Marcus 10 vers 17-27 • Mogelijk bij God

Marcus 10:17-27 en 1 Korintiërs 1:4-9 en 18

Ik mag geen reclame maken. Niet voor een bepaald product, niet voor een politieke partij, niet voor een zekere vakantiebestemming, niet voor mijzelf. Maar ik heb wel degelijk reclame te maken, een boodschap te ventileren. Ik heb reclame te maken voor geloof in Jezus, voor de woorden van de Bijbel, voor het Koninkrijk van God. ‘Van geloof getuigen’ noemen we dat. ‘Het geloof verkondigen’ met andere woorden. ‘De boodschap uitdragen’. En voor wie van ons geldt die opdracht nu niet, om een ‘levende aanbevelingsbrief van Jezus te zijn, een ‘wandelende reclamezuil, een toonbeeld van geloof in Hem’.

Alles kunnen maken

Ik mag dus geen reclame maken. Maar bij deze ga ik het zijdelings toch doen. Het doel heiligt de middelen, zullen we maar even zeggen. ‘Met LEGO kun je alles maken’. Dat was lange tijd de reclameboodschap van de Deense speelgoedfabrikant. En ik kan er niet omheen, als kind speelde ik al met LEGO, als vader van twee kinderen speelde ik met LEGO, en met een kleinkind zal dat niet anders zijn. ‘Van alles maken met LEGO’. Tot zover de reclame …

Wanneer we Marcus 10 lezen komt daar iemand naar voren die ook alles kan maken. In andere Bijbelgedeelten wordt hij wel ‘de rijke jongeling’ genoemd. Letterlijk en figuurlijk kan hij alles maken. Hij heeft genoeg spullen tot zijn beschikking. Hij hoeft zelfs niet te lenen want het zijn zijn bezittingen. Daarbij heeft hij een goed stel hersens en goede manieren meegekregen. Dat blijkt wel uit hoe hij zijn vraag stelt: ‘Deel krijgen aan het eeuwige leven’, dat klinkt als verheven taal, niet helemaal van deze wereld. En ‘goede meester’, dat zijn woorden vol van beleefdheid en respect. Hij gaat zelfs op de knieën. Niets mis met zijn sociale vaardigheden. En met zijn eerbetoon.

En dan blijkt het ook nog een mens te zijn van goede wil en vol goede bedoelingen. Hij wil een goede zoon zijn voor vader en moeder en opa en oma, tussen de liefdesrelaties en goede verstandhoudingen van anderen zal hij geen wig drijven. Laat staan dat hijzelf vreemd zou gaan, het leven is hem heilig en het kostbaarste wat je iemand kunt ontnemen, iemands lust en leven, daar gaat hij respectvol mee om. Geen haar op zijn hoofd die eraan denkt om iets te stelen of toe te eigenen. List en bedrog en kwaadsprekerij, daar doet hij niet aan mee. Al met al een voorbeeldig mens, een ‘brave Hendrik’, of zijn zusje ‘brave Maria’ … (benaming afkomstig van schrijver Nicolaas Anslijn Nz. (1777-1838)

Zo iemand kan veel maken! Als je een goede naam hebt gaan er deuren voor je open. Als je gezien wordt als eerlijk en oprecht, dan wordt je het voordeel van de twijfel gegund. En als je spullen hebt in te brengen helemaal. Niet alleen met LEGO, maar ook met geld kun je alles maken. En zo heeft de jongeman in het verhaal van alles in huis waarmee de wereld aan zijn voeten ligt. Een goede naam, goederen op zijn naam, en goede intenties en manieren. Alles heeft hij mee!

Alles kunnen breken

Maar wat ook waar is: geld en macht en lust zijn de grote factoren die de wereld zo gebroken maken. We zouden een eindeloze opsomming kunnen maken van situaties waar geld en macht en lust leiden tot crimineel gedrag, corruptie en schandalen. Maar daar doet deze mens in het Bijbelverhaal dus niet aan mee, hij kiest ervoor om goed te doen met wat hij heeft. En dat laat hij Jezus dan ook weten. Met die ene vraag ‘wat moet ik doen om deel te hebben aan het eeuwige leven, waar kan ik nog wat bijleren, hoe kan ik mijn leven verbeteren?’

Jezus heeft daar wel een antwoord op. Maar stelt eerst een wedervraag: ‘Waarom noem je mij goed?’ En ‘Waarom plaats je mij op een voetstuk?’ En ‘Waarom die verheven taal?’

Is dat omdat deze jongeman een goede sier wil maken en in een goed blaadje wil komen te staan? Want hij weet heus wel dat Jezus van Nazareth door velen geliefd en geëerd en gewaardeerd wordt, maar ook dat er groepen en groeperingen zijn die Jezus niets vinden en een bedreiging vinden. En zet hij daarom zijn sociale vaardigheden in? Wat wil deze jongeman? Wil hij werkelijk laten weten dat hij Jezus geweldig vindt? Of weet hij het eigenlijk zelf niet maar weet hij wel dat er ook op hem wordt gelet, ben je voor of tegen Hem, vind je Hem TOV, of vind je hem niets? Jezus vraagt hem: ‘Waarom noem je mij goed?’ Dat is mijn vraag aan jou …

Waar doe je goed aan?

Maar hoe dan ook, aan Jezus werd gevraagd hoe deel te verkrijgen aan het eeuwige leven. En het antwoord was alles verkopen en de opbrengst aan de armen geven. Wat neer komt op zelf arm worden. Jezelf vereenzelvigen met de armen. Net zo afhankelijk worden als wie niets in te brengen hebben. Althans, geen geld, geen goederen, blijft over allen jezelf. ‘Nog geen steen hebben om het hoofd op te laten rusten’ zegt Jezus op een ander moment.

Nee, Jezus zei niet dat die welgestelde man zijn goede manieren af moest leggen. En dat hij zijn verstand niet meer mocht gebruiken. Om er maar op los te gaan leven. Nee, Jezus zei iets anders, Jezus stelde voor dat deze mens met zijn goede wil en verstand Jezus zou gaan volgen. Puur mens zijn zonder opsmuk. Geen schone schijn maar zijn zoals je bent. Mens onder mensen en mens naar Gods hart. Medemens zijn in het weten bekend en geliefd en gewenst te zijn bij God. Puur menselijk zijn in het weten dat het meest eenvoudige leven op aarde, en het eeuwige leven bij God in de hemel meer waard is dan wat dan ook.

En dan doet zich het volgende voor: naar menselijke maatstaven heb je zonder geld en spullen niet zo veel meer te zeggen. Naar wereldse maatstaven telt een mens pas wanneer deze de kassa laat rinkelen en de economie in gang houdt. Voor de wereldeconomie telt een mens juist wanneer deze bezittingen aanschaft, verzekeringen afsluit, belastingen betaalt en steeds weer gaat voor groter, mooier en nieuwer. Maar Jezus leert het tegendeel: verzamel je geen schatten op aarde waar roest en mot aantasten en dieven inbreken en stelen. Jezus leert: verzamel schatten in de hemel, want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. (Matteüs 6:19-21)

Oog van de naald

Jezus leert dus, dat een kameel gemakkelijker door het oog van de naald gaat, dan een rijke het koninkrijk van God ingaat. En dan zou het zomaar kunnen, dat wij ons met Jezus’ leerlingen rijk rekenen. Als we ons arm weten naar geld en goed, zeker in vergelijking met wie het veel beter hebben dan wij, dan slaan we misschien wel een zucht van verlichting, het koninkrijk van God wat dichterbij.

En het zou ook zomaar kunnen dat we ons rijk rekenen, zoals Petrus die het hoge woord neemt door te zeggen ‘maar wij hebben alles opgegeven, al mijn tijd bij dag en nacht, al mijn onthoudingen aan leuke fijne zaken, al mijn gulle giften, daarmee is Gods koninkrijk voor mij toch wel wat dichterbij?

Maar het zou ook kunnen dat wij ons, bewust van onze rijkdom en overvloed achter de oren krabbelen, weliswaar gelovig maar toch, al mijn aardse rijkdom, al mijn gaven en talenten, al mijn vaardigheden en capaciteiten, staan die dat mijn ingaan in het koninkrijk van de hemel niet in de weg?

Ja, het geloof dat de Bijbel leert heeft vele kanten. Enerzijds dat ieder mens de naaste lief dient te hebben, juist door ervoor te zorgen dat het de naaste aan niets ontbreekt. Hoe rijker en gezegender je bent, des te meer ben je in de gelegenheid om voor anderen te zorgen. En soms dan ontmoet ik mensen met een uitzonderlijk smalle beurs. Die dankbaar zijn voor de alledaagse dingen en die als gave van God ervaren. Die zien hoe anderen er voor hen zijn.

Welvaart een zegen

En tegelijk is naar Bijbelse maatstaven welvaart en overvloed geen zonde maar een zegen, samengevat in dat ene woord ‘Sjaloom’ dat zoveel meer betekent dan ‘vrede’ alleen, ‘Sjaloom’ is de uitdrukking van welzijn, vrede, gezondheid, voorspoed. Tel je zegeningen, één voor één en vergeet er geen! Ervaar je welvaart en overvloed? Wees God dankbaar en bidt God dat je niet in verleiding komt!

Maar Jezus leert ook dat vele eersten de laatsten zullen zijn, dat er vele welgestelden die het gemaakt hebben, die hun zegeningen al gehad hebben achteraan in de rij zullen staan bij het binnengaan in het koninkrijk van God. Nee, Jezus zegt niet dat zij die baden in weelde bij voorbaat kansloos zijn. Maar Jezus zegt wel dat en kameel gemakkelijker door het oog van de naald gaat …

En wetende, dat welvaart en rijkdom naar de maatstaven van de Bijbel zegeningen zijn legt dat de vraag voor: ‘hoe om te gaan met wat ons is toevertrouwd?’ Wanneer wij goed uit onze woorden kunnen komen en verstandig kunnen beredeneren en onze zaken goed op orde hebben, waartoe wenden wij al die mogelijkheden aan, hebben wij er dan goed mee gedaan?

En wanneer de Heer zou vragen naar onze gaven en talenten en naar al onze vaardigheden, hebben wij God en mensen ermee gediend of was het alleen voor eigen geld en goed en het goede gevoel?

En wanneer wij zijn van goede wil, vol van hoge idealen en vol van grootse idealen, het allerbeste voor het allerhoogste, het beste niet goed genoeg, het lijkt zo mooi maar tegelijk, toch altijd weer die teleurstelling van er net niet bij kunnen, zoals ‘de rijke jongeling’ die ging voor het ‘eeuwige leven’: moge dit het troostwoord zijn: ‘Al wat gedaan is uit liefde voor Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan’.

Mede mogelijk gemaakt door …

Ja, deze overdenking begon met het begrip ‘reclame maken …’ En het kan zich voordoen dat er onder een reclameboodschap staat ‘Mede mogelijk gemaakt door …’ en dan volgt er een naam. Mogen wij zo naar ons eigen leven kijken! En de Naam noemen die mogelijk heeft gemaakt! Wie wij kunnen zijn, wat wij kunnen doen, welke bijdragen we leveren, wat onze intenties zijn; moge het zo zijn dat we meer en meer zullen inzien dat wij mogen zijn wie we zijn in Jezus’ naam en door de kracht van Gods Geest. Niet ‘een beetje van mijzelf, en een beetje van een welbekende kruidenier’, en ook niet het onderschrift van ‘mede mogelijk gemaakt door …’

Maar mogen wij hierin groeien: dat wij niet alles kunnen maken, maar God kan dat wel! Hij is de Schepper, de Bestuurder, de Onderhouder van alle dingen. En in Hem leven wij. Tot eer van Zijn Heilige Naam, in wiens Naam door geloof alles mogelijk is. De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor wie geloven is het de kracht van God. In het geloof dat door Gods Zoon Jezus Christus alles mogelijk is geworden. Het door genade ingaan in het koninkrijk van God. Uit genade en om Christus’ wil.
Amen

Met liefdekoorden trok God mij,
om Christus’ wil vergaf Hij mij.
‘k Werd uit de nacht tot licht gebracht,
o, prijs Zijn naam, Hij redde mij!

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren