Kerkscheepjes

Gedachten over kerkscheepjes

Op veel manieren beleven mensen plezier aan miniaturen. Kinderen spelen met autootjes en poppetjes, met houten blokken, Playmobil en Lego wordt de echte wereld nagemaakt. De voorlopers waren de tinnen soldaatjes, later vervangen voor plastic. Denk ook aan papieren bouwplaten en plastic bouwpakketten van alles wat rijdt, vaart en vliegt, ook van gebouwen en dieren. Of het maken van een kijkdoos of een collage. Zoals er ook van hout en zand en klei van alles in het klein wordt nagemaakt. In het verlengde daarvan liggen racebaan en de treinbaan, maar dat spelen met miniaturen blijft niet beperkt tot de kindertijd.

Jong geleerd, oud gedaan

De modelbouw is een ware branche, een hobby voor knutselaars en perfectionisten, gebaseerd op het spelen met Lego bestaan er ware competities. Er worden beurzen georganiseerd met een keur aan teddyberen, stoommachines met werkplaatsen, poppenhuizen met meubels, servies en behang op schaal, levensechte poppen van porselein met kleertjes en dingetjes, modelspoorbanen met locomotieven en wagonnen en sneltreinen tot in detail grenzend aan de werkelijkheid, de hele wereld in een notendop. En wat te denken van het vliegen met radiografische vliegtuigen en varen met modelboten. De klomp met een zeiltje hoe leuk ook valt erbij in het niet. In de huidige tijd is de drone helemaal ‘in’. Is je passie filmen en fotograferen? Dan hoort een drone voor luchtopnames er helemaal bij. Ben je een sportvisser? Daar hoort een radiografisch voerbootje bij, in carbon of in schutkleur, net als jijzelf.

Wanneer ben je te oud?

Voor parken als Madurodam, Legoland en Klein Walcheren komen bezoekers van heinde en verre. Steden en landschappen, zee- en luchthavens op schaal nagebouwd. In souvenirwinkels mini Eiffeltorens, Keulse Dommen en Big Bens. Musea zijn ook rijk aan allerlei modellen. Historische veld- en zeeslagen staan er uitgebeeld. Evenals er in tal van woonhuizen vitrinekasten vol staan met Humeltjes en engeltjes, zilveren miniaturen, kristallen beeldjes, uitbeeldende alledaagse dingen, elfjes en kabouters. Of planken aan de muur met vrachtwagens, rally- of raceauto’s. In tuinen staan tuinmolens, over de vijver een bruggetje geknutseld. In het raamkozijn of op de kast een scheepsmodel of een hooiwagen. Wat hebben we er toch mee? Rond de kerstdagen huiskamers en raamkozijnen vol met besneeuwde landschappen in Charles Dickens-stijl. De tuincentra doen goede zaken.

En wat te denken van het scheepje in de fles? Maar ook zou het zomaar kunnen dat een pleziervaarder met zijn jachtje op de plas zich  ‘de grote vaart’ inbeeld. Iemand deed de uitspraak: ‘Je bent pas oud, wanneer je stopt met spelen’.

Modelschepen in kerken

In sommige kerken bevinden zich ook modelschepen. Vaak zijn het kerken dicht bij de kust waar één of meer scheepsmodellen zijn te vinden. Hangende ‘in het schip van de kerk’ aan het plafond, of staande op een markante plek. De eerste indruk zou kunnen zijn dat deze modellen er zijn voor de versiering van de kerk, passende bij de kerkgangers en hun verwantschap aan de zee en het water. In verschillende kerken op Urk bevinden zich Urker vissersschepen. Eeuwenlang leefde de Urker gemeenschap van de visserij. Tot op de dag van vandaag. Maar ook in de kerken van Emmeloord in de Noordoostpolder bevinden zich scheepsmodellen. Emmeloord waar eens de Zuiderzee was, en waar de mensen zijn gaan wonen. Zie Kerkscheepjes van Urk en Emmeloord

In de Grote Kerk van Maassluis bevinden zich ook meerdere scheepsmodellen. Twee staan er opgesteld op het ‘Visserijbord’, een wandbord aan de kerk met daarop een ‘Loflied aan de visserij’. En in de Bavo van Haarlem hangen ook een aantal schepen op rij. Aan de boeg van het voorste en het grootse schip zijn de tanden vaneen zaag te zien. Het beeldt uit dat het schip een ketting doorzaagt tussen twee gemetselde torens. Gebaseerd op de ‘Legende van de inneming van Damietta’, gedateerd het jaar 1219, ten tijde van de Kruisvaarders.

Het ophangen van een scheepje in de kerk is een zeer oude gewoonte. Meestal werden deze scheepjes geschonken door schippers die hun beschermheilige zo’n scheepje beloofden na een redding. Op Urk hangen in de protestantse kerken één of meer scheepsmodellen: typische Zuiderzee-vissersschepen zoals een botter of schokker. Ze zijn gericht naar Gods woord op de kansel.

Gebruiksvoorwerpen in de kerk

Het interieur van kerkgebouwen bestaat om te beginnen uit ‘functionele’ en ‘nuttige’ stukken. In willekeurige volgorde zijn dat in de gemiddelde protestante kerk de kerkbanken en zitplaatsen waar de kerkgangers plaats nemen. Dan is  er de preekstoel waarvan de voorganger de kerkgangers toespreekt. Boven de preekstoel kan er een klankbord zijn, stammende uit de tijd dat er nog geen microfoons, versterkers en luidsprekers waren. Dan is er het doopvont en de avondmaalstafel voor de bediening van doop en avondmaal en het orgel voor de begeleiding van de samenzang.

Al deze onderdelen kunnen afhankelijk van de de bouwstijl en tijdgeest van de kerk sober, minimalistisch, kleurrijk of rijkelijk zijn versierd met houtsnijwerk, koperen kroonluchters of vergulde elementen aan het orgel. Ook in protestante kerken kunnen de orgels van engelenfiguren met trompetten of van een David met zijn harp zijn versierd. Of met het wapen van de stad als bekroning van het geheel.

Maar zoals gezegd, preekstoel, kerkbanken, het doopvont, de avondmaalstafel en het orgel hebben ieder hun eigen functionaliteit in het interieur. Je zou daar de collectezak ook nog aan toe kunnen voegen. Als zijnde ‘gebruiksvoorwerpen’ in de kerk. Een ‘kerkscheepje’ valt hier dus niet onder. Maar tegelijk geldt bij al het genoemde: ‘Kijken mag, aankomen niet’.

Heilig en gewijd

Want al zijn tal van zaken in een gemiddelde protestant kerk ‘functioneel’, dat wil niet zeggen dat je overal aan mag komen. Je beklimt niet zomaar de preekstoel. Of neemt niet zomaar plaats achter het orgel. De bekers van het avondmaal staan niet in het keukenkastje van de kerk. Er is van een zekere ‘gewijdheid’ sprake. Zeker voor de ‘ingewijdenen’. Sterker nog is dat aanwezig in Rooms-katholieke  kerken met voorstellingen van Christus, van de Gekruisigde Jezus, van Moeder Maria. Deze iconische beelden worden met gepaste eerbied benaderd, in de nabijheid van deze beelden wordt er geknield en gebeden, er worden kaarsen ontstond, een bloem gelegd maar ten alle tijden afstand bewaard.

Voor de goede verstaander: niet het beeld wordt aanbeden maar de Persoon achter het menselijke maaksel. Hoe mooi ook gemaakt, het beeld is geen versiering maar het beeld is een voorstelling. Zelfs fotograferen of filmen doe je zomaar niet. Ook hier geldt: ‘Kijken mag, maar aankomen niet’. Het kerkscheepje vervult deze voorstelling duidelijk niet.  Bij de kerkscheepjes wordt niet gebeden, laat staan dat zij worden aanbeden. Kerkscheepjes zijn geen gewijde of heilige voorwerpen, zijn ook geen iconen of relikwieën. Staan bij lange na niet symbool voor een goddelijke persoonlijkheid.

Gedenkwaardige elementen

Van weer een andere orde zijn de monumentale elementen in en aan een kerkgebouw. Dat kunnen gevelstenen zijn, die herinneren aan een gedenkwaardig gebeuren. De symbolische eerste steen gelegd bij de bouw of de gedenksteen bij de ingebruikneming. Of een markering van een buitensporige waterstand, of ter herinnering aan hen die het leven hebben verloren. Ook kerkramen kunnen de functie van gedenkraam vervullen. Een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van stad of land, of het bezoek van een bijzonder iemand bij een bijzondere gelegenheid. Een gedenkraam kan als relatiegeschenk in ontvangst zijn genomen. Of Bijbelse verhalen vertellen, Mozes en de Tien Geboden, Elia die ten hemel vaart, Johannes die doopt met water, het vuur van de Heilige Geest.

Waarbij de kleuren van glas in lood ramen ook symbooltaal kunnen spreken, rood de kleur van Gods liefde en Jezus’ lijden, geel de kleur van de Heilige Geest en de kracht van het geloof, blauw de kleur van de hemel en de zuiverheid, groen de kleur van de grazige weiden van Psalm 23 en van Gods zorg, alle kleuren van de regenboog spreken hun eigen taal.

Relatiegeschenken

Zo bevindt zich in de Nicolaaskerk van Schiermonnikoog een koperen kroonluchter, welke geschonken zou zijn door admiraal Michiel Adriaanszn de Ruyter. Op Texel maakten ze het nog bonter. Admiraal Cornelis Tromp schonk in 1677 een kroonluchter voor de wit gepleisterde Zeemanskerk van Oudeschild, De Ruyter schonk het jaar daarop een tweede, maar dan wel een maat groter. Waarna de weduwe van Tromp een derde kroonluchter aan de kerk van Oudeschild doneerde. In die zin maken elementen van een kerkgebouw deel uit van het verhaal, van de geschiedenis van een gemeenschap.

Museum Kaapskil Texel:

De bevelhebbers van de oorlogsvloot kwamen vaak op Texel als hun schepen op de Reede lagen. Ze gingen dan ‘ter kerke’, zoals dat toen heette, in de kleine hervormde kerk die in 1650 in Skil gebouwd was. Tromp was de eerste die het kerkje een fraaie kroonluchter schonk. De Ruijter gaf daarop een nog mooiere en grotere luchter aan het kerkje. En als klap op de vuurpijl gaf de weduwe van Tromp er ook nog één. De drie kroonluchters vormen bij elkaar een monument voor het belang van de Reede voor de zeventiende eeuwse oorlogsvloot.

Relikwieën 

Relikwieën, ook die worden met alle eerbied in met name Rooms-katholieke kerken bewaard. Bij relikwieën ofwel relieken gaat het om een overblijfsel van een heilig verklaarde. Een stukje bot of haar bijvoorbeeld. In de Abdij van Egmond bevinden zich relieken van Nicolaas van Myra. De beschermheilige van kinderen, kooplieden, ongehuwde vrouwen en zeevarenden. Daar zijn velen ‘heilig’ van overtuigd. Maar het kan ook gaan over een voorwerp waarmee de heilig verklaarde mee in aanraking is geweest. Of een voorwerp dat ‘met heilig ontzag’ wordt omgeven. Zo wordt er in de Dom van Trier de ‘Heilige Rok’ bewaard. Met een verwijzing naar Johannes 19:23-24.

Kerkscheepjes, votiefschepen

Op het eerste gezicht zou een scheepsmodel in een kerkgebouw dus een sfeervolle aankleding kunnen zijn. Zeker wanneer zo’n scheepje nauwkeurig en gedetailleerd is gebouwd en een weergave is van schepen van weleer. Opvallend is overigens dat kerkscheepjes meestal zeilschepen zijn, opgetuigd met gehesen zeilen.

Maar het bovenstaande laat weten dat kerkscheepjes verhalen vertellen. Verhalen van de zee, waar de mensen van leven door naar zee te gaan, en de vangsten uit zee aan land te brengen. De verhalen van heldendaden en van strijd en verdediging en bevrijding, overzee verricht, beleefd en ternauwernood overleefd. Of van het besef dat de zee geeft en neemt, dat de zee staat voor onzekerheid, dat de zee zowel vriend als vijand is. En dat de zee er eenmaal niet meer zal zijn, zoals beseft wordt op Emmeloord in het ingepolderde land.

Spreekwoordelijk vertellen kerkscheepjes daarmee van gemeenschapszin, van ‘in hetzelfde schuitje zitten, met dezelfde riemen roeien, zeilen op dezelfde wind van vandaag’. Kerkscheepjes maken daarmee geen deel uit van de ‘eredienst’ of de ‘liturgie’ van Woord en gebed en sacrament, en zijn geen ‘relikwieën’ als zijnde ‘heilig verklaarde voorwerpen’ vanwege de ‘heilig verklaarde schenker of maker’.

Maar kerkscheepjes vertellen wel het verhaal van  een gelovige, van een voorbeeldige gelovige, of van een ‘geloofsheld’ behorende aan de gemeenschap. Het voorbeeldige levensverhaal dat door de gemeenschap wordt bewaard, gekoesterd en doorgegeven.

Kerkscheepjes vertellen het verhaal van toewijding, devotie en afhankelijkheid. Zoals visserman Jelle Albertszoon Loosman (1842-1925) die op achttienjarige leeftijd een scheepsmodel van een Noordzee-schokker bouwde, de UK 34, en het in 1860 schonk aan de Bethelkerk aan de haven van Urk ter gelegenheid van zijn Openbare Geloofsbelijdenis.

Waarnaast er op Urk eveneens een kerkscheepje staat opgesteld voor het orgel en boven de preekstoel van de Petrakerk. Een model van de UK 89, te boek staand als de laatste zeilbotter van Urk. Een scheepsmodel gemaakt in de Tweede Wereldoorlog door timmerman Jelle Loosman.  Kleinzoon van Jelle Albertszoon Loosman. De maker van het kerkscheepje in de Bethelkerk. Geloofshelden? ‘We weten ons omringt door een wolk van getuigen’ staat er in Hebreeën 12:1 en 2. Maar ook: ‘Laten wij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooider van ons geloof’.

Kerkscheepjes dragen zo beschouwd de herinneringen aan iedere volgende gelovige die belijdenis aflegt van zijn of haar geloof. Je schaart je in de kring van medegelovigen, weet je omringt door ‘een wolk van getuigen’, je sluit aan in de rij van hen die jou zijn voorgegaan, jou tot voorbeeld zijn geweest, een teken van Gods trouw, generatie op generatie. Over kerkmuren heen en dwars daar doorheen. Ook al zijn er verschillen en geschillen, de verwantschap en verbondenheid is er met de vaders en moeders, broers en zussen en neefjes en nichtjes, kerkende in welke tijd of kerk dan ook.

Kinderen van één Vader die om al zijn kinderen geeft, voor hen zorgt en hen bewaard. En hoe opmerkelijk, op Urk is het scheepje in de Bethelkerk (en niet alleen daar) met de boeg gericht naar de preekstoel vanwaar het Woord van God, de roep van God klinkt. Daar vaart het scheepje als het ware naartoe, daar is het op gericht, dat is de koers waarop wordt gestuurd en gevaren. Met de wind in de zeilen, de Heilige Geest stuwt het schip van de kerk voort.

Scheepje onder Jezus’ hoede

’t Scheepke onder Jezus’ hoede
met zijn kruisvlag hoog in top
neemt als arke der verlossing
allen, die in nood zijn op.

Al staat de zee ook hol en hoog
en zweept de storm ons voort
wij hebben ’s Vaders Zoon aan boord
en ‘t veilig strand voor oog.

Zon, bestraal het kleine scheepje
winden, stuwt het zacht vooruit
golven, draagt het naar de verten
waar Gods einder zich ontsluit.

Dat nooit ’t geloof bezwijken moog’
God houdt zich aan zijn woord.
wij hebben ’s vaders Zoon aan boord
en ‘t veilig strand voor oog.

De liefde van God melodie ‘Home on the Range’

De liefde van God is een machtige zee,
onpeilbaar en grenzeloos wijd;
steek af naar de diepte, de stroom voert u mee
tot ge in Gods volle liefde u verblijdt!

Refrein: O, maak de kabels los, steek af in volle zee!
Steek af naar de godd’lijke liefde-oceaan,
steek af in volle zee!

Maar velen, helaas, blijven staan op het strand
en staren die diepe zee aan;
maar wagen het nimmer te steken van land
om te peilen die liefde-oceaan.

En and’ren verlaten maar even het land
en blijven steeds dicht bij de kust,
zodat hun de branding, die beukt op het strand,
heen en weer slingert en verontrust.

O, steken wij af naar die liefde-oceaan,
die zee van verlossing zo wijd,
opdat wij steeds meer van Gods liefde verstaan
en zijn volheid ons deel zij altijd!

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren