Lucas 2 vers 1 – 20 • Van wie ben jij er één?

Deze overdenking is op 24 december 2016 gehouden tijdens een Kerstnachtdienst.
De moeite waard om deze ook in de huidige tijd van stal te halen.
In een (Corona)crisistijd waarin groepen mensen
tegenover elkaar zijn komen te staan.

Bij Lucas 2:1-20 en Jesaja 9:1-6

In ‘DNA Onbekend’ staan familiegeheimen, en de ontrafeling hiervan, door DNA-onderzoek centraal. Is mijn vader eigenlijk wel mijn echte vader? Zijn mijn broers wel echt mijn familie? Grote twijfels en onbeantwoorde vragen over familiebanden laten diepe sporen na in het leven van de mensen. Want leven in het ongewisse, of het nu gaat om oorlogskinderen, adoptiezaken of het vermoeden voortgekomen te zijn uit overspel, veroorzaakt veel verdriet. Caroline Tensen gaat in DNA Onbekend op pad
om voor eens en altijd een antwoord te vinden en een eind te maken aan een leven vol onduidelijkheden en ontkenningen.’
(BRON: npo.nl)

DNA Onbekend

Deze tekst heb ik niet van mijzelf, maar ik ben zo vrij geweest om deze te ‘lenen’ van de Nederlandse Publieke Omroep. ‘Van wie ben jij er één?’ Dat is eigenlijk de steeds weer terugkerende vraag die in het televisieprogramma DNA Onbekend wordt gesteld. En in zekere zin gaat het daar ook over in het geboorteverhaal van Jezus. Keizer Augustus, de (allereerste) keizer van Rome, wilde het van de ingezetenen van zijn rijk ook graag weten: ‘Van wie ben jij er één …?’ En daarom kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van zijn rijk zich moesten laten inschrijven. (Lucas 2:1) En daar had hij goede redenen voor!

Want zijn Romeinse rijk was groot, omvatte alle gebieden rondom de Middellandse Zee. Het Romeinse Rijk strekte zich uit van de Golf van Biskaje tot voorbij de Zwarte Zee. En het bestreek de gebieden van Britannië tot Egypte, en waar nu Marokko tot aan waar Roemenië ligt. Zie zo’n rijk maar eens te besturen, die lappendeken van volken met al die verschillende culturen en tradities, de meest uiteenlopende gewoontes, gebruiken en geloven.

Waar kom jij vandaan?

En de één zal bij de inschrijving verteld hebben geboren en getogen te zijn in Britannië, en de ander zal aangeven van huis uit een Berber te zijn. En weer een ander zal opgegroeid te zijn aan de voet van de Pyreneeën, en de ander aan de voet van de Piramiden. En dat zijn werelden van verschil, zoals ook de hoofdstad van de Romeinen ‘Rome’ en de hoofdstad van het Joodse volk, ‘Jeruzalem’ van elkaar verschilden.

Ja, vanuit Rome, vanuit de ‘Laars van Italië’, en daar zetelde het gezag dat desnoods dreunende laarzen door de wereld kon laten stampen en marcheren: Herkenbaar ook voor ons, zoals ook in onze tijd de marktpleinen en kerstmarkten en wat voor wereldmarkten ook door machtsvertoon worden bewaakt, marcherende militairen. Maar hoe anders moest de toon van ‘Jeruzalem’ zijn, want ‘Jeruzalem’ moest de Tien Geboden leren: Richtlijnen opdat mensen het goed zouden hebben met elkaar, heel eenvoudig ‘lieg en bedrieg niet, breek en bedreig niet, roof en moord niet’ vanuit gelovige motieven: God is je helper en vraagt van jou hetzelfde!

De Tien Geboden van God en mensen respecteren, waarmee ieder mens in vrede gaat leven. Van wie ben jij er één? Ben jij er één van Rome of ben jij er één van Jeruzalem? Dat was toen een spannende vraag! Is de bestierende keizer heer en meester of is de Reddende God je Herder en Heer? En stilletjes werd geloofd dat de God van de hemelse machten ook boven de keizer van Rome staat en op Zijn tijd bevrijden zal van de onderdrukking.

Ook Jozef en Maria lieten zich registreren

En zo lazen we uit de Bijbel dat Jozef op weg ging, samen met Maria om zich in te laten schrijven, om te laten weten ‘van wie zij waren’. Jozef en Maria die naar Bethlehem moesten gaan, om zich te laten inschrijven, te laten registreren. Jozef, Davids zoon in zeker zin, ergens van adel met wortels in Bethlehem, wat vertaald betekent ‘Broodhuis’, ‘Huis van Brood’. Maar om het allemaal te relativeren, Jozef moest gewoon werken voor zijn brood. Timmerman was hij, zo vertellen de Bijbelverhalen, een eerlijke, oprechte timmerman, een vakman, geen troonopvolger maar een timmerman, zijn werkplaats was in Nazareth.

Van wie ben jij er één?

Van wie ben jij er één? ‘Ik ben er één van de stam van David, en mijn familie komt uit Bethlehem’, zal Jozef gezegd hebben bij het registratieloket. Gegevens die keizer Augustus dus graag wilde weten want zijn rijk was groot. Maar het verhaal van Jozef en Maria loopt uit op de geboorte van een kind in een kribbe, bijzonder toch, Bethlehem, Huis van Brood, een Kind in een voederbak. Een gezin onderweg, wat konden zij anders, machten en krachten die hen dreven.

Zoals ook vandaag machten en krachten en wereldleiders invloed uitoefen op het leven van onmondige mensen, hoe vaak niet mensonterend, hartverscheurend, onmenselijk. De dreunende laarzen die zijn de wereld niet uit en stampvoeten niets en niemand ontziend door de wereld ook van vandaag, het gedreun houdt niet op.

Stampvoeten

Maar zouden ook wij niet moeten stampvoeten als we zien dat het ene mens het andere onder de voet loopt en verplettert?Zouden ook wij niet moeten stampvoeten als we zien dat Gods handleiding voor het goede leven, de Tien Woorden van eren en respecteren met voeten worden getreden? Ja, er is alle reden om te stampvoeten, als het lijden en het onrecht van de wereld je raakt! Stampvoeten! Misschien wel met deze vragen op ons hart: God, waar bent U? God, waar blijft ? God, wat doet U?

Maar geloof het of niet, de Here God die boven alle aardse machten en krachten staat; Hij heeft iets gedaan! Wat dan? Is Hij ook gaan stampvoeten? Nee! Hij heeft een Kind geboren laten worden. Hij heeft een Kind in doeken laten wikkelen. Hij heeft een Kind in een voederbak neer laten leggen. Hij heeft een Kind in de wereld gelegd en in handen van mensen gegeven. Hij heeft een Kind geboren laten worden, en naar menselijke maatstaven was Hij er één van Maria en van Jozef.

Een kind dat eenmaal ‘de kribbe ontgroeid’ als twaalfjarige jongen tot zijn ouders zei dat Hij in het Huis van God, zijn Vader moest zijn (Lucas 2:49). Een jongvolwassene die volgelingen, luisteraars en leerlingen om zich heen heeft gewonnen. Een jongeman die tot zijn naaste familie zei: wie de wil van mijn hemelse Vader doen, die zijn mijn broers en zussen en zijn ook mijn moeder. (Matteüs 12:49-50) Jezus die in de kracht van zijn leven de Tempel van Jeruzalem schoon ging vegen: ‘Het Huis van mijn Vader moet een huis van gebed voor alle volken zijn’, weg met alle oneerlijkheid en schijnheiligheid’, ook Hij stampvoette wel eens!

Wie denkt hij dat hij is?

Van wie is hij er één? Waar haalt Hij het lef vandaan? Wat drijft Hem tot wat Hij zegt en doet? ‘Hij is toch gewoon die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon, zijn zussen wonen toch hier Nazareth?’ Dat zeiden de mensen eens over Jezus, wie denkt Hij wel niet dat Hij is (Marcus 6:3)

Maar gaandeweg werd duidelijk wie Jezus werkelijk was: Het eens in doeken gewikkelde Kind, Hij deed God, zijn hemelse Vader ‘uit de doeken’. En gaandeweg kwamen de woorden van de profeet Jesaja steeds duidelijker naar voren; een Kind is ons geboren en Hij is ons geworden een Wonderbare raadsman en een Goddelijke held! (Jesaja 9:5) En midden in een wereld waar laarzen dreunden en stampvoeten hield Hij zijn leven lang vast aan deze levenshouding: ‘Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God worden genoemd’ (Matteüs 5:9) Vredestichters, kinderen van God!

Waarlijk, deze mens was Zoon Gods!

En we kunnen er niet omheen, het Kerstfeest van vandaag vol van lichtjes en dennengroen loopt uit op het Paasfeest en op de Passie waar vooraf met Palmtakken zal worden gezwaaid, gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Ja, passie, hartstocht, de liefde voor God en de vraag wie je naaste is, waar hecht je waarde aan? De levensweg van Jezus loopt van de kribbe naar het kruis op Golgotha, waar nota bene een Romeinse militair het ging concluderen; ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon’! (Marcus 15:39) Wie ben je toch en ‘van wie ben jij er één?’ Aan de voet van het kruis begon het meer dan ooit door te dringen: ‘Waarlijk, dit was een Kind van God, dit is de Zoon van God’(Marcus 15:39)

Het was de reden waarom de engelen zongen het hoogste lied van Ere zij God en gloria tot in de hoogste hemel! Vrede zal op aarde dagen want God heeft in de mens behagen, geloof het of niet maar God heeft plezier in mensen en geloof het asjeblieft, God reikt ons in Jezus al het goede aan! En wij die zijn gaan zingen: Van Davids Zoon lang verwacht, die miljoenen eens zaligen zal, die zo trouw zondaars mint leer mij u danken daarvoor … (naar het Kerstlied ‘Stille Nacht’)

Van wie ben jij?

Van wie ben jij er één? Dat is een vraag die ons allen aangaat, misschien ook wel een vraag die ons bezig houdt, onze eigenheid raakt. Misschien ook wel een vraag naar onze wortels en oorsprong, wie ben ik, wie mag en wil en durf ik te zijn, een vraag ook van geloof en levensovertuiging bij wie hoor ik en tot wie zal ik gaan, van wie of wat verwacht ik mijn hulp? Het Kind in de nacht geboren laat weten dat wij ‘van God mogen zijn’! Het Kind in doeken gewikkeld dat God uit de doeken deed leert dat ‘Vredestichters kinderen van God zijn’! En terug te komen bij de vraag die centraal staat bij Caroline Tensen, DNA Onbekend …

DNA

DNA staat voor een afkorting die ik te moeilijk vind om uit te spreken en waar ik ook niets van weet. Maar het geloof van Jezus leerde DNA, maar dan met deze begrijpelijke woorden: ‘Door Naastenliefde Alleen …’ DNA, Door Naastenliefde Alleen worden breuken hersteld en geheeld. DNA, Door Naastenliefde Alleen blijft bedriegen en bedreigen achterwege. DNA, Door Naastenliefde Alleen zullen dreunende laarzen worden gestopt. DNA, Door Naastenliefde Alleen gaan mensen ‘vredestichters worden’. DNA, Door Naastenliefde Alleen worden mensen ‘Kinderen van God’ …

Mag ik het u eens vragen, in deze Kerstnacht 2021 …
Van wie bent u er één? Bent U er één van Hem?
Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren