Lucas 1:5 – 25 • Stil zijn voor Hem

Lucas 1:5-25 en 2 Korintiërs 2:14-17, Eerste Advent

Zacharias en Elisabeth. De evangelist Lucas voert hen ten tonele als twee vrome gelovige mensen, behorende tot families die priesters hebben voortgebracht. Elisabet bijvoorbeeld, haar naam betekent ‘Mijn God is een gelofte’, haar naam wil zeggen ‘Ik baseer mij op Hem, want Hij heeft het gezegd’. Waarmee de naam Elisabet verwant is aan God. Mooi als je zo’n naam hebt meegekregen. Om dankbaar voor te zijn. Lucas die ook vertelt dat Elisabet ook verwant is aan Aäron, de broer van Mozes, uit de stam van Levi. Aäron die aan het hof van een Egyptische farao zijn broer Mozes moest bijstaan om beter uit zijn woorden te komen. Ook dat is mooi!

Hoe begenadigd je ook bent met allerlei gaven en talenten en mogelijkheden, als je dan een beroep kunt doen op iemand die naast je staat, die net ‘dat’ in de vingers heeft wat jij nodig hebt, om jou ding te doen. Aäron was welbespraakt en hielp Mozes het te zeggen: ‘Farao van Egypte, laat het volk van Israël gaan!’ Elisabet die dus voortkwam uit de priesterlijke familie van de Levieten, en haar man Zacharias niet minder! De verhalen van de Bijbel vertellen dat er vierentwintig priesterafdelingen waren, en de priesterafdeling van Abia was er daar één van. (1 Kronieken 24:10) En daartoe behoorde Zacharias, van wie de naam betekent ‘God gedenkt’, ook weer zo’n mooie naam, voortgekomen uit de familie van Aäron en de Levieten. Zacharias en Elisabet, vrome gelovige mensen geworteld in de Bijbelse verhalen.

Godsdienstig

En zo vertelt de evangelieschrijver Lucas van gelovige mensen, staande in een rijke traditie en trouw aan hun afkomst en hun opdracht. Zoals Zacharias aan wie het de beurt was om in de tempel van Jeruzalem het reukoffer op te dragen aan de HEER. Zacharias die als priester doet wat zijn verre voorvader Aäron al heeft gedaan; de priesterdienst vervullen, de tempellampen laten branden, de geur van heiligheid laten verspreiden voor het aangezicht van God, Gods zegen over de mensen uitspreken. De Here zegene en behoede u … (Numeri 6:24-26)

Kinderloos

En dan zouden we verder in kunnen gaan kleuren dat Zacharias en Elisabeth kinderloze ouderen waren, bij wie de familietraditie van het priesterschap ten einde zou gaan lopen. Dat hun namen, hoe mooi ook, daarmee in de vergetelheid zouden gaan belanden. En menselijkerwijs zouden we in kunnen gaan vullen hoe Zacharias en Elisabeth op elkaar waren aangewezen. Want in Bijbelse tijden waren ‘kinderen’ een vorm van ‘oudedagsvoorziening’. Kinderen die eenmaal volwassen voor hun ouders zouden gaan zorgen. Naar het beginsel van ‘vader en moeder in ere houden’, één van de Tien Geboden.

Relativeren

En wij zouden kunnen veronderstellen dat Zacharias en Elisabet bij herhaling teleurstelling op teleurstelling hebben ervaren. God geeft het zijn beminden in de slaap, staat er in Psalm 127, maar die zegen ging aan hen voorbij. Waarmee met het verstrijken van de jaren de hoop vervloog. Teleurgesteld in God en in het leven. Misschien ook nog wel in zichzelf en in elkaar. Mogelijk dat Zacharias en Elisabet weleens jaloers zijn geweest op gezinnetjes ‘waar het wel bij lukte’, om kinderen ter wereld en groot te brengen. Of zich gestoord hebben aan gezinnen die er een potje van maakten. Van hun huwelijk en van hun opvoeding. Misschien ook weleens troostgedachten bij hun kinderloosheid hebben benoemd, zoals ‘kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen, en in wat voor wereld leven we, dat wens je geen kind …’

Verwerken

En dat Elisabet en Zacharias ermee leerden leven. Zacharias zich wijdend aan de plichten in de tempel, Elisabet in haar eigen kringen, een aardige buurvrouw zijn bijvoorbeeld, een helpende tante voor iedereen klaarstaand, de handen vrij. Misschien wel oppassen op de kinderen van anderen. Een oppastante. Wie weet …

Zich misschien ook wel besproken wetende, Elisabet en Zacharias als dat kinderloze stel. Levend met het stille verdriet, de heimelijke leegte, de bittere pil, het onuitgesproken verwijt. De lange weg van de aanvaarding, d eberusting; Ja, zo zouden we het allemaal kunnen voorstellen: Zacharias en Elisabet die zich mogelijk ook wel eens naar de arts hebben begeven, naar een geneesheer zoals Lucas die weet te vertellen ‘dat het had gelegen aan haar …’

De Bijbelse Boodschap

Maar het verhaal dat de evangelist Lucas gaat vertellen gaat over andere dingen. Geen dokterspraktijk, maar geloofspraktijk! Lucas plaatst het leven van Elisabeth en Zacharias in het Bijbelse geheel. En in het grote verhaal van God! Zoals in de verhalen van Abraham en Sara die aanvankelijk ook kinderloos waren. Maar God had een boodschap aan Abraham en Sara, liet hen naar de sterrenhemel kijken, zoveel sterren aan het firmament, zo ontelbaar zal jullie nageslacht zijn. Dat lach en wuif je zomaar niet weg! Want wat bij mensen onmogelijk is, dat is mogelijk bij God. En God begint zijn werk, bij mensen in hun gewone doen!

Zoals Zacharias die trouw zijn plichten en zijn eredienst vervult. Ja, de lampen in de tempel die brandende worden gehouden door de priesters, die vertellen van Gods eeuwige trouw. En de geur van het reukofferaltaar zijn bedoeld om voor God en mensen een aangename maar bovenal heilige geur te zijn. Rituelen en symbolen die eeuwenlang volgehouden kunnen worden en daarmee hun waarde bewijzen. Maar wanneer er voor Zacharias een engel verschijnt, die zich voorstelt als Gabriël, wiens naam betekent ‘Man van God, Kracht van God’, dan wordt duidelijk dat God zelf aan het woord komt.

Toewijding

Ja, Zacharias doet zijn werk, gewoon en ongewoon tegelijk. Hoe bijzonder is het, de eredienst te vervullen. Lampen laten oplichten, een heerlijke geur laten ruiken, de zegen uitspreken. Maar God is ook aan het werk, en God gaat ongewoon aan het werk, door een kind geboren te laten worden die Gods voorbode zal zijn! Een kind dat geen druppel sterke drank of alcohol zal drinken maar vol zal zijn van de Heilige Geest, en predikend de weg zal wijzen zodat de mensen klaar zullen zijn voor de komst van de HEER, die belofte krijgt Zacharias! Zo op het eerste gehoor geen ‘zorgenkind’, maar een kind dat juist voor het goede gaat zorgen!

En dan zouden we wellicht verwachten dat iemand als Zacharias blij verrast zou zijn met zo’n boodschap. Het bericht dat het goed gaat komen met zijn familienaam. En dat er een toekomst vol van hoop wacht voor het volk waartoe hij behoort. Dat vaders en moeders en kinderen zich met elkaar zullen gaan verzoenen. En dat een rechtvaardige samenleving gestalte gaat krijgen. De geboorte van een kind, uit hen geboren, de tijden van Elia die gaan herleven, de Heilige Geest van God aan het werk …

Bang voor God?

Maar Zacharias raakt niet blij verrast, maar wordt angstig en bang. Wat de toekomst brengen moge, Zacharias houdt zijn hart vast. Vol van twijfel en ongeloof. Nota bene in het hart van het Huis van God slaat de schrik hem om het hart, dicht nabij het heilige der heilige, waar de eredienst aan God in stand wordt gehouden, het laten lichten van lampen, het laten geuren van het reukofferaltaar, het uitspreken van de zegen over wie er willen geloven, daar schrikt Zacharias terug en daar wordt Zacharias door angst overvallen.

Vergelijkbaar met Jesaja in de tempel die uitriep ‘Wee mij, ik moet zwijgen. Wee mij, ik ben verloren, want ik ben een mens met onreine lippen. En nu heb ik met eigen ogen de HEER van de hemelse machten gezien’ (NBV & NBV 21 Jesaja 6:5)

Zo overweldigend is de aanwezigheid van de engel Gabriël en zo duidelijk aanwezig zijn diens woorden dat Zacharias daar bang van wordt. Als priester moet hij woorden spreken van geloof. Maar in zijn hart leeft ongeloof. En als priester dient hij de geur van eerbiedige gebeden te verspreiden. Maar staande in de eredienst van de tempel komen zijn beperkingen aan het licht. Kwijnt hij weg als een walmende vlaspit, heeft hij geen woorden meer en valt Zacharias stil. Vergelijkbaar met Mozes, die ook zijn beperkingen benoemde, en zichzelf daarom niet goed genoeg vond om in de dienst, de eredienst van God te staan …

Zwijgend priesterschap

Het is de stilte die nodig is, om Gods boodschap te verstaan. Vertaald naar ons leven toe: zolang wij onze mond vol hebben, het hoogste woord, denkende alles voor het zeggen te hebben, ook het laatste woord, zolang laten wij Gods goedheid en genade niet aan het woord. Natuurlijk zullen we het goed bedoelen, met de beste intenties, zeggende ook wel goede dingen. Maar wanneer wij stil zijn voor God, onszelf ontvankelijk maken voor Hem, dan wordt Hij toegelaten in de schuilhoeken van ons hart. Ook in de  schuilkelders van het heilige moeten, van het trouw aan de plichten voldoen, waar we onze angsten en schaamte en schande verstoppen.

Huidige tijden

Zoals ook wij leven in onzekere tijden. Bijvoorbeeld over de nabije en verre toekomst. Hoe zal het gaan met de kinderen, de jeugd in de kerk? Is er nog wel een toekomst? Zeker als een geloofsgemeenschap, net als Zacharias en Elisabeth zo goed als ‘kinderloos’ zijn? Zoals in tal van kerken mensen blij zijn met een enkel kind. Op handen gedragen en in het midden gesteld, maar tegelijk zo kwetsbaar en alleen.

Ja, om mij heen zie ik mensen hun best doen, om het evangelie blijvend te laten klinken. Allerlei mensen die het vol blijven houden, om een zegen te zijn, voor elkaar en voor de mensen in de omgeving. Die de geur van de naastenliefde willen we verspreiden om daarmee allerlei namen hoog te houden, ook die van christenen in het algemeen. Als verre achter neefjes en nichtjes van Zacharias die lampen liet schijnen, die een heerlijke geur als een plicht had te verspreiden, de zegen uit had te spreken over de mensen.

Stil voor God

Maar waar God aan het woord komt, daar hebben wij stil te zijn. Om stil van te worden wat Zacharias bij zijn tempeldienst verneemt: ‘Hij zal vervuld worden van de Heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is …’ (Lucas 1:15) In stille afwachting en aanbidding van Hem. Hebben wij stil te worden van de woorden die van Hem zijn en die tot ons komen. Woorden van ‘niet bang zijn, want er wordt Goed Nieuws  gebracht. Niet bang zijn want Iemand gaat komen, vol van Gods Heilige Geest. Vreugde en blijdschap komen aan het licht. En wie geloven in Jezus de Messias zullen voor God zijn als een aangename geur. (naar 2 Korintiërs 2:14-17) Om stil van te worden. Gelovig stil zijn. Stil om het nieuwe begin dat bij God begint. In Jezus’ Heilige Naam. Amen

Dit bericht heeft één reactie

  1. Gerrie

    Een mooi begin van advent.

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren