Marcus 12 vers 38 – 44 • Laatste cent, grootste schat

Marcus 12:38-44 en 2 Koningen 12:10-19

Bent u wel eens in de Schatkamer van de Sint-Servaas in Maastricht geweest? Een schatrijk museum onder een eeuwenoude kerk met een rijke historie en tegelijk een Rijksmonument. In Schatkamer van de Sint-Servaas is het één en al goud en zilver en edelgesteente dat er blinkt. Achter glas en vitrines. Kijken mag, aankomen niet. Toonbeeld van rijkdom. Zichtbaar en onzichtbaar bewaakt.

Wanneer Jezus van Nazareth de mensen onderwijst over geloof en leven, dan is dat dikwijls in de tempel van Jeruzalem. En wel op een bijzondere plaats. Verschillende Bijbelteksten wijzen erop dat Jezus Zijn woorden leert op het tempelplein, een plein voor iedereen toegankelijk, niemand uitgesloten, mannen vrouwen, kinderen. Joden, Romeinen, Grieken. Gelovigen, Pelgrims, feestvierders, belangstellenden. Jezus van Nazareth heeft een boodschap aan wie maar horen wil. En dan is het tempelplein een goede plaats.

Het is ook de plaats waar velen zich vergapen aan pracht en praal. Een omgeving met een rijke historie en imposante bouwwerken. Het Tempelplein van Jeruzalem als ontmoetingsplaats van geloof en handel en wandel, waar meningen kunnen stroken en botsen, een marktplein van koop en verkoop van offerdieren, al met al een drukte van jewelste. En dan mag je verwachten dat er zo iets geweest zal zijn van ‘ordebewaking’. Of alles wel rustig en naar behoren verloopt.

Schatkamer van de tempel

Logisch toch? Zoveel mensen van allerlei pluimage. Maar juist daar leert Jezus Zijn woorden. Vlakbij de Schatkamer van Jeruzalems tempel. Dat staat in Johannes 8 vers 20, dat Jezus onderwijs gaf nabij de Schatkamer van de tempel. Vrij toegankelijk voor publiek, maar onder het wakend oog van tempeldienaars. Omgeven door alle pracht en praal van gewichtige mensen in prachtige gewaden. Zuilengangen waaraan de naam van koning Salomo is verbonden, alles ademt eeuwenoude historie. En heilig verklaarde ruimten alleen toegankelijk voor heilig verklaarden. En offerkisten op zijn plaats. Want het mag ook allemaal wat kosten.

Onderwijs op het tempelplein

Daar dus legt Jezus van Nazareth de Wet en de Profeten uit. Maar wijst Hij ook schriftgeleerden en godsdienstige leiders terecht. En juist daar licht Hij Gods woorden toe, zeggende wat vrome lieden niet willen horen. Dat ze weliswaar religieuze pietjes precies zijn, maar het met de naastenliefde niet zo nauw nemen. Dat ze weliswaar de Bijbelse woorden uit het hoofd op kunnen zeggen, maar dat vergeving en medelijden niet in hun hart opkomt. Dat God liefhebben bovenal, en je naaste liefhebben als jezelf de grondwet is, maar dat zij iemand als Jezus van Nazareth liever zien gaan dan komen.

Hartje Jeruzalem op het tempelplein, volgens Johannes 8 vers 20 nabij de schatkamer van de tempel met alle pracht en praal, daar verkondigd Jezus het failliet van de gevestigde orde. Dat geen steen op de andere steen zal blijven. Liefdeloze pracht en praal. Gewetenloze luxe en schijn. Aan weduwen en wezen en vreemdelingen hebben jullie geen boodschap, zei Jezus. Au … dat komt aan!

Niet zonder risico

Dit zeggende neemt Jezus geen blad voor de mond. Maar neemt Hij ook een risico. Het risico om verwijderd te worden van het tempelplein. Er hoeft maar weinig te gebeuren of Jezus van Nazareth kan worden ingerekend of worden verwijderd van het tempelplein. Verklaard tot ongewenst persoon. Of wil, moet Hij juist gezien en gehoord worden? Omdat het geweten moet worden. Ja, Jezus gaat de confrontatie aan, op de plek waar het erop aankomt, om eerlijk en oprecht te zijn. Door te gaan zitten tegenover de offerkist. Misschien wel bij zo’n offerkist zoals beschreven in 2 Koningen 12. Een houten kist met een gat erin, waar mensen hun goud en zilver in kunnen doneren.

Zie je wat er speelt?

En dan zegt Jezus tot zijn leerlingen: ‘Kijk, zie je wat er gebeurd? Dit is nu het failliet van de eredienst zoals die hier op het tempelplein wordt bedreven. Er zijn mensen in prachtige gewaden met de uitstraling van luxe en weelde, mensen die leven in overvloed, die het gemaakt hebben in het leven, die er geen rijkelijk belegde boterham minder om zullen eten door een lieve duit in het zakje te doen; maar heb je ook die arme weduwe gezien? Die weduwe die haar hand op moet houden bij anderen om rond te komen. Je weet wel, de weduwen, de wezen en de vreemdelingen in hun kwetsbare omstandigheden. Waar de Here God een zwak voor heeft. Waar juist de leiders van de tempel voor zouden moeten zorgen; armoedebestrijding, menswaardigheid, de naaste liefhebben als jezelf, dat. Daarin het goede voorbeeld geven. Wat gij niet wilt dat u geschied …

Maar Jezus heeft het moeten zeggen, heeft er niet omheen gedraaid, heeft gezegd dat de schriftgeleerden, de beterweters hun huizen opeisten, opaten. Hoe wrang kan het zijn, deze weduwe die haar hele levensonderhoud in de offerkist laat klinken. Waarschijnlijk door niemand gehoord, de ‘pling’ van twee muntstukjes op de grote hoop. Naar menselijke maatstaven telt het amper mee. Maar Jezus heeft haar gezien. Heeft gezien wat zij heeft gegeven. Dat zij alles heeft gegeven. Zoals Jezus, de Zoon van God alles ziet. Jezus doorziet wat er in de mensen leeft. Wat mensen beweegt. ‘God heeft de blijmoedige gever lief’ staat er in 2 Korintiërs 9 vers 7.

Wat wil het ons zeggen?

Maar zien ook wij wat Jezus beweegt? Hopelijk zien wij de scherpte waarmee Jezus kijkt naar de gang van zaken op het tempelplein. Mogelijk zien wij de gewaagdheid van Jezus van Nazareth die hartje Jeruzalem de verantwoordelijken aanspreekt op hun doen en laten. En het zou een verrijking zijn wanneer wij naar aanleiding van dit verhaal bij onszelf te rade zouden gaan over ons inkomen en ons bestedingspatroon, de balans opmakend van welvaart en armoede. Of dat we aan zelfonderzoek zouden gaan doen, wat zijn onze intenties bij onze donaties aan goede doelen?

De diepte in

Maar onder dit Bijbelverhaal ligt nog een diepere laag. Als het ware op de bodem van de Schatkist. Waarvoor je al het andere opzij moet schuiven om bij de grootste Schat uit te komen. Schatgraven naar de diepste betekenis. Het is de Schat van de grootste waarde, Jezus zelf die Zijn hele leven en wezen in de waagschaal heeft gelegd, opgeofferd heeft door Zijn leven te leggen in de handen van God de hemelse Vader en door Zijn leven te geven in de handen van mensen. Zoals de arme weduwe waar Jezus op wees, die haar hele levensonderhoud in de offerkist liet vallen, zo heeft Jezus, de Zoon van God Zijn leven gegeven, om wie in Hem geloven ‘vrij te kopen’ van de last van de zonden, ‘losgeld’ voor velen, ‘de prijs van de opgelopen schulden’ en de ‘prijs van de slavernij‘ voldaan.

Aan Jezus geven

Ja, wie in Jezus van Nazareth geloven worden aangemoedigd om hun hart en leven aan Hem te geven. Zeggende Hem te geloven en te vertrouwen op Zijn woord, Zijn woorden aan te nemen en daarnaar te gaan leven. Maar geloof in Jezus, de Zoon van God heeft een nog vele malen diepere laag. En dat is het geloof in het offer dat Hij heeft gebracht.

Judas, één van Jezus’ leerlingen, verraadde Jezus voor dertig zilverstukken, de prijs van een slaaf. Dat was Jezus in de ogen van de schriftgeleerden Jezus uitlevering waard, omgerekend de prijs van een slaaf. (Matteüs 26:14-26) Dertig zilverstukken als steekpenningen. Na het verraad door Judas door de schriftgeleerden als ‘bloedgeld’ betiteld dat niet in de schatkamer van de tempel mocht belanden! De dertig zilverstukken gelabeld als ‘bloedgeld’. (Matteüs 27:1-10) En omdat dat geld niet in de schatkamer van de tempel mocht komen is er een akker van gekocht, bestemd als begraafplaats voor vreemdelingen. Witwaspraktijken op het tempelplein, schone schijn!

Ja, geld waar de ‘smet van bloed aan kleefde’, want voor dertig zilverstukken verraden verrees buiten de stad het kruis van Golgotha waaraan Jezus, de Zoon van God wreed moest sterven. Nauwelijks nog iemand gaf iets om Hem, nauwelijks iemand had nog een cent voor Hem over, vervloekt en bespot stierf Jezus de kruisdood buiten de muren van Jeruzalem. Slechts Jezus’ geliefden die het niet aan konden zien bewezen Hem na zijn lijden en sterven eer door Zijn gestorven lichaam niet aan het kruis te laten.

Vrij door Jezus’ offer

Maar vanachter het kruis van Jezus de Messias klinkt de roep ‘dit is voor u, voor jou, voor mij gedaan, Jezus van Nazareth heeft Zijn leven volledig geofferd opdat wie in Hem geloven leven zullen, het eeuwige leven beërven, vrij van schone schijn, vrij van iedere last, vrij om door God geliefd te zijn.

Het offer, de liefde van Jezus

De diepere laag van het Schatgraven in het Woord van God. De diepste laag van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God. Met een waarde die alle menselijke waarden verre te boven gaan. Te ondervinden door geloof in Jezus Christus zelf, in Hem alleen. Door ons leven te geven aan Hem, Hem te vragen om vergeving, Hem als Heer aan te nemen. Hem die alles heeft gedaan voor u, voor jou, voor mij. Geen grotere liefde, dan de liefde van Jezus, de Zoon van God. Hij die Zichzelf heeft gegeven. Zijn hele leven voor ons behoud. Het offer dat Hij heeft gebracht. Geen grotere liefde dan de liefde van Jezus.
Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren