Johannes 21 vers 1 – 14 • Brood, Vis, Vuur

Johannes 21 :1 – 14 en Jesaja 43:1-7

Wanneer in de Bijbel mensen door God worden aangesproken, dan is dat vaak op momenten dat er veranderingen nodig zijn. Adam en Eva in het paradijs werden door de Here God aangesproken omdat zij zich bang verschuilt hadden tussen de bladeren. Maar dat is geen leven, en daarom vroeg de Here God aan Adam en Eva waarom ze zich zo hadden verstopt.

Noach werd door de Here God aangesproken omdat wat de mensen deden boos was en slecht. En ook dat was geen leven zoals de Here God had gedacht. En daarom sprak de Here God Noach aan voor een reddingsplan, niet alleen voor Noach en zijn gezin, maar God sprak Noach aan om de gehele aarde te gaan redden, mens en dier en al wat leeft.

Ook Abraham werd door de Here God aangesproken, omdat de Here God zijn zegen over de mensheid uit wilde spreiden. Dat is de werkwijze die vaker gezien wordt bij God, Hij spreekt een enkeling aan om vanuit die ene mens en dat ene gezin Zijn werk te gaan doen. God riep Abraham om hem een voorbeeld te laten zijn voor alle volken van de aarde, zodat Gods zegen kan rusten op alle mensen.

Zoals ook bij Mozes, Aäron en Mirjam, een gezin dat de Israëlieten voorging op weg naar het Beloofde Land. In Egypte was het geen leven. Samuël die geroepen werd omdat het vuur, het licht van geloven bijna uit was gegaan. Jesaja, Jeremia en Ezechiël die Gods Woord door gingen geven aan de Joodse mensen. Want leven van God los is geen leven. David die geroepen werd een herderlijke koning te zijn. Verhalen die vertellen dat God roept wanneer de nood het hoogst is, wanneer er geen uitwegen meer lijken te zijn. Zoveel verhalen die vertellen dat de Here God met de enkeling begint!

Leerlingen in ontwikkeling

Jezus van Nazareth is Zijn werk ook met de enkeling begonnen. Zoals met Simon Petrus, Natanaël, Tomas, Jakobus en Johannes en nog enkele andere mannen en vrouwen die bij Jezus waren gaan horen. Jezus van Nazareth zag het met hen zitten, en bij hun roeping door Jezus zal er zeker opwinding en enthousiasme zijn geweest. Een wending in hun leven. De visserij aan het meer van Galilea, het wonen in het plaatsje Kafarnaüm achter zich gelaten, mogelijk ook familie en vrienden daargelaten om bij die spraakmakende Jezus in de leer te gaan. ‘Zij waren bezig hun netten te herstellen, en zij lieten hun vader Zebedeüs en zijn boot achter en volgden Hem’ schrijft Matteüs over Jakobus en Johannes.

Simon Petrus, Natanaël, Tomas, Jakobus en Johannes en de anderen, zij waren bij Jezus van Nazareth gaan horen, een rabbi die op vele mensen grote indruk maakte. Zij waren erbij hoe de Here God als het ware een golfbeweging, een rimpeling bracht in de levens van mensen en in het Joodse land. De verwachting gewekt dat het koninkrijk van de hemel in het land waarin zij leefden hersteld zou gaan worden. En zij hoorden erbij, zij hoorden bij Hem. Opwinding alom, veranderingen in hun leven, ook in hun geloofsleven. Een golf van elan en een frisse wind van geloven ging door het Joodse land.

Geloofs- en levenslessen

Zoals ook in het leven van Petrus, door Jezus een kei van een kerel, een rots, een fundament genoemd. Op Petrus zal ik bouwen, had Jezus gezegd. Wat zal Simon Petrus gegroeid zijn. En Natanaël die zo bedenkelijk kan zijn, kritisch had hij in het begin schamper gezegd ‘Kan er uit Nazareth iets goeds komen?’ Maar Natanaël had zijn mening bijgesteld: bij Jezus van Nazareth niets dan goeds!

En Jakobus en Johannes hadden bij Jezus ook veel geleerd. Dat het in het koninkrijk van de hemel niet in de eerste plaats gaat om de eigen ik, de ereplaats waar iedereen naar jou opkijkt, maar dat het gaat om de ander zien in het licht van God, de ander belangrijker waarderen dan jezelf. En Tomas bij wie door Jezus geloofstwijfels weg haren genomen, die een persoonlijk geloofsbelijdenis had geleerd: ‘Mijn Heer en mijn God!’

Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en de golven luisteren naar Zijn stem? Dat hadden deze leerlingen zich afgevraagd, eens toen Jezus de wind en de golven en hun doodsangst het zwijgen had opgelegd.

Uit vissen gaan

‘Ik ga vissen’ zei Simon Petrus. ‘Wij gaan met je mee’ zeiden de anderen. Leerlingen van Jezus die de draad van het leven opnemen, met vers in hun geheugen het lijden en sterven van Jezus. Maar ook het vissen in het weten van de Levende Heer.

Zorgen voor het dagelijks levensonderhoud, en het dagelijks leven in het vertrouwen dat de Heer voor je zorgt, dat gaat bij het gelovige leven gelijk op. Maar tegelijk is ook dat een levensles op zich. Want als je goed met je handen kunt werken, wees dankbaar dat de Heer je die vaardigheden hebt gegeven. En als je een groot en wijs verstand hebt, alle reden om de Heer daar dankbaar voor te zijn. En als je werk vruchtbaar is en je steeds weer opnieuw weet te slagen, reden voor dankbaarheid.

Vissen met dubbele bodem

Maar wat nu als het gaat om het ‘visser van mensen’ zijn? Mensen die willen winnen voor het koninkrijk van de hemel. Ben je vriendelijk geweest voor wie dat nodig had? Dat vraagt soms de extra mijl gaan. Heb je jezelf kunnen beheersen toen het erop aankwam? Dat kan soms moeite kosten. Kon je het opbrengen om vergevingsgezind te zijn? Daar moet vaak veel voor opzij gezet worden. Lukte het je om lief te hebben ook al kostte het je moeite? En heb je woorden kunnen vinden om van de Here God te vertellen? Heb je wellicht iemand dichter bij de Here Jezus gebracht? Juist door de extra mijl te gaan, van koers te veranderen, een andere benadering.

De vissers van het Meer van Galilea geven een eerlijk antwoord. ‘Wij staan met lege handen. Wat U vraagt hebben wij niet in de hand. De hele nacht gevist en niets gevangen. ‘Een eerlijk antwoord. ‘Wij hebben U niets te bieden’. Het eerlijke antwoord van mensen met lege handen, maar waar Jezus het niet bij laat.

‘Werp je net uit over het andere boord, niet links maar rechts, werp je net uit over stuurboord in visserslatijn’ riep Jezus, de Roepende aan de oever uit naar de mensen die Hij bezig zag op het Meer van Galilea, als ware in hun ‘Levenszee’.

Stuurman aan de wal

En zoals bij alle roepingen en raadgevingen, het gaat om gehoor geven, gaan handelen naar de stem, het woord dat tot je komt, de boodschap niet langs je heen laten gaan maar tot je door laten dringen en daarnaar gaan handelen. Al die dingen die Simon Petrus laat zien. Jezus die ‘De beste Stuurman aan de wal’ blijkt te zijn wanneer Petrus Zijn goede raad niet in de wind slaat. En Petrus die daar helemaal in op gaat, Petrus telt zijn zegeningen en houdt het niet bij goed geluk of een meevaller maar roept het uit: ‘Het is de Heer!’ Alle zegeningen komen van Hem!

Tel je zegeningen

Nee, niet de eigen kennis en kunde en wijsheid overboord zetten! Want voor de Heer zijn het bruikbare gaven en talenten! Aanvaard ze als gaven van de Heer! Maar wellicht nodig om anders uit en in te zetten. Net als Petrus die varen ging op de aanwijzingen van de Heer en zijn zegeningen telde! ‘Nee, niet ik maar Christus is het, het is de Heer! Kan ‘k in eigen kracht God dienen? Nee, het is de Heer! ‘k Wil U o God mijn dank betalen! Ik weet het tot in het diepst van mijn ziel! Het is de Heer!’ Simon Petrus die een sprong in het diepe maakt, de Heer tegemoet die op hem wacht met brood en vis en vuur. De Levende Heer die een boodschap heeft aan Simon Petrus. En Petrus ziet Jezus staan, met bij Zich brood en vis en vuur.

Brood …

Petrus, weet je het nog van het brood dat Ik deelde, aan zoveel mensen hier aan de oever van het Meer? Weet je het nog van de overvloed, en hoe Ik het brood brak bij de maaltijd, dat Mijn lichaam gebroken moest worden tot behoud van velen? Petrus, deel jij ook zo je leven met de mensen om je heen. En een visser van mensen zul je zijn. In hemels naam.

Vis …

En Simon Petrus, weet je het nog, van toen Ik je riep en zei dat je bij mij een visser van mensen zult worden? Maar weet je het nog, van die keer dat je niet voor Mij moest gaan staan om Mij tegen te houden, en van die keer dat je naar je zwaard greep en het voor Mij op wilde nemen, dat Ik zei dat je achter Mij moest gaan staan, in Mijn handel en wandel moest blijven. Dan zul jij een visser van mensen zijn. In hemels naam.

Vuur …

De Here Jezus die aan Petrus een boodschap heeft, met het vuur zonder woorden een hint geeft aan Petrus. Petrus, je bent Mijn vriend, maar weet je het nog, toen bij jou het vuur aan de schenen werd gelegd? Je durfde het toen niet toe te geven, dat jij bij Mij hoorde. Dat je het op een lopen zette. Petrus, je bent Mijn vriend en Ik heb je tranen van spijt en verdriet gezien. Weet dat jij Mij lief hebt. Kijk eens hier, brood en vis, weet dat het vuur van de liefde gloeit. Wacht maar af, je zult het zien, jij zult straks mensen vangen, winnen voor Mijn liefde. Zoals Ik jou gewonnen heb voor Mij. In hemels naam.

En die anderen dan?

En die anderen dan die erbij stonden en ernaar keken? Tomas en zijn twijfels, Natanaël en zijn bedenkingen, Jakobus en Johannes die een stapje terug moesten doen? Ja, de Here Jezus had bij Tomas twijfels weggenomen. De Here Jezus had laten zien wie Hij was bij Natanaël. Jakobus en Johannes waren meer gaan begrijpen van Jezus’ koninkrijk. Maar mogen wij het met hen meer en meer leren zeggen: ‘Het is de Heer!’

Hij roept en maant ons toe om bij Hem te zijn, er voor Hem te zijn, er in Zijn Naam te zijn. Misschien roept Hij ons wel net als Petrus. Om een visser van mensen te zijn. Of heeft Hij iets anders, iets beters voor u, voor jou en mij. Om hoe dan ook net als Petrus voor Hem door het water te gaan. Ondergedompeld in Zijn vergevende liefde. Of als een Daniël door het vuur. Staande in Zijn kracht, voor en door wat voor hete vuren dan ook. Maar hoe dan ook gedreven en bezield door het vuur van Zijn Geest, van Zijn liefde, van Zijn goedheid. Hartverwarmend. Wetende tot in het diepst van je ziel: Je bent van Hem!

Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren