John Wesley (1703 – 1791)

John Wesley, Grondlegger van het Methodisme

Het is 9 februari 1709. Er breekt een uitslaande brand uit in de pastorie van het Engelse Epworth, en de bewoners, het echtpaar Samuel en Susanne Wesley ontvluchten met hun kinderen het huis. Maar hun vijfjarige zoon John is achtergebleven: zijn slaapplaats is de zolder. Een moedige redder weet hem te bereiken en de kleine John uit het huis te halen. Deze gebeurtenis staat diep in het geheugen gegrift van John Wesley, die zichzelf beschouwd als ‘een brandhout uit het vuur gerukt’. De redding van een jongetje van een vlammenzee wiens hart gaat branden voor de liefde en de genade van God.

Holy Club

John Wesley gaat studeren aan de universiteit van Oxford. Waar hij de ‘Holy Club’ opricht. Deze ‘club’ bestond uit een groep studiegenoten, geleid door John Wesley, die hun geloof tot een actief onderdeel van hun dagelijks leven willen maken. In tegenstelling tot de zondigheid van het vroege 18e-eeuwse studentenleven in Oxford, streefde de ‘Holy Club’ actief naar een leven van gebed, bijbelstudie en morele verantwoording aan God en elkaar. Hun methodische benadering van heiligheid levert hen het spottende label van ‘methodisten’ op. De ‘Holy Club’ vormt zich tot een belangrijk onderdeel van het leven van gelovige jongemannen aan de universiteit van Oxford..

Herrnhutters

Het verhaal gaat dat John Wesley aan boord van een schip gedurende een oceaanreis naar Amerika in aanraking is gekomen met de Moravische Broeders (en zusters) ook wel genoemd de Herrnhutters. Deze christenen waren op reis gegaan om missionair werk te gaan doen onder de inheemse bevolking van Amerika. Wesley zelf was ook op weg naar Amerika voor een zendingsreis, om geestelijk werk te gaan doen onder de van origine Engelse landverhuizers. Tijdens de reis maakten het schip en de opvarenden zwaar stormweer mee, waarbij velen veronderstelden dat het schip zou vergaan. De Moravische broeders en zusters echter brachten de periode van storm en gevaar voor het leven door in berustend geloofsvertrouwen.

Wesley maakte nader kennis met de ‘Herrnhutters’ en maakte mee hoe zij zich dagelijks wijdden aan gebed, het overdenken van Gods woord en samenzang. De ontmoetingen met de ‘Herrnhutters’ (onder de hoede van de Heer) hebben een grote invloed gehad op de geloofsbeleving en -praktijk van John Wesley.

John Wesley’s bekering

Teruggekeerd van deze zendingsreis naar Amerika die hij als een mislukking zou hebben ervaren blijft Wesley het evangelie prediken, ook al is hij zich ervan bewust geworden dat er een gemis in zijn leven is. Wesley ondervond dat hij weinig geestelijk werk kon verrichten, aangezien zijn landgenoten drukker waren met het opbouwen van een nieuw bestaan, als dan met geestelijke zaken. Aan zielzorg kwam men niet toe. In 1738 ontmoet hij Peter Bohler, wederom een Herrnhutter, met wie hij persoonlijk spreekt over zijn eigen geestelijk leven. Bohler moedigt Wesley aan om een ter dood veroordeelde gevangene te bezoeken om hem de weg naar het eeuwige leven te wijzen. Wesley neemt de taak op zich en spreekt met de gevangene. Deze komt tot bekering en weet zich verzekerd dat zijn zonden zijn vergeven.

Verbazingwekkend dat Wesley zowel in samenkomsten als in het pastoraat oproept tot bekering, maar zelf nog niet tot een bekeringservaring is gekomen. Totdat de 24ste mei aanbreekt van het jaar 1738. Het is kwart voor negen in de avond. Wesley bezoekt (met tegenzin, zoals hij zelf zegt) een huissamenkomst waar Luthers kanttekeningen op de Romeinenbrief worden uitgelegd. John Wesley schrijft in zijn dagboek: ‘Ik voelde mijn hart op vreemde wijze warm worden. Ik voelde dat ik vertrouwde op Christus, op Christus alleen, tot mijn behoud’ Er werd mij een verzekering gegeven dat Hij mijn zonden heeft weggenomen, mij gered heeft van de wet van de zonde en de wet van de dood’. Wesley benoemt deze ervaring als zijn werkelijke bekering tot geloof in het lijden en sterven van de Here Jezus Christus.

Verzoening en heiligmaking

John Wesley schrijft later in een preek over ‘De bekering van gelovigen’ en over ‘Heiligmaking’: “Er groeit een diepe overtuiging dat we nog niet volledig geheeld zijn; dat onze harten niet volledig gereinigd zijn; dat er een negatieve geest heerst die vijandschap naar God uitstraalt; dat een scala aan zonden in ons hart blijft heersen, afgezwakt, dat wel, maar niet vernietigd. Dit alles zegt ons zonder twijfel dat een verdere verlossing beslist nodig is.’

Grondleggers van het Methodisme

John Wesley (17 juni 1703 – 2 maart 1791) en zijn broer Charles Wesley (1707-1788) staan bekend als representanten van de herleving van de prediking van Gods genade. Deze opwekking van het christelijk geloof in de achttiende eeuw wordt wel genoemd de ‘Great Awakening’ ofwel ‘De Grote Opwekking’ maar ook bekend staande als de ‘Evangelical Revival’. John Wesley wordt daarbij genoemd als de initiator, Charles Wesley als de schrijver van liederen.

John en Charles Wesley legden daarbij overeenkomstige theologische accenten, ondermeer de persoonlijke relatie en toewijding aan de Here Jezus door wie Gods genade de mens toekomt wanneer een mens zich bekeerd. Vergeving van zonden en verzoening tussen God en de mens en de heiligmaking zijn daarvan de uitwerking: de geloofsopvatting van het Methodisme waarvan John Wesley mede de grondlegger is. Wesley neigde daarbij naar de geloofsopvatting van Jacobus Arminius, in die opvatting gaan de vrije wil van de mens en geloof in God vooruit aan de genade en de vergeving van en door God. Waarop God de mens rechtvaardigt en heiligen kan en wil.

Om over na te denken:

John Wesley koos een gedisciplineerde geloofs- en levensstijl. Jezus’ leerlingen werden zowel apostelen (gezondenen) als discipelen genoemd. In dat laatste woord is ‘discipline’ hoorbaar.

John Wesley gaf betekenis aan ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven, zoals het gered worden uit een brandend huis.
Hij wist concreet plaats, bezigheid, dag en uur te benoemen waarop hij Gods leiding in zijn leven heeft ervaren.

John Wesley zocht de bevestiging van zijn geloof niet alleen in gedisciplineerd leven maar ook in geloofservaringen. De ontmoeting met de Moravische broeders en zusters getuigden van geloof zonder het (waarschijnlijk) zelf te beseffen.

Voor John Wesley is het verzoende lijden en sterven van Jezus Christus, de Zoon van God het hart van het christelijk geloof dat leiden wil tot de heiligmaking die de gelovige uit genade van God toekomt.

Lied geschreven door Charles Wesley

1 Liefde, door geen mens te meten, vreugd van God, daal in ons neer;
bij U zijn wij niet vergeten, kroon ons met genade, Heer.
Jezus, eindeloos getrouwe, zie ons in ontferming aan;
wil uw heil voor ons ontvouwen, doe ons in de vrijheid staan.

2 Heel uw wezen is geladen met de niet te stuiten kracht
van herscheppende genade, waar ons need’rig hart op wacht.
Help ons dagelijks te leven uit uw kracht die ons bevrijdt.
Leer ons U de eer te geven, U, die ons geneest en leidt.

3 Heer, U hebt ons hart gewonnen, maak ons meer aan U gelijk.
Wat U in ons bent begonnen, is een teken van uw rijk.
Help ons onze strijd te winnen tot voorgoed wij bij U zijn,
dan leidt uw genade ons binnen in uw eindeloos festijn.

Meer over Methodisme

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren