Marcus 11 vers 15-19 • Schoonmaakwoede

Naar Marcus 11:15-19 en 1 Petrus 2:1-5

Hoe gaat dat bij een grote schoonmaak in huis? Dan gaan de stoelen van de plaats en spullen aan de kant. Niets wordt onder het vloerkleed geschoven. In vroeger tijd ging ouderwets de mattenklopper erover heen. De ramen worden gezeemd, van binnen en buiten. Het eigen stoepje schoon. Geen moeite teveel, alles kraakhelder en fris. Grote schoonmaak!

Gemak dient de mens

Soms zie je in hotels en kantorencomplexen een ‘stofzuigsysteem’. In de vloer of in de wanden zitten dan kleine luikjes waarin je alleen maar een stofzuigerslag hoeft te steken. De interieurverzorgers hoeven niet te sjouwen met luidruchtige stofzuigers en er lopen geen snoeren over de vloeren en nooit meer een stopcontact waar even een andere stekker uit moet. Het centrale stofzuigsysteem werk zo goed als geluidloos. Doet ook geen stof opwaaien. Want alle stof wordt vacuüm afgevoerd. Eventueel onder kantooruren kunnen in alle rust de schoonmakers hun ding doen. Niemand zit de ander in de weg. De accountmanagers blij, de schoonmakers tevreden. Geen mens zit de ander dwars. Ieders werk gaat gewoon door.

Tempelreiniging

Over grote schoonmaak gesproken: Jezus veegde de vloer aan van het tempelplein! En hoe! De tafels en de stoelen gaan omver, het wisselgeld  van de veehandelaren en geldwisselaars wordt te grabbel gesmeten over het tempelplein. Een grote schoonmaakwoede! Wat een tumult zal het gegeven hebben! Geloei van de runderen, geblaat van de schapen, gekoer van de duiven. Gerinkel van de klinkende munt over de straat, van tafel geveegd.  De vloer aangeveegd, de bezem erdoor!

Willen wij Hem zo leren kennen?

De evangelist Johannes beschrijft zelfs het gebruik van een zweep door Jezus. Zo kennen wij Jezus niet. Willen wij Hem zo wel leren kennen? Of moeten wij wel? Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes, alle de vier evangelisten uit de Bijbel vinden van wel.

Bang en ongerust

Met gemengde gevoelens zijn Jezus en zijn leerlingen naar Jeruzalem gegaan. Jezus bereidde zijn vertrouwelingen voor: dat Hij uitgeleverd zou gaan worden aan de hogepriesters en de Schriftgeleerden, dat zij Hem ter dood zouden veroordelen. Zijn woord tegen het Zijne. En dat Hij door hen aan de heidenen overgeleverd zou gaan worden. Wie speelt wie nu uit?

Ja, als je dat zo leest en hoort, dan kunnen wij ons voorstellen dat Jezus’ leerlingen ongerust zijn, ‘wat de toekomst brengen moge’ is voor hen een onzekere factor. Logisch dat de mensen rondom hen heen ongerust zijn. Want ook zij leefden in grote verwachtingen. Maar Jezus’ zeiden dat zij die verwachtingen bij moesten stellen. ‘Wij leefden in de hoop dat Hij het was die het volk van Israël zou bevrijden’ … zeiden de Emmausgangers.

De volgelingen van Jezus; ongerust en bang. Wat staat er te gebeuren? En hen te wachten? Hoe moet het verder, als Hij er niet meer zal zijn om hen bij te staan? Hoe zullen de leiders en de machthebbers naar hen gaan kijken, met hen omgaan? Zullen zij ook overgeleverd gaan worden aan de grillen van de wereld? En wat als het gaat klinken ‘Jij, jullie, jij hoorde toch ook bij Hem?’ Petrus gaat ervan weten!

Intocht van Jeruzalem

In die beladen en benauwende sfeer komen zij aan in Jeruzalem, gaat Jezus naar de tempel van Jeruzalem, hartje stad. In de tijd van Jezus had de tempel van Jeruzalem haar grootste omvang tot dan toe bereikt. Koning David had bouwplannen gemaakt, materialen verzameld. Koning Salomo had de tempelbouw gerealiseerd. Naar het voorbeeld van de tabernakel, de ontmoetingstent van de Israëlieten in de woestijn. Maar na verloop van tijd werd de tempel van Salomo verwoest door de Babyloniërs en later weer herbouwd dankzij de goodwill van de Perzen. Daarvan vertelt het Bijbelboek Nehemia.  En daarna werd de Joodse tempel voor Herodes de Grote een prestigeproject. De tempel van Jeruzalem, velen droegen ‘hun steentje bij’. Letterlijk en figuurlijk, een gebedshuis van alle volken.

Inrichting van de tempel

En over de inrichting gesproken: De tempel van Jeruzalem kende het heilige der heilige, waar alleen gewijde Joodse priesters mochten komen. En voor het heilige der heilige was er een ruimte met de naam ‘De voorhof van de priesters’. Joodse priesters, welteverstaan. En daarvoor lag er het plein met de naam ‘De voorhof van de vrouwen’. Waar zich alleen de Joodse mensen mochten begeven. Maar daarvoor lag het tempelplein waar iedereen mocht komen: mannen, vrouwen, kinderen uit alle volken en windstreken van de wereld mochten komen op dat tempelplein. Een huis voor alle volken. Wie je ook was, hoe je ook dacht, waar je ook aan leed, hoe je eraan toe was, je mocht er zijn. Een profetisch woord helemaal waar: ‘Mijn huis moet een bedehuis zijn voor alle volken’, naar de woorden van Jesaja 56 …

Offerdieren

Maar die tempel trad de Here Jezus dus binnen. Of beter gezegd, dat tempelplein ging Jezus op. Het tempelplein waar iedereen mocht komen, ongeacht huidskleur, geloof of ras, afkomst, hoedanigheid of geaardheid. Geen enkele vorm van discriminatie. Waar Jezus aanliep tegen de handelaren in offerdieren en de geldwisselaars. Waar Jezus aanliep tegen gemakzucht. Want het is wel een gedoe om offerdier van ver mee te nemen. Dan koop je toch gewoon een offerdier op het tempelplein? Een rund, een schaap, een paar duiven, naar draagkracht en gelegenheid. Gemak dient de mens. En daarbij, dan hoef je ook geen dier te offeren waar je gehecht bent geraakt.

Maar wat wringt dat gemakzucht met de intentie van het offeren! Want destijds in de tempel, daar werden dieren geofferd als genoegdoening, om het goed te maken. Als je wist dat je iets verkeerds had gedaan, als je je onschuld was verloren, dan ging je offeren om met God in het reine te komen. Als je ziek was geweest, bij een zieke was geweest, bij een overledene was geweest, dan bracht je een offer om weer in het reine te komen. Geen goedkope oplossing, geen gemakzucht, jou reinheid gaat ten koste van het leven van een dier!

Tempelgeld

En het geldwisselkantoor op het tempelplein, dat was ook zo iets. Want heiligheid en reinheid stonden voorop in de tempel. Geen onreine voet mag daar treden, geen besmeurde handen of dingen waar vuiligheid aan kleeft. Maar de bestuurders van de tempeldienst stelden zichzelf de vraag: als je de boel rein wilt houden, wat doe je dan met dat wereldgeld, met het muntgeld met een afbeelding van de keizer van Rome? ‘Geen gesneden beelden vereren’ staat er in de Tien Geboden.

En wat te doen met al dat geld dat de wereld is doorgegaan, het slijk der aarde waar mensen voor gewerkt en van geleefd hebben, goed mee hebben gedaan. Maar datzelfde geld dat ook rondgegaan is in de wereld van de prostitutie, waarmee mensen kunnen zijn omgekocht en verraden, waar mensen van beroofd zijn, waar mensen elkaar om benijd hebben, smeergeld, zwijggeld, bloedgeld.

Ja, ‘In uw heiligdom geborgen, waarde reine voet slechts treedt’, dat zijn de woorden van een lied. Maar dan dat slijk van de aarde! Waar de leiders van de tempel iets op hadden bedacht. ‘Tempelgeld’. Wisselgeld dat binnen de muren van de tempel bleef. Niet in aanraking met de wereldse praktijken. Verkrijgbaar bij de geldwisselaars.

Tempelreiniging

En Jezus ziet het aan. De offerdieren en het wisselgeld. Wetende dat Hij uitgeleverd gaat worden aan de hogepriesters en de Schriftgeleerden die dit allemaal hebben bedacht. En die Hem ter dood zullen gaan veroordelen, en uitleveren aan de heidenen. En Jezus kende de Bijbelse woorden zoals van Hosea 6 vers 6, ‘Liefde, barmhartigheid wil ik, geen offers. Met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer’.

En Jezus droeg Johannes’ woorden met zich mee, van ‘Zie daar, het Lam van God dat de zonde van de wereld wegdraagt’. Johannes die deze woorden uit had gesproken, wijzende naar Hem, wijzende naar Jezus, als het ware de Zondebok in levende lijve, die volgens oude traditie beladen met de ongerechtigheid van de mens de woestijn in werd gejaagd, eenzaam en verlaten, geen schijn van kans.

Jezus’ schoonmaakwoede

En Jezus ziet het aan, een grondige ‘Tempelreiniging’ kan niet uitblijven, met alle consequenties van dien! Jezus zal woede over zich af gaan roepen, de woede van handelaren en wisselaren en leiders van de tempeldienst. Hun levendige handel te grabbel! Maar Jezus’ ‘Schoonmaakwoede’ is groter, zijn ‘Heilige verontwaardiging’ wint het, weg ermee, afgelopen moet het zijn met alle gemakzucht en schijnheiligheid, voor koopjesjagers en winstpakkers geen plaats in dit heilige huis, weg met al die rommel en koopjes en kooplust! Want Mijn huis zal een huis van gebed zijn, voor alle volken, maar jullie, jullie hebben er een rovershol van gemaakt’ roept Jezus toe …

Onze schoonmaakwoede

Kijkende in mijn eigen huis en leven: daar is te vinden wat mij heilig is, mijn eigen heilige huisjes. Ook in mijn ‘eigen’ geestelijk thuis, ‘mijn’ huis van gebed. Waar ik probeer te kijken met de ogen van Jezus. En dan te weten dat Hij ervan weet. Van onze inspanningen en van ons ‘laat maar zitten’. Van ons bezig zijn voor Hem en van het dienen van eigen belangen. Wat wij op tafel willen houden, van tafel willen vegen, onder de tafel door schuiven. Hoe wij onszelf zo goed mogelijk verkopen, meerwaarde willen geven, ons vrij willen kopen door voorbeeldig gedrag.

Maar God weet waar wij vandaan zijn gekomen. Waar wij door het stof zijn gegaan of door het slijk zijn gehaald, door woestijnen heen zijn getrokken, en ons als verloren zonen en dochters in zwijnenstallen en in modderpoelen hebben opgehouden. Hij weet hoe wij met het slijk van de aarde in aanraking zijn geweest. En verlangen terug te keren naar de op de uitkijk staande Vader. Hoe wij op zoek zijn naar Hem. Ons afvragen hoe wij Hem het beste kunnen dienen. Hij ziet de mens in genade aan. Juist de mens die het zelf niet redt. Niet weet waar te beginnen met die grote schoonmaak, van hart en leven.

Tempel van de Heilige Geest

Tempelreiniging in hart en leven. Daar schrijft de apostel Paulus ook over. Weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest? En inzetbaar zijn als een levende steen voor een geestelijke tempel, dat schrijft Petrus. Zoals in Psalm 51 waarin gebeden wordt ‘Schep, O God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig. Neem uw Heilige Geest niet van mij weg’.

Ja, ik geloof dat de Here Jezus het toe zou juichen wanneer wijzelf aan de slag zouden gaan, alle schone schijn terzijde geschoven, alle smetten weggepoetst, weg met alle gemakzucht. Ons aan zou moedigen wanneer wij met hart en ziel en met volle inzet Hem zouden dienen, door Hem lief hebben en de naaste als onszelf.

Maar dan te erkennen: ‘Hij kent de diepste schuilhoek van ons hart’. Hij weet waar te beginnen. Hij kent ons beter dan wij onszelf kennen. Zijn helpende hand voor de grote schoonmaak. Een grondige reiniging die begint bij het verlangen naar heiligmaking. De volledige voortdurende heiligmaking, ook wanneer er weer eens wat naar binnen dwarrelt.

Durf je het aan? Hem door je leven te laten gaan? Ja, dan komt alles in beweging. Alles krijgt een andere plaats. Omdat er door Jezus ‘huisgehouden’ wordt. Omdat Zijn Geest in je is gaan wonen. En geloof maar, dat ons leven er vol van zal zijn, vol van wie Jezus is. Dat ons innerlijk een huis van gebed zal zijn. En geloof maar, dat er dan een heerlijke wind zal waaien! Het is de wind van Zijn Heilige Geest. Zuiver als een zachte koelte. Zuiver als de lentelucht.

Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren