Marcus 1 vers 39-45 • Plaatsvervangend

Naar Marcus 1 vers 39-45 en Jesaja 53

Er waren lijdende mensen naar Jezus toegekomen, en Jezus had hen op Zijn wijze uit hun lijden verlost. Door aan hun lijden een einde te maken en hen het leven te geven. En de evangelisten vertellen daarvan, hoe Jezus mensen die geen leven hadden geneest: doven gaan horen, blinden gaan zien, verlamden gaan lopen, stommen gaan spreken, doden herleven. Het kan niet op en het houdt niet op bij Jezus. Want bij Jezus gaat het zowel over het dagelijkse en het eeuwige leven. Het leven in het hier en nu en het leven in het licht van God die er altijd zal zijn, tot in eeuwigheid.

Zo kwam er ook iemand naar Jezus met melaatsheid. In de Nieuwe Bijbel Vertaling wordt die ziekte ‘huidvraat’ genoemd. De menselijke huid die aangevreten wordt, geen gezicht, niet om aan te zien, afschuwelijk! Als het ware levende lijken met een huid wit als sneeuw.   Vaak is daarbij gedacht aan Lepra, mede vanwege die besmettelijkheid; afstand bewaren omwille van lijfsbehoud, van levensbelang. Maar in het evangelie van Marcus lezen we van een mens met huidvraat die naar Jezus is toegegaan. En Jezus raakte deze mens aan en genas hem, Jezus stak hem de hand toe, hem verlossend van zijn huidvraat. En van zijn leven in afzondering.

Mee om leren gaan

Ziekte en lijden is al zo oud als de mensheid. Het paradijs ligt ver achter ons. In het paradijs was het leven volmaakt, alles was goed, geen ziekte, geen dood, geen rouw, geen spijt. Maar de mens is de onschuld verloren, de mens is gaan leven met schade en schande, met twijfel en wantrouwen. Zo klinkt het Bijbelse verhaal van de mens in het paradijs. Want list en bedrog zaaide twijfel over God in het hart van de mens, en prompt was het mis. Het paradijs werd verloren.

Ja, we leven in een gebroken wereld. Waarin mensen ziek worden. We kunnen er niet omheen. Moeten er soms dwars doorheen. Mee om leren gaan. Maar in tal van Bijbelse verhalen wordt aan ziekten zoals ‘huidvraat’ een levensles verbonden. Zo is er het verhaal van de Syriër Naäman, die getroffen wordt door huidvraat. Een verhaal dat leert dat een gelovig kind de weg kan wijzen naar genezing. En dat huidvraat een belerende straf van God kan zijn, zoals Gehazi in datzelfde verhaal van 2 Koningen 5.

En er is een verhaal over Mozes, Aäron en Mirjam in Numeri 12. Aäron en Mirjam zijn de broer en zus van Mozes. Op het oog een hecht gezin, om elkaar gevend, elkaar bijstaand juist als het erom spant. Een hecht en voorbeeldig gezin. Zus Mirjam had Mozes geen moment uit het oog verloren toen haar babybroertje noodgedwongen te vondeling werd gelegd. Nota bene in een biezen mandje langs de oever van de Nijl. Broer Aäron had Mozes terzijde gestaan toen het woord gevoerd moest worden aan het hof van Egypte. Broer en zus stonden Mozes nabij.

In afzondering

Maar kleine kinderen worden groot. Mirjam had moeite gekregen met haar schoonzus, met Mozes’ vrouw van Nubische komaf. En Aäron staat erbij en kijkt ernaar. Zo listig gaat het kwade te werk, onmin zaaiend in de familie, kwaad bloed zettend onder Gods kinderen. Waarop de Here God als de hemelse Vader Mozes, Aäron en Mirjam bij zich roept in de ontmoetingstent. Zeggende dat Hij op Zijn wijze met Mozes om wil gaan. Waarop Mirjam zeven dagen in afzondering moet gaan. Melaats getekend. Niet afgeschreven maar wel melaats. Om in het reine te komen met zichzelf, met mensen om haar heen, en met de Here God. Een Bijbels voorbeeld van melaatsheid bedoeld om te corrigeren, om er een beter mens van te worden.

Ziekte als straf?

Nee, ziekte is niet bij voorbaat een straf van God. Ziekte is niet de wil van God. God heeft het goede voor met de mens, met de dieren, met Zijn schepping. Maar laten we niet vergeten, God corrigeert wel, wijst wel terecht, zet apart om tot inkeer en inzicht te komen. Leven wij vandaag in zo’n tijd? Wie weet!

Maar in de tijd van Jezus was het een gangbare opvatting. Ziekte als straf. ‘Deze blindgeborene, heeft hij gezondigd of zijn ouders?’ Dat vroegen ook Jezus’ leerlingen! Jezus antwoordde dat Gods werk door hem zichtbaar moet worden. Kan het zijn dat ook onze ogen geopend moeten worden voor Gods werken?

En geleerd hebbend van verhalen zoals van Mirjam en haar huidvraat kijkt de omgeving aan huidvraat lijdende mensen aan: innerlijk schuldig, uiterlijk bezoedeld. En daarom het uit de weg gaan, niet mee in aanraking komen, verre van je houden. Zorg eerst maar dat je in het reine komt!

Maar daar is meer voor nodig dan een straatverbod of isolatie alleen. Die mens met huidvraat die naar Jezus toeging wist dat. Wist dat als geen ander. De tijd heelt niet alle wonden. Gedwongen of zelfverkozen afzondering ook niet. Andere mensen en situaties uit de weg gaan baat niet. Zeker niet als het diep zit. Is doorgedrongen in hart en ziel. Alle hoop is bij deze mens gevestigd op Jezus, van wie gehoord en verteld is dat Hij kwade geesten uitdrijft. Dat Hij genezen kan naar lichaam en geest. En zo beweegt deze met huidvraat en innerlijk verdriet zich naar Jezus, Hem voor de voeten, op de knieën vallend, biddende, smekende om genezing. Hoopvol vanuit de wanhoop, in nood leert een mens bidden, tot wie kon hij anders gaan? Tot Jezus alleen!

Laat je ego niet strelen

Waarbij de getekende mens het uitspreekt: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken’. Woorden die bij menig pastoraal werkende bekend in de oren klinkt. ‘Ik ben al bij zoveel mensen geweest, maar u bent de eerste die mij begrijpt’. Maar wees voorzichtig! Een ego-strelende valkuil waar je zomaar in kunt trappen. Predikanten horen het nieuwelingen in de kerk zeggen: ‘Ik ben al in die kerk, en bij die gemeente, en bij die parochie geweest, maar hier heb ik “de ware kerk” gevonden’. Wees alert, want is jou geloofsgemeenschap werkelijk zo bijzonder?

Met ontferming bewogen

Kan Jezus zich gevleid weten?  Hij alleen weet het. Maar Marcus plaatst Jezus in een ander licht! Het gaat niet om Hemzelf maar om God de hemelse Vader. En de lijdende mens, die grijpt Hem aan. De Here Jezus die medelijden heeft met de lijdende mens. Met ontferming bewogen raakt. Erbarmen, dat woord wordt ook wel gebruikt. Wat zeggen wil dat Jezus’ maag erbarmelijk samenkromp bij het zien van deze mens. Niet de roem en eer van Jezus, maar de wanhoop en het verdriet grijpen Jezus aan. ‘Ik wil het’ zei Jezus. ‘Dat jij in het reine komt is Mijn diepe verlangen’ klinkt bij Jezus. ‘Dat jij weer een menswaardig leven hebt’ bedoelde Jezus. Want dit is geen leven.

Ja, God heeft het goede voor met de mens! Gods werk moet zichtbaar worden. Is zichtbaar in Jezus die deze mens de hand reikte, deze mens aanraakte. Ja, volgens de Thora, de wetten van God zoals we die vinden in de Bijbel, volgens de Schriften moest deze mens met huidvraat in quarantaine, in isolatie. Maar Jezus deed herstellend werk met het oog op deze mens. Liet niet als ‘weldoener’ Zijn ego strelen, maar Jezus had intens medelijden. Jezus raakte met ontferming bewogen. Vanwege diens erbarmelijke leven. Wilde genezing voor deze mens. Zette Zichzelf opzij en de Thora centraal. In hemelsnaam.

Gods belofte heerlijk vervuld

Was Jezus dan onaantastbaar? Kon geen enkele ziekte Hem besmetten? Was Hij dan immuun voor welke kwaal, welk lijden, welke tobberij dan ook? Nee, dat was Hij niet, de lijdende mensen, die Hij voor zich zag als schapen zonder herder, die raakten Hem tot in het diepst van zijn ziel. Of de Here Jezus zelf besmet raakte door het aanraken en genezen van zieken? Hij weet het! Maar de Bijbelse woorden leren dat de Here Jezus als een ongewenste werd uitgestoten. ‘Kruisig Hem’ scandeerde de menigte aan het adres van Pontius Pilatus, de stadhouder van Jeruzalem, ‘Kruisig Hem’ was de verwensing van de menigte onder aanmoediging van hogepriesters en gerechtsdienaren. Genadeloos verstoten! En dan die woorden vanuit Jesaja 53!

‘Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd’.

Alle kenmerken van een melaatse! En Paulus beaamde het voor zover hij het kon bevatten en verwoorden: ‘Als mens verschenen heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood, de dood aan het kruis’.

Geen eigen roem en eer

Uit alles blijkt: de Zoon van God was niet uit op eigen roem en eer, maar wel op de eer van God de hemelse Vader! Reden waarom Jezus op het hart had gedrukt: ‘Zeg het niet tegen de mensen, bazuin het niet rond, schreeuw het niet van de daken’. En over trouw en gehoorzaamheid aan de Schriften gesproken, Jezus gaf mee dat de gereinigde mens zich aan de priester moest laten zien. Overeenkomstig de Thora, de Leefregels van God: breng je offers aan God zoals je kunt lezen in de Schriften, ja, alle eer aan God de hemelse Vader, alles volgens het Woord van God, dat is strekking van Jezus, jij menslief genezen van je huidvraat, ga jij je nu aan de priester laten zien, en dan naar huis, naar je gezin, naar je familie, leef tot eer van God …

Alle eer aan Hem

En de Here Jezus dan? Geen dank U wel? Geen alle eer aan Hem? Nee, toen nog niet. Daar was de tijd nog niet naar. De hemelse Vader zal Hem alle eer geven. Op Zijn wijze. Nadat alles is volbracht. Voorbij het kruis waar klonk ‘vandaag nog zul jij met Mij zijn in het paradijs’. Als voorbij de kruisdood blijkt dat Jezus leeft. De Levende Heer is voor wie hem liefheeft, eert en dient. De Heer die reinigt wie naar Hem vragen. Hij is nabij wie in Zijn naam geloven. En brengt veranderingen ten goede in de levens van mensen.

Want Jezus is Heer, Hij is het Licht voor de wereld, het Brood voor het leven, de Weg naar de hemel. Wie in Hem geloofd zal eeuwig leven hebben. Maar Gods plannen zijn niet onze plannen. En Gods wijsheid overstijgt de wijsheid van mensen. Wetende dat alle eer aan God de mens op aarde eenzaam kan maken. Kijk naar de Here Jezus, die melaatse mens gaf Hij het leven weer. Maar de roem drong zich aan Jezus op, dreef Hem de woestijn in, dreef Hem weg van de mensen die alles van Hem wilden. De Here Jezus die ook Jeruzalem werd uitgedreven, afgezonderd naar de meest verlaten plek op aarde, naar Golgotha waar een kruis verrees. Zich van God en mensen verlaten wetend. Een melaatse gaf Hij het leven weer. Plaatsvervangend.

En dat alles en alleen omdat God de mens zo lief heeft
dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft
opdat wie in Hem geloofd
niet verloren gaat
maar een eeuwig leven zal hebben.

Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren