Johannes 12 vers 12-26 • Graankorrel

Naar Johannes 12:12-26 en 1 Koningen 10:1-13

Op Spitsbergen, vlak bij Longyearbyen heeft de Noorse regering een bijzonder initiatief genomen. Spitsbergen ligt vlak bij de Noordpool. En in de bevroren rotsgrond van Spitsbergen hebben de Noren een zadenbank ingericht. Waar de zaden van zoveel mogelijk planten en gewassen bewaard worden voor het geval dat er een gewas op aarde met uitsterven zou worden bedreigd.

Bijvoorbeeld door de inslag van een meteoriet uit de ruimte. Of door klimaatverandering of een natuurramp. Of door radioactieve straling van een ongeluk of een oorlog. Dan kan er een beroep worden gedaan op de zadenbank van de Noren. Om weer graan en groenten en fruit en bloemen en planten en bomen te kunnen kweken. Opdat de wereld kan overleven.

Dit idee van een zadenbank is niet nieuw. Het idee is zelfs heel oud! Wist u dat er in een aantal piramides van Egypte ‘graanmummies’ zijn gevonden? De Egyptenaren balsemden hun farao’s en gaven ‘grafgeschenken’ mee om in het hiernamaals van te leven. Zo ook ‘graanmummies’ die er uitzagen als ‘miniatuur-farao’s’. Lijkkisten gevuld met graan en vruchtbare aarde. De Egyptenaren geloofden in een eeuwig leven voor de farao. Het graan in de piramides daarvan de stille getuigen.

Hosanna

Jezus van Nazareth is naar Jeruzalem op weg gegaan. Als een koning wordt Jezus Jeruzalem binnengehaald, een feestelijke jubeltocht alsof er overwinningen zijn behaald. Vanwege het bericht dat rondgaat, dat Hij Lazarus uit het graf heeft geroepen. De mensen langs de kant van de weg bejubelen Hem en juichen en prijzen Hem de hemel in. ‘Hosanna, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer’. Als een koning, de koning van Israël wordt Jezus Jeruzalem binnengehaald.

Het zaad dat gezaaid is, dat begint te ontkiemen. De woorden die Jezus gesproken heeft zijn door de mensen goed ontvangen, in de smaak en in goede aarde gevallen. De dingen die Jezus heeft gedaan gooien hoge ogen. Goed, hier en daar op harde grond en tussen het onkruid, maar in grote lijnen doet Jezus het goed. Vooral bij gewone mensen. En bij mensen die als ‘fout’ zijn gelabeld. Die hebben een streepje voor bij Jezus.

Stel je voor, een land geregeerd door een koning die ervoor zorgt dat niemand honger heeft, niemand ziek blijft, vrede heeft. Waar geen rouw meer is en geen verdriet. Waarin stad en land, mensen dieren en dingen tot recht komen!  Jezus van Nazareth, Hij wordt als een koning binnengehaald in Jeruzalem. De hosanna’s en de steunbetuigingen zijn niet van de lucht, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël!

Ja, Jezus baart opzien, ook over de landsgrenzen heen. Dwars door verschillende culturen heen. ‘De hele wereld loopt achter Hem aan’ concluderen de Farizeeën. ‘Wij hebben niets bereikt’, verzuchten zij, Ja, zo gaat het verhaal de wereld rond! Grieken hebben het vernomen, van Jezus die op handen wordt gedragen, de mensen spreiden hun klederen uit over de weg, er is een ezel van stal gehaald en dat schetst het toonbeeld van vredelievendheid, bijna komisch maar wel veelzeggend, vrede, dat is waar de mensen naar verlangen. Lachen en plezier hebben, daar hebben de mensen zo’n behoefte aan. Voorbeelden dat het ook anders kan dan hoogdravendheid en wapengekletter, bij Jezus wuiven de mensen met de bladeren van de bomen. En dan al die mensen! De mensen spreidden hun klederen voor Hem uit over de weg. Als eerbetoon, de gekleurde loper gaat voor Hem uit. Jezus’ rijdier wordt met klederen bedekt.

En Griekse mensen van overzee, die krijgen het mee, klampen Jezus’ leerlingen aan, misschien zijn het wel Griekse mensen van Joodse komaf, die van huis uit weten van de God van Israël. Of Grieken met hun eigen wijsheden, wie het weet mag het zeggen. Maar Griekse mensen klampen Filippus uit Betsaïda aan. Het zaad van Jezus baart opzien, gaat de wereld rond! Maar Filippus en Andreas zijn er niet gerust op!

Ja, mensen van overzee zien hoe Jezus de hemel in geprezen wordt. Maar er is ook oppositie, tegenstand, jaloezie, weerwil. De gevestigde orde van Jeruzalem vindt de opkomst van Jezus maar niets. Een gevaar voor de vrede. Een bedreiging van eigen belangen. Al generaties lang zijn zij het die de traditie hoog en in ere houden. De tempeldienst draaiende houden, de leer in ere, de mensen bij de les houden, normen en waarden in stand houden. Naar de letter van de wet, de Wetten van Mozes, de Thora, de trots van Jeruzalem.

En dan komt daar ineens uit het niets een timmermanszoon uit Nazareth de les lezen. Schoenmaker, houd je bij je leest, blijf timmeren aan je eigen weg maar gooi niet hier de glazen in! Maar daar zit ook pijn. De Schrift heeft hen gemaakt wie zij zijn. Hun kennis en komaf heeft gemaakt wie zij zijn. En dan komt daar Jezus van Nazareth!

Jezus van Nazareth, voor velen is Hij een bron van inspiratie. Maar voor de gevestigde orde is Jezus een bron van irritatie. Zij zien in Hem een prediker uit het niets, een prediker van niets; kan uit Nazareth iets goeds komen? Maar zij zien ook: massa’s mensen lopen achter Hem aan. Ze krijgen er geen speld meer tussen. Hij heeft het over het oog van de naald, dat je daar nauwelijks kameel doorheen krijgt. Tenzij je alles aflegt. En tegelijk horen zij Hem zeggen dat Hij de deur van de schaapskooi is. En dat de schapen in en uitgaan. Een wonderlijke leer.

Zich aangetast weten in hun eer. Dat heeft de Farizeeën in de greep. Zij denken dat er getornd wordt aan hun voetstuk. Zien zij niet in dat de Here Jezus ook hen wil laten groeien in geloof. Ook met hen heeft Jezus het goede voor. Ook voor hen wil Hij tot zegen zijn. Maar daarvoor zijn hun ogen blind en oren doof. Alles is hen eraan gelegen om het zaad dat Hij zaait in de kiem te smoren.

Hoe zal Jezus reageren op Filippus en Andreas?  Zou Hij reageren met ‘Heerlijk om te zien hoe het zaad in goede aarde valt?’ Van ‘Zie je nu wel, engelen zullen Mij behoeden op al mijn wegen, zij zullen Mij op handen dragen, de hemel in prijzen? En zien jullie de groeiende kring van beschermelingen en vertrouwelingen? De velden zij rijp om te oogsten, tel uw zegeningen!’ Of zal Hij opnieuw gaan zeggen ‘Pas op voor de zuurdesem van de Farizeeën. En voor de Sadduceeën en hun zuur?’

De graankorrel die sterven moet

Beide antwoorden liggen voor de hand. Maar Jezus zegt iets anders. Hij zegt dat een graankorrel moet sterven om vrucht te gaan dragen. Sterven aan zijn eigen ik. Verschrompelen in het donker van de aarde. De graankorrel moet zichzelf opofferen om tot een graanhalm uit te groeien. Aan het zicht onttrokken moet het wonder van het leven zich voltrekken. Zoals in de natuur, stel je voor wanneer je de graankorrels van een korenaar in de aarde zaait, dan komt er een heel graanveld van. Velden graan, rijp om te oogsten!

Een logisch verhaal. Totdat het jezelf, je eigen leven betreft. Dan wordt het een ander verhaal. Een boodschap die niet langs Jezus heen gaat. Het gaat Hem aan het hart. Gaat dwars door Jezus heen. ‘Ik ben doodsbang’ zegt Jezus in Johannes 12 vers 27. ‘Ik sta doodsangsten uit’. Jezus, de Zoon van God, heeft stervensangst. De Mensenzoon die weet van het offer dat straks in Jeruzalem gebracht gaat worden.

De verhevenheid van de Here Jezus, die uit gaat lopen op een minachtend kruisverhoor, een vernederende kruisiging. Zijn wieg was een kribbe, Zijn troon was een kruis. Een spottend en waarschuwend opschrift boven Hem gespijkerd: ‘Dit is de koning van de Joden’. Waarna Zijn lichaam in de aarde, in een graf werd gelegd. De Graankorrel in de aarde.

Wie willen daaraan? Tot op zekere hoogte kunnen wij daarin wel meegaan. Van harte geloven dat de Here Jezus voor ons is gestorven aan het kruis. We zingen ervan in onze liederen, we lezen ervan in de Bijbel, we laten het klinken in onze getuigenissen, het is het hart van ons geloof. Zaaien in woord en daad in Gods akker. In de kerk, thuis, op school, op het werk. Zaaien van het zaad dat in ons leven is gezaaid en in goede aarde is gevallen. Prima, en nog fijn om te doen ook! Zolang we er zelf maar niet aangaan, zolang we er zelf er maar niet aan onderdoor gaan. Het moet wel leuk blijven …

Maar zelf sterven als een graankorrel, er helemaal aan gaan? Daarmee komen we aan bij het hart van het evangelie! De Here Jezus gaat eraan! Hij gaat aan het kruis! Alle reden om het benauwd van te krijgen. Om bang van te worden. Jezelf opofferen. Het geloof en de hoop en de liefde die in je zijn zwaar proef gesteld. De Here Jezus weet ervan. Hij weet er alles van! Hij weet er meer van dan wie dan ook!

En daarmee komen we aan bij de betekenis voor onszelf. Denk daarbij aan de zadenbank van Longyearbyen. En denk daarbij aan de ‘graanmummies’ van Egypte. De wereld neemt het zekere voor het onzekere. De farao’s namen het zekere voor het onzekere. Je weet immers maar nooit. Alles veilig stellen, alsof het leven daarvan afhangt. Dat zit ook in onze aard als mens.

Maar soms gaan mensen dood aan hun eigen ik. Je kunt dood gaan aan je eigen ik. Stel je voor dat je denkt, dat je leven afhangt van je carrière en je succes en je goede naam. En dan ineens gebeurd er iets dat alle plannen in duigen vallen. Heb je dan nog een leven?

En stel je voor dat je denkt, dat je leven afhangt van je vitaliteit en je veerkracht en je uitstekende prestaties. En ineens gebeurd er iets waardoor je inboet, je kunt niet meer meekomen, je holt zienderogen achteruit. Heb je dan nog een leven?

En stel je voor dat je denkt, dat je leven afhangt van je spullen en je status en prachtige vooruitzichten. Waar je alles op alles voor zet, alles voor over hebt, alles voor op het spel zet. Geen tijd voor je man, je vrouw, je kind, je ‘vul zelf maar in’. Je maakt het wel goed in het weekend. Of op zijn tijd een cadeautje of een som geld, een gulle gift. Je maakt het wel goed op vakantie, of bij de komende feestdagen, bij het pensioen. Graankorrels in een potje voor later. Pensioenpotjes. Graanmummies. Stil maar, wacht maar, maar dan gaan we echt leven.

De Here Jezus heeft iets anders voor ogen met u, met jou, met mij! Als gelovige mensen mogen jij en u en ik in de naam van de Here Jezus weten dat wij geen verliezers, maar overwinnaars zijn! ‘In Christus ben je meer dan een overwinnaar!’ In Leven en in sterven, wij zijn van Hem! Geen verliezers maar meer dan overwinnaars! Vergeet dat niet!

Jezus’ levensles waarin Hij ons wil laten rijpen, vrucht wil laten dragen: ‘Wie zijn of haar leven wil behouden zal het verliezen. Maar wie zijn of haar leven verliest vanwege Mij en voor Gods plan, die zal het behouden.’ Waarmee we aankomen bij de genade van de Here Jezus. Wat wij nooit en te nimmer op kunnen brengen, dat heeft de Here Jezus voor ons gedaan, dat Heeft Hij volbracht. Zijn leven als een graankorrel in de aarde gelegd om te sterven, in liefde voor God de hemelse Vader. In liefde voor de wereld waarvan Hij wist dat God die wereld zo lief heeft. In liefde voor de mensen die Hij genas en bij wie Hij in het midden was. Om in ons hart en leven in goede aarde te vallen. Als een graankorrel in de aarde.

Daarbij denkende aan een liedje van Herman van Veen.

‘Ik heb dat tedere gevoel
voor iedere man, voor iedere vrouw,
die in volkomen weerloosheid
een ander mens beminnen kan’

In volkomen weerloosheid heeft de Here Jezus u en jou en mij lief!
Hij, die in volkomen weerloosheid ons mensen bemind.

Amen

Celestine Oliphant-Schoch (1863-1941)
schreef daartoe het volgende lied;

Geef dan uw tijd niet aan ijdele zorgen;
help hen, die vielen, breng troost in hun smart!
O, laat uw licht schijnen, blij als de morgen;
wijs op de Heiland, die rust geeft voor ’t hart!

Weet, al uw arbeid, uw lijden voor Jezus,
’t wordt door Hemzelve geschat naar zijn waard’.
En eens daarboven, daar vinden we weder
vruchten van ’t zaad, dat wij strooiden op aard.

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren