Lucas 4 vers 14 – 21 • Jubeljaar, genadejaar

Bij Lucas 4:14-21 en Jesaja 61:3, zie ook Leviticus 25

Een jubeljaar! Dat zal de toehoorders in de synagoge van Nazareth als muziek in de oren hebben geklonken! Een jubeljaar! Jubelen, dat wordt komt van het Hebreeuwse woord ‘jobel’ wat betekent ‘ramshoorn’. En wanneer er uitbundig op de ramshoorn, op de ‘jobel’ wordt gejubeld, dan is dat het teken dat het jubeljaar is begonnen. Een feestjaar, een jubileumjaar! Dat verstonden de luisteraars in de synagoge van Nazareth waar Jezus uit het bijbelboek Jesaja voorleest.

Jubelen van vreugde

Een jubel-, een jubileumjaar, en in Joodse oren galmt het wetboek van Leviticus mee. Even een rekensommetje zoals dat bij een jubileum hoort, zeven maal zeven maakt negenenveertig. Maar bij het vijftigste jaar gaat er gejubeld worden, wordt de ‘jobel’ voor de dag gehaald en wordt er van de toren geblazen. Jubelen van vreugde, jubelen dat het een lieve lust is. Jezus van Nazareth leest het voor in de synagoge en de luisteraars bewonderen Hem, alle ogen zijn op Hem gericht, stemmen met Zijn lezing in.

Leviticus 25

Maar voor de goede verstaander: bij het ‘Jubeljaar’ gaat het gezegde op dat het gelukkiger is te geven dan te nemen. Want wat was de bedoeling van het Joodse jubeljaar? Dat was dat alle schulden werden vergeten en vergeven. Dat alle familieleden met een schone lei verder kunnen gaan. Geen broer of zus meer in het krijt bij de ander. Geen oom of tante die iets van je mag vragen ov verlangen. Alle neven en nichten op gelijke voet. Alle erfenissen van het verleden glad gestreken.

Hoe dat zit? Dat zat zo: naar de Joodse leefregels zouden Joodse families voor elkaar zorgen. Zou iemands huis onbetaalbaar zijn geworden, onder water en met schuldeisers op de stoep; dan was het een recht en een plicht van bloedverwanten om de lasten te gaan dragen. Om het gedupeerde familielid niet failliet te laten gaan. Zodat het huis in de familie zou blijven.

En zou iemands wijngaard of akker of landgoed opgeëist worden door derden, vanwege een mislukte oogst of een dreigend faillissement, dan was het een recht en een plicht dat broer of oom of neef in de buidel zouden tasten. Om de erfenis en nalatenschap niet uit de familie te laten verdwijnen. We zouden het kunnen omschrijven als de Bijbelse schuldhulpverlening. Waarborgsommen vanuit de familie, draagt elkanders lasten, we laten elkaar niet vallen …

Vrijheid, gelijkheid, broederschap

Zo zou je het handig kunnen spelen! Door op het juiste moment te handelen! Maar dat was niet de bedoeling! Het was niet de bedoeling dat oom of tante, neef of nicht, zwager of schoonzus zich zou verrijken, ten kostte van een familielid. En daar zou het jubeljaar voor zorgen! Eens in de vijftig jaar zouden de landgoederen teruggegeven worden aan broer en zus en neef en nicht! Grote Verzoendag in de Joodse families! De ‘geldschietende oom’ werd weer gewoon een oom. De ‘hulpverlenende neef’ weer gewoon een neef. En de ‘bijstand verlenende broer’ weer gewoon een broer.

En dat is wat Jezus voorlas uit Jesaja 61. Van het goede nieuws voor mensen in afhankelijkheid. Over gebonden mensen die weer vrijheid gaan genieten. En over mensen in uitzichtloze situaties, die weer aan een toekomst kunnen gaan denken. De onderdrukking is voorbij, gelijke kansen voor iedereen!  (naar Jesaja 61 en Lucas 4).

De Fransen noemen dat ‘liberté, égalité, fraternité’.
Vrijheid, gelijkheid, broederschap …

Geen winstoogmerk

Ja, het klinkt allemaal als een klok, als hemelse muziek, het Genadejaar, het Jubeljaar. Maar dat betekent dus wel ‘geven en nemen’. En het betekent ook dat ‘de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen’. Want stel je voor, je hebt voor je familie borg gestaan, met als voordeel dat je een heel woonhuis als onderpand en in bruikleen kon nemen. Alsof het jou eigendom was. Daar zou je winst mee kunnen maken! Maar het Jubeljaar wees daarom het moment aan, om het pand weer terug te geven, aan broer of oom of neef, van wie het van oorsprong was! Geen verrijking ten koste van je naasten!

En stel je voor dat je een akker, een landgoed, een wijngaard hebt overgenomen, en dat je daar jarenlang de vruchten van hebt kunnen plukken en van hebt kunnen oogsten. Maar kwam het jubeljaar eraan, dan was de tijd er rijp voor om de wijngaard weer uit handen te geven, aan zus of tante of nicht, van wie het oorspronkelijk was! Het einde van het vruchtgebruik, je zeggenschap voorbij. Geen winstbejag ten kostte van familie!

Het koninkrijk van God

Eigenlijk gaat het bij het Jubeljaar om Bijbelse schuldhulpverlening. Grote Verzoendag. De Bijbelse boodschap dat het niet de bedoeling is om eeuwig in de schulden te blijven. Of onder bewindvoering te staan. De Bijbelse boodschap is dat je schuldenvrij zult zijn. Maar ook lasten vrij. En dat heeft alles te maken met geven en nemen. Met ermee kunnen leven dat het gelukkiger is te geven dan te nemen.

Dat weldoeners in de familie zich daar niet op voor laten staan. Geen emotionele chantage of verstrengelde belangen. Dat er gehandeld wordt uit goedheid en genade en zorg voor elkaar. Onbaatzuchtig zonder winstoogmerk, het belang van de ander voor ogen. Dat zal vast en zeker de strekking van de woorden van Jezus zijn geweest, in de synagoge van Nazareth.

Jezus die zei dat de woorden van Jesaja in vervulling zijn gegaan, wanneer het onderscheid van rijk en arm heeft afgedaan. Wanneer mensen elkaar gunnen met een schone lei te beginnen. Elkaar de kans geven zich te ontplooien. Het koninkrijk van God’ wordt er gezongen in een lied. (I have a dream, predikte Martin Luther King).

Bijbelse schuldhulpverlening

Over ‘Schuldhulpverlening’ gesproken. In Leviticus 25 vers 23 staat dat het er uiteindelijk op neerkomt, dat alle grond van de Here God is. En dat alle mensen in wezen de aarde ‘in bruikleen’ hebben gekregen om daarop te wonen, en daarvan te leven. En daarom, zo staat er in Leviticus 25, mag je land niet toe-eigenen alsof het van jou alleen is. De mens heeft de aarde ‘in bruikleen’. God, de Schepper van hemel en aarde is de eigenaar.

En dan te weten wat Jezus zei, dat Hij is gekomen, niet om gediend te worden maar om te dienen, en om Zijn leven te geven als ‘losgeld’ voor velen (Marcus 20:45). Jezus de Verlosser om gevangen mensen te verlossen, armen het goede nieuws te brengen. De boodschap bij de geboorte van Jezus aan de herders van Bethlehem: ‘Vandaag is jullie Redder geboren, Christus de Heer’. (Lucas 2:11). Wij hebben burgerrechten in de hemel, schrijft Paulus in Filippenzen 3 vers 20. En vandaar verwachten wij onze Redder, onze Verlosser, Jezus Christus.

Hemelse schuldhulpverlening

Wij mensen hebben te aanvaarden: de hemel en de aarde zijn van God de Schepper. Al wat er is heeft de mens in bruikleen gekregen. De mensen en de dieren en alle gewassen, alles aan ons toevertrouwd, het is van God en van Hem alleen. Wie wij zijn met wat we kunnen en doen en maken, wij zijn van Hem en al onze medemensen zijn van Hem. Kwetsen wij de aarde, dan kwetsen wij het eigendom van God. Mishandelen we een dier, dan mishandelen we het eigendom van God. Buiten we een mens uit, dan … vul maar aan!

Jezus staat borg en garant

We kunnen er alleen maar stil van worden: de mensheid staat bij God in het krijt. En God heeft recht van spreken. Het recht om als schuldeiser op te treden, tegen al wat er mis is. Maar God kiest ervoor zijn Zoon te zenden. Om aan ons ‘armen’ het goede nieuws te brengen en aan ons ‘blinden’ het gezicht. Opdat ook onze ogen geopend zullen worden voor de goedheid en de genade van God, de Schepper van al wat er is. Jezus die als Verlosser in onze plaats is gaan staan. Die ons heeft vrijgekocht van de slavernij. Borg en garant is gaan staan. Die onze ziel bewaakt bij dag en nacht. Jezus, meer dan alles zijt gij mij!

‘Vandaag hebt u dit Schriftwoord in vervulling zien gaan’ zei Jezus tot de luisteraars in de synagoge. Het Jubeljaar is uitgeroepen! In de Verlossende Naam van Jezus! Amen

Om over na te denken

‘Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen,
maar ook die van de ander. 
(Filippenzen 2:4)

Draag elkaars lasten,
zo leeft u de wet van Christus na. 
(Galaten 6:2)

Heb elkaar lief met de innige liefde
van broeders en zusters en acht de ander
hoger dan uzelf. 
(Romeinen 12:10)

Laten we dus,
in de tijd die ons nog rest,
voor iedereen het goede doen,
vooral voor onze geloofsgenoten.’ 
(Galaten 6:10)

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren