneer Lazarus ziek is geworden, wordt Jezus daarvan op de hoogte gebracht met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek’. Zo staat Lazarus bekend. Lazarus is een vriend van Jezus. Een wederzijdse vriendschap. Een wederzijdse genegenheid. Jezus hield van Marta en Maria, en van Lazarus.

Marta ging Jezus tegemoet

Maar er zijn meerdere dagen overheen gegaan, voordat Jezus naar Betanië afreisde. Om Lazarus in zijn ziek-zijn op te zoeken en om Maria en Marta te bemoedigen. Daar waren de omstandigheden ook naar. Jaloerse kringen zagen Jezus liever gaan dan komen. Oppositie zou Jezus wel willen stenigen. Stilzwijgend wel dood willen hebben. Je moet wel durven, je nabij het hol van de leeuw op gaan houden. Vandaar dat er dagen overheen gegaan, voordat Jezus op weg ging naar Betanië. Maar toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was, toen ging Marta Jezus tegemoet.

Tragisch dat Lazarus in de tussentijd bezweken is aan zijn ziekte. Lazarus is overleden, dood en begraven. En de periode van rouw is in volle gang, en mensen uit de omgeving omringen Marta en Maria om hen tot troost te zijn. En wanneer zij vernemen dat Jezus onderweg is, dan reageren Marta en Maria ieder op hun eigen manier. Maria blijft thuis, staat er in Johannes 11 vers 20. Marta gaat Jezus tegemoet. De één valt stil, de ander wordt actief. Zo gaat dat wanneer mensen in een crisis, in chaos, in gemis vervallen zijn. Ieder doet op eigen manier. Er is geen ‘sterk’ of ‘zwak’. Mensen in de rouw doen wat hun hart hen ingeeft.

Actualiteit 

Over rouwverwerking gesproken. Deze week was er een nieuwsbericht, dat er de komende tijd een (SIRE) campagne komt om ‘de dood’ meer bespreekbaar te maken. Om het te hebben over de dood. Onderzoekers menen dat onze samenleving het moeilijk vindt om het over ‘de dood’ hebben. Dat er bij het afscheid nemen teveel onbesproken kan blijven. Wat ‘rouwen’ en ‘verwerken’ moeizamer en langduriger maakt.

En ik moest daarbij even denken aan een oude oom en tante van mij. Mijn tante was nogal zwaar op de hand. En wanneer mijn ome Jan een grapje maakte, dan zei mijn tante met een ernstig gezicht ‘Je kunt beter aan de dood denken …’

Wat je er ook van vindt, voor mijn oude tante zou die SIRE-campagne dus niet nodig zijn geweest: Zij leefde met de dood, zij ontkende niet dat de dood op zeker moment het leven zal doorkruisen. Dat had het leven haar geleerd. Pijnlijk duidelijk gemaakt zelfs. Maar als gelovige in God die het leven geeft en het leven neemt rekende zij op een leven in de eeuwigheid. Dat was haar troost en zekerheid in de realiteit van alledag.

Het geloof van Marta

Marta in de Bijbel. Ook zij was vol geloof de Heer Jezus tegemoet gegaan. Marta die dwars door het verdriet om haar broer heen van getuigt: ‘Ik weet dat mijn broer bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan’. (Johannes 11:24) Marta geloofd in een leven na de dood. Hoopt en rekent erop. Dat is haar geleerd, dat is haar geloof. Juist nu het erop aankomt. De dood niet aan haar voorbij is gegaan.

En Marta ziet uit naar een einde van de tijden. Ziet uit naar de laatste dag. En Marta houdt eraan vast dat de dood van het lichaam geen definitief einde is. Dat is de kracht waarmee zij het verdriet en het verlies van Lazarus draagt. Zelfs haar geloof in de Jezus heeft er niet onder geleden, als zij zegt: ‘Als U hier was geweest, zou Lazarus niet zijn gestorven, maar ook nu weet ik dat God U alles geeft’.

Marta die bekend staat als de vrouw, altijd druk, druk, druk in de weer met potten en pannen. Maar in dat gedienstige leven ligt een diep geloof besloten: ‘Ik geloof in de opstanding en zie uit naar de laatste dag!’

Opstand en overgave

Opstandingskracht, daar zit het woord ‘opstand’ in. Wat opgevat kan worden als ‘verzet’. En het is waar, aan de dood, daar willen we niet aan. Daar willen we ons met alle kracht tegen verzetten. Ook door het leven te rekken. We hangen nu eenmaal aan het leven. En terecht, God is de Schepper van het leven, dat is al de openingszin van de Bijbel, de aarde was woest en doods en vol duisternis. Maar God zei dat er licht moest komen. En levende wezens in het water en op het land. God houdt van leven, en daarin is de mens een afspiegeling van Hem. En daaraan geeft Marta zich over. ‘Opstaan’ en ‘Overgave’ gaan in het geloof samen op.

Verzet tegen de dood

Ja, ‘verzet tegen de dood’ is menselijk en natuurlijk. ‘Verzet tegen de dood’ is een afspiegeling van de Schepper: van God die ook van het leven houdt. Het kost moeite het leven, geliefden, kinderen los te laten. En dat doet God ook niet. God laat niet varen wat zijn hand is begonnen. Het onbekende maakt onrustig. De teleurstellingen die het leven hebben gebracht, het knagende geweten, de tijd en de kans die ontbreekt om ‘het’ goed te maken. Ook daar heeft God geen vrede mee. Hij heeft het geluk voor ogen, voor Zijn volk, voor alle volken, voor Zijn schepping. De menselijke twijfel of je wel behouden zult zijn, of je de hemel wel binnen zult gaan. De hoop dat je vredig heen zult gaan, pijnloos en niet benauwd. Daar heeft God ook geen vrede mee gehad. Toen God het zuchten en het jammeren van Zijn volk in Egypte hoorde greep Hij in. En daarom heeft Hij Zijn Zoon naar de wereld gezonden. Opdat wie in Hem geloven rust zouden vinden. En het eeuwige leven.

Angst om te sterven

‘Geloof je dat Ik de Opstanding ben en het Leven?’ Dat vroeg Jezus aan Marta. ‘Dat je zult leven door In Hem te geloven, ook al gaat het sterven niet aan je voorbij. En Marta beaamde: ‘Ja Heer, ik geloof dat U de Messias, de Zoon van God bent.’ (Johannes 11:25-27) We kunnen er niet omheen dat de Evangeliën leren: Jezus van Nazareth zal ook sterven. Zal sterven aan het kruis op Golgotha. En de evangelisten laten weten dat Jezus, de Messias doodsangst heeft doorstaan. Hij zweette zelfs bloed. ‘Hematidrosis’ heet dat met een mooi woord. (zie Lucas 22:44) Dan knappen er bloedvaatjes van de stress en de spanning. Bloed vermengt zich dan met zweet. Angstzweet! Jezus heeft doodsangst uitgestaan!

Troost van een stervende

Ja, soms hoor je daarvan, dat een stervende troost bied aan geliefden om het sterfbed heen. Dat er een getuigenis klinkt van een open hemelpoort. Wat een wonderlijke kracht! Jezus sprak aan het kruis woorden van genade. Sprak naar een medegekruisigde uit dat hij ‘vandaag nog met Hem in het paradijs zal zijn’. Cruciale woorden, letterlijk! Want ‘crux’ betekent ‘kruis’ in het Latijn. Woorden op het kruispunt van zijn leven. Naar menselijke maatstaven op het doodlopend punt.

Zegen voor een stervende

Een veroordeelde die sterven gaat. De mensen hebben hun oordeel uitgesproken. Gunnen hem geen genade. Jagen hem de dood is. De veroordeelde wist het zelf ook, hoe zijn leven was verlopen. Als mensen zo over je denken, als je zelf van je misdragingen weet, wat zal God dan straks gaan zeggen? Benauwd en angstig voor wat komen gaat moet hij het aan Jezus hebben gevraagd, gesmeekt, een laatste strohalm, trekkende aan het kortste eind: ‘Denk aan mij in uw paradijs, vergeet mij niet, laat mij niet overgeleverd zijn aan …’ Maar dan Jezus! Jezus beloofde hem het paradijs! Een woord van genade op het cruciale tijdstip. (Lucas 23:41-43) ‘Opstandingskracht’! Vandaag al het paradijs! Bij Mij zul je zijn! Veilig in Jezus’ armen!

Jezus de Opstanding en het Leven

‘Marta, Marta, je maakt je druk om zoveel dingen’. Dat zei Jezus tot Marta toen zij zich verloor in alledaagse dingen. Maar diezelfde Marta is hier naar voren gekomen als de diepgelovig vrouw met een dijk van een geloofsovertuiging! Letterlijk ging zij voor Maria uit, Jezus tegemoet, zeggende: Heer, U bent de Messias, U bent de Zoon van God die mij het leven geeft.

‘Marta, Marta, je maakt je druk om zoveel dingen …’ Zegt de Heer dat ook niet tot ons? ‘… … (vul hier je naam in), je maakt je druk om zoveel dingen …’ Terwijl iedere levende ziel uitgedaagd wordt om de woorden van Marta te beamen: ‘Heer, U bent de Messias, U bent de Zoon van God, die mij het leven geeft.’ Het zingen met een lied van Taizé:

‘Prijs de Heer mijn ziel, en prijs zijn Heil’ge Naam,
prijs de Heer mijn ziel, die mij het leven geeft’.

Of om het met een Kerklied uit te zingen:

Jezus, leven van mijn leven,
Jezus, dood van mijne dood,
die voor mij U hebt gegeven,
in de bangste zielennood,
opdat ik niet hoop’loos sterven,
maar uw heerlijkheid zou erven,
duizend, duizend maal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer!



Heer, verzoener van mijn zonden,
Heiland, die mij hebt gezocht,
die mijn boeien hebt ontbonden,
en voor God mij vrijgekocht,
ik, onrein in schuld verloren,
ben opnieuw in U geboren:
duizend, duizend maal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer!

Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren