Marcus 1 vers 29-31 • Gastvrij

Naar Marcus 1 vers 29 tot 31 en Genesis 18:1-8

Gastvrijheid staat in de Bijbel hoog aangeschreven, dat valt op te maken uit tal van Bijbelse verhalen. Zoals aartsvader Abraham die in zijn tent zat en op afstand drie mannen zag staan, op het heetst van de dag. Abraham die opgestaan hen tegemoet was gegaan, Abraham die gezegd heeft ‘kom in de schaduw van mijn tent, want de zon is op zijn felst. Doe uw schoenen van uw voeten, dan haal ik water om de voeten te wassen, en uw gezicht, we zullen de tafel dekken voor de maaltijd. Een mals uitziend kalf moest eraan geloven. Als verloren zonen worden zij binnengehaald.

Ook achter de schermen van het tentdoek is niets teveel. Alles komt voor de dag. Ongekend kom Abraham voorbijgangers tegemoet. Zorgt dat het onbekenden aan niets ontbreekt. Laat vreemden rusten in de schaduw van zijn tent. Abraham die van dienst wil zijn, dienstbaar. Geen ‘bediende’ maar een ‘dienaar’.

Beperking

Maar die gastvrijheid raakt ook aan het verhaal van Marcus. Het betonen van gastvrijheid waar de schoonmoeder van Simon niet aan toe kan komen. Simons schoonmoeder ligt op bed. Is ziek. Heeft koorts. Zij gloeit. ‘Koortsvuur’ lees ik in de Naardense Vertaling. Uitgeteld en bedlegerig. Niet bij machte om ook maar enige gastvrijheid aan de dag te leggen.

Zoals ze ook niet in staat was geweest om zelf naar het gebedshuis te gaan. Want Simons schoonmoeder was aan huis gebonden, aan bed gekluisterd. Zo kwamen Jezus, Simon en Andreas, Jakobus en Johannes thuis na hun bezoek aan het gebeds- en leerhuis, de synagoge van Kafarnaüm.

Maar waar heb je het over wanneer je thuis komt van de samenkomst en eredienst? Een zegen als gesprekken gaan over blij zijn met wie blij is en bedroefd zijn met wie bedroefd is. Over een lid van de gemeente dat gegroeid is in geloof.  Het herkennen van een gave ontvangen van de Heer. En natuurlijk ook over niemendalletjes en koetjes en kalfjes, over wat eten we vandaag, waarom niet?

Thuiskomen

Marcus vertelt van thuiskomen van de synagoge waar Jezus van Nazareth in de synagoge van Kafarnaüm had gesproken. En dat had tongen losgemaakt. Een begenadigd spreker bij de heilige Schrift. Jezus straalde gezag uit, zijn woorden raakten, Hij ademde Gods Geest. Jezus’ woorden waren zo krachtig geweest, dat Hij in het leerhuis van Kafarnaüm een onreine geest de stuipen op het lijf had gejaagd.

Nee, het kwade laat zich zomaar niet wegjagen, daar is heel wat voor nodig. Het kwade is hardnekkig als een farao in Egypte, kwaadwilligheid is als verstikkend onkruid tussen het zaad in goede aarde, het kwade doet zich voor als een roofdier tussen de schapen. Maar vanuit het leerhuis van Kafarnaüm klinkt de boodschap van wandelen in het licht van het Woord van God, van rank zijn aan de wijnstok van God de hemelse Vader, van toebehoren aan Hem die de goede Herder is: Jezus’ woorden doen ertoe, Jezus drijft het kwade uit, legt boze tongen het zwijgen op, want God heeft het laatste woord.

Gespreksstof genoeg voor in huiselijke kring. Jezus’ woorden om in de binnenkamer over na te denken. Om lering uit te trekken; wat te doen met de woorden en het gezag van Jezus, als onreine geesten Hem gehoorzamen, wat heeft Jezus goedbedoelende mensen te vertellen?

Met Jezus thuiskomen

Simon en Andreas en Jakobus en Johannes: Zij gaan verder met wat zij van Jezus hebben gehoord en gezien. Als Jezus in de synagoge goed werk kan doen, dan zal Hij dat in huiselijke kring ook kunnen! Zo is het met geloof in de liefde en de kracht en de genade en de ontferming van God. Geloven doe je niet alleen in de synagoge of in de kerk, maar geloven draag je ook mee naar buiten, de wijde wereld in om te brengen in praktijk. Thuis, in de familie, op school en in het werk.

Simon en de anderen begrepen dat, deelden met Jezus hun zorg over de schoonmoeder van Simon. Zij was er in de synagoge niet bij. Had er in haar ziek zijn misschien ook geen oren naar. Hoofd en hart en handen vol aan zichzelf. Maar zij werd wel bij Jezus gebracht. Haar ziek zijn werd gedeeld met Jezus. Door vrienden en familie die over haar spraken met Jezus. Ten goede, wel te verstaan. Heer, wij hebben zorgen. Heer, wat kunnen wij doen? Heer, we brengen het bij U.

Leven vanuit Hem

Waarop in één adem en zin wordt verteld wat Jezus deed. Jezus ging naar haar toe. En Hij vatte haar bij de hand. ‘Vat Heiland bei mijn handen en leid mij voort, ik kan geen enkele schrede doen zonder U, steun help mij nu’, dat zou haar lied kunnen zijn. Jezus hielp haar overeind. Een verhaal van bij de hand gevat worden, overeind geholpen worden, opstaan. De boodschap van opstaan, als herboren in het leven gaan staan. Het leven dat weer in je vloeit, nieuwe kracht, nieuw elan. Weer deel gaan hebben aan het gezinsleven, aan het dagelijks leven, aan het samenleven dat de Heer heeft gegeven.

Want alle leven is een gave van de Heer. Van de Levende Heer die zelf ook is Opgestaan. Een Paasverhaal om mee te beginnen, nu jaagt de dood geen angst meer aan, want Hij is Opgestaan en wij met Hem. Zo is het met wie in de Levende Heer geloven! Je stond er buiten en ernaast, maar door Hem ben je er toe gaan doen. Deel gaan hebben aan de kring van wie op Hem vertrouwen, je voelt je thuis bij wie Hem liefhebben, dienen en eren. Zoals de schoonmoeder van Simon, die aan de hand van Jezus was opgestaan, Hem lief is gaan hebben, en van daaruit ging zorgen voor de mensen die Hem lief hebben en volgen. Zij kon liefdevol gaan dienen!

Dienen uit liefde

En dat laatste, dat dienen, dat wil zoveel meer zeggen dan in de weer gaan met potten en pannen en kannen en kruiken. Zoveel meer dan werk aan de winkel en handen uit de mouwen en alles uit de kast. Simons schoonmoeder, in de naam van Jezus is zij gaan staan voor een vrouw in de lijn van Abraham.

Abraham die onbekenden zag en zonder het te weten engelen in zijn tent ontving. Zo ontving zij de Levende Heer en zijn apostelen in haar huis, hart en leven! En zij diende hen! In navolging van Abraham die schaduw aanbood voor boodschappers van God op het heetst van de dag. Water aandragend voor vermoeide voeten. Een feestmaal voor voorbijgaande mensen onderweg. Gezien en ongezien.

Dienen zoals Jezus

Zo diende zij Jezus en zijn leerlingen, werd zij zelf een leerling van Jezus, die zelf ook voeten waste, Jezus die de voeten waste van zijn leerlingen al wilde Simon Petrus daar nog niet aan. Maar zijn schoonmoeder wist het! Haar huis open voor de Heer die dient! Het hart open voor Hem die de hemelse Vader dient! Een leven geopend voor hen die God liefhebben met hart en ziel. Zoals zijzelf wist geliefd te zijn.

Prijs de Heer mijn ziel, en prijs zijn heilige naam.
Prijs de Heer mijn ziel, die mij het leven geeft.

Mogen wij dienen als Hij
open voor het leed dat anderen deert,
Jezus de Heer van ons hart
is het voorbeeld dat ons inspireert.

Zie onze God, een Heer die dient,
Hij spreekt ons aan Zijn weg te gaan.
Als dagelijks feit heel ons leven Hem gewijd
aan onze God, een Heer die dient.

Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren