Marcus 14 vers 53-65 • Rechter

Naar Marcus 14:53-65 en Psalm 82

Wanneer je meent dat jou geen recht wordt gedaan, dan kun je de zaak voorleggen aan de rechter. De rechter stelt je dan in het gelijk of niet of ten dele. Want iedere zaak heeft meerdere kanten. Het is dan aan de rechter om daar uitspraak over te doen.

Wanneer men meent dat jij ergens van verdacht wordt wat laakbaar of strafbaar is, dan kan men jou voor de rechter dagen. Het is dan aan jou om te zeggen hoe het volgens jou zit en gegaan is, of dat je van de hele zaak niets weet, dat jij het niet was, dat jij op die plaats niet bent geweest, dat jij op dat tijdstip andere dingen deed, dat er geen reden is dat jij iets gedaan, nagelaten, gezegd of toe aangezet zou hebben.

Waarbij rechters aanklagers, advocaten, getuigen en verdachten de wetten erop naslaan, hun eigen verhaal hebben, hun eigen kanttekeningen plaatsen. Waarbij dan de rechter uiteindelijk uitspraak doet. En ook daar kan weer wat van worden gezegd. Door bijvoorbeeld in hoger beroep te gaan. Dan buigt zich een andere rechtbank of hogere rechter over de zaak. Of door de rechter te wraken, de betreffende rechter niet als rechter te aanvaarden.

Stel je voor …

Gelukkig het land waar de rechtsgang zo is geregeld. Want stel dat je woont in een land waar je zomaar kunt worden opgepakt. Gearresteerd zonder aanleiding of mededeling waarom. In een cel gezet zonder dat kenbaar gemaakt wordt  hoe lang het kan gaan duren. Voorgeleid aan rechters die van alles van je vinden, maar die niet luisteren naar jou. Die hun oordeel al klaar hebben. En dat als je vraagt om getuigen en een advocaat, dat ze met hun eigen getuigen aankomen, of een advocaat die partijdig is of als het te laat is.

Je zult maar leven in een land waar mishandeling plaats vindt, ook binnen de muren van overheidsgebouwen. Waarbij bewindvoerders wegkijken, gezagsdragers goedkeuren, ordehandhavers meedoen, dienaren van de wet aanzetten tot marteling. Leven in een staat waar jij en je geliefden, familie en vrienden gevaar lopen als jij je mond opendoet, protest aantekent. Stel je voor dat dat je rechtsstaat zou zijn!

Jezus van Nazareth

Het is verbijsterend, hoe het eraan toe gaat rond de arrestatie en de rechtsgang van Jezus van Nazareth. We schrijven ongeveer het jaar 30, van de westerse jaartelling. In het Joodse land fungeren twee rechtbanken. Je hebt het Sanhedrin, waar Joodse kwesties worden behandeld, waar de Thora, de Joodse wet de maatstaf is, gaande over huwelijkskwesties, erfrecht binnen Joodse families, spreekrecht in de synagogen, zaken verwant aan Joodse godsdienst. Daarnaast, of zoals de Romeinen dat zien, daarboven de Romeinse rechtbank waar het Romeinse recht geldt, de staat die uitspraak doet, over wat er maar in stad en land kan zijn, staatsbelangen, burgerbelangen, de rechtsorde, de openbare orde.

Over rechtsgang gesproken

Je zou denken, dan moet het wel goed komen met het recht, in dat Joodse land onder Romeins bestuur. Een dubbele rechtspraak. Waar de ene rechtbank niet over gaat, daar komt de andere rechtbank in beeld. Maar wat gaat het gruwelijk mis! Jezus van Nazareth is voorgeleid bij het Sanhedrin. Nadat Hij door omkoperij en verraad is gearresteerd. De geestelijken, de elite van de tempel hadden Zijn aanhouding gesommeerd. Hadden er een lieve duit voor over.

Waar de rechtsprekende hogepriesters dus bij voorbaat partijdig zijn, sterker nog, zelf partij zijn. Eigen rechter zijn. Het is hun woord tegen het Zijne. Een rechtszaak waarin hogepriesters, oudsten en schriftgeleerden hun oordeel en strafmaat al klaar hebben. Jezus moet ter dood worden veroordeeld. Dat is hun eis en dat is hun belang. Het zoeken is alleen nog naar sluitende getuigenverklaringen. De omgekeerde weg! Eerst de strafmaat, daarna de tenlastelegging. Door rechters die voor eigen rechter spelen. Partijdig en in eigen belang. Een gedegen advocaat zou de rechter wraken!

Maar die tenlastelegging, dat lukte toen niet in eerste termijn, bij de eerste zitting. Ja, er waren wel getuigen. Maar het waren gekleurde getuigen, valse getuigenissen. Getuigen die elkaar tegenspraken, niet eensluidend. Dat zij zich daarop niet konden baseren, dat besefte ook het Sanhedrin. En andere getuigen zeiden dat zij hadden gehoord dat Jezus van Nazareth zou hebben gezegd dat Hij de tempel van Jeruzalem in drie dagen af ging breken en in drie dagen weer op ging bouwen; Dat klinkt als grootse plannen, grootspraak zo je wilt, verre van realistisch, dus om daar nu iemand voor ter dood te veroordelen … en bovendien, de daad was nog niet gevoegd bij het woord, Hij heeft het nog niet gedaan. Met een dergelijke verdediging zou een advocaat een sterk punt in handen hebben.

Ten laste legging

Maar toch. Jezus van Nazareth. De al bij voorbaat veroordeelde in de beklaagdenbank. Al die tijd deed Hij er het zwijgen toe, verdedigde Hij zich niet. Of er in het Sanhedrin zoiets als zwijgrecht bestaat? Wie het weet mag het zeggen. Maar de woorden van Jesaja 53 klinken mee: ‘Hij werd mishandeld maar verzette zich niet en deed Zijn mond niet open’. De Schrift wordt vervuld. En dan de hogepriester; als hogepriester zou hij een herder van de kudde, een pastor over zijn schapen, een vader voor Gods kinderen moeten zijn. Hij zou ook de herder van Jezus van Nazareth moeten zijn. Iedere herder heeft een herder nodig. Maar hij meet zich de rol aan van een roofdier, een listige ondervrager: ‘Bent U de Messias, de Zoon van de Gezegende?’

Messias

Een Messias: dat is iemand die vrede, welvaart, welzijn brengt. Is er iets mis mee in het zeggen dat daar je intenties liggen? Dat je het goede voorhebt, dat je sjaloom hoog in het vaandel hebt, dat je vredelievend, een vredestichter wilt zijn, de vrede najaagt en beoogt, dat je ziet dat mensen in onvrede leven en dat het je raakt, je daar iets aan wilt doen? Paulus zal later in Galaten 5 zeggen: ‘Er is geen wet die daar iets tegen heeft’.

En een Zoon, een Kind zijn van de Gezegende, is er iets mis mee om dat te beamen? Want ‘de kinderen van Israël’ zijn het volk van God, door de hogepriester ‘de Gezegende’ genoemd. Ja, die hogepriester let op zijn woorden, zal de naam van God niet ijdel gebruiken. Hij heeft zijn geloofslessen goed geleerd.

En ook hij weet van Exodus 4 vers 22 en 23 waar staat: ‘Israël is Mijn zoon, mijn eerstgeboren zoon.’ Woorden aan het adres van een farao: ‘Ik heb je bevolen om Mijn zoon te laten gaan, zodat Mijn zoon Mij kan vereren’. En in Jesaja 43 wordt het bevestigd: ‘Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij, breng je zonen terug van verre, mijn dochters van de uiteinden van de aarde’.

Jezus van Nazareth, Hij weet zich een kind, een Zoon van de hemelse Vader! En toen Hij eens onder de mensen was zei Jezus, het staat in Marcus 3 vers 35: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’ Om het met een kinderliedje te zeggen ‘Kinderen van één Vader zijn wij allemaal’. Nee, er is niets mis mee, met het te beamen een Kind van de Gezegende te zijn!

De maat is vol

Maar voor de hogepriester is de maat vol, het bewijs geleverd, het sluitende bewijs! Wanneer Jezus antwoordt dat Hij Messias is. En dat ook de hogepriester de Mensenzoon zal zien zitten aan de rechterhand van de Machtige, met andere woorden, zoals iedere herder een herder nodig heeft, zo heeft iedere aardse rechter een hemelse Rechter boven zich! Maar dat ook een hogepriester de Mensenzoon zal zien komen op de wolken van de hemel, dat stuit de hogepriester tegen de borst! Hoe durft Hij dat te zeggen, de hogepriester heeft het hier voor het zeggen, leer mij niet de les met Bijbelse woorden, wij zijn hier de schriftgeleerden!

Jezus’ woorden vallen verkeerd, hakken erin, raken diep! En met een theatraal gebaar scheurt de hogepriester zijn ambtsgewaad, wat een vertoning, wat een schijnproces, wat een toneelspel daar in het Sanhedrin! Zie je nu wel dat deze Jezus van Nazareth niet deugd, Hij gebruikt, Hij misbruikt de Schrift en de Naam van de Eeuwige! En wat moet er nog meer worden gezegd? Er is genoeg gezegd! Het sluitende en het stuitende bewijs.

‘Spreek vrijmoedig over God maar misbruik zijn naam niet’ is een slogan van de Bond tegen Vloeken. Voor het sanhedrin is het bewijs geleverd: Jezus van Nazareth heeft de Thora, de Wet, de Tien Geboden overtreden. En daar past maar één straf, althans, volgens het Sanhedrin, en dat is de dood.

Je zult maar leven in een land …

Je zult maar leven in een streek waar rechters eigenhandig veroordeelden bespotten. Of in een land waar aanklagers en getuigen veroordeelden bespuwen. Of in een gebied waar gerechtsdienaren de veroordeelde eigenhandig stompen en slaan. De veroordeelde daarbij wel geblinddoekt, zodat deze niet met eigen ogen kan zien, nooit zou kunnen zeggen wie er gestompt, gespuwd, geslagen heeft. De woorden van Jesaja 53 dreunen mee bij de mishandeling van Jezus: ‘Hij werd mishandeld maar verzette zich niet en deed Zijn mond niet open’. Hij die het zijn volgelingen voorhield: ‘Jullie zullen zijn als schapen tussen de wolven. Zij zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen.’

Wat wij er allemaal van vinden

En nu zouden wij ons een oordeel kunnen vormen over wat er toen, bijna tweeduizend jaar geleden heeft plaatsgevonden. Een oordeel over het onrecht aan het Sanhedrin van toen, lang geleden. En we zouden ons een oordeel kunnen vormen over regimes en dictaturen, waar het met de mensenrechten bar en boos is gesteld.

Zoals we ons ook een mening en een oordeel vormen over mensen dichtbij. Die gezien en ongezien in onze ogen onrecht doen. Dagelijks is er te zitten op de rechterstoel. Kunnen wij rechtszitting houden. Iedere dag van ons leven een mening hebben en ons oordeel uitspreken. Er gaat geen dag voorbij, of we hebben wel op de rechterstoel gezeten, uitspraak gedaan over kleine en grote zaken  en mensen in de beklaagdenbank gezet.

Maar hoe zuiver en objectief kijken wij? Kijken wij niet keer op keer met een gekleurde bril en vanuit onze eigen optiek? De ene keer vanuit een riante positie waarin niemand ons iets kan maken, de andere keer als een gedupeerde die van zich af wil bijten, weer de andere keer aanrekenen en betaald willen zetten om wat ons is aangedaan. Dan weer willen we goede sier maken, eigen naam zuiveren, oordelen we vanuit emotie, kunnen we zomaar iemand vervloeken. Zijn wij bij uitstek geen ‘meesters in de rechten’ om onszelf schoon te praten?

Mensenrecht, mensenwerk

Maar door alles heen, zolang we leven in een gebroken wereld zullen rechters nodig zijn. En zal ook alle rechtspraak mensenwerk zijn. Hein Jan Donner, een voormalige minister van justitie zei het treffend in een interview: een journalist bevroeg hem waarom er op het ministerie van justitie zoveel mis was gegaan. Waarop Donner zei: ‘Enkel en alleen in het koninkrijk van de hemelen gaat alles goed. Tot die tijd zullen we het hiermee moeten doen’ Met andere woorden: ‘al onze rechtspraak blijft mensenwerk’.

Zoals ook de berechting van de Here Jezus mensenwerk was. Het Sanhedrin verrichte mensenwerk. Pontius Pilatus verrichte mensenwerk. Speelden eigen rechter, waren rechter met voorbedachte rade, waren gebonden aan wat anderen van hen vonden, werkten aan hun eigen imago. En door alles heen lieten zij het oordeel niet over aan de Here God maar velden zij een eigen oordeel. Terwijl Jezus aan  het kruis werd genageld bad Hij: ‘Vader, vergeef het hen, zij weten niet wat zij doen’.

Konden zij weten dat zij geen ‘mensenrecht’ maar ‘menselijk recht’ toepasten? Zo krom als het zijn kan? Daarin de Allerhoogste Rechter mishandelden? Dat zij de Allerhoogste Rechter veroordeelden tot de dood aan het kruis? En dat zij de Allerhoogste Rechter wraakten, door Hem niet te erkennen?  Hadden zij in de gaten dat zij de Allerhoogste Rechter tegen zichzelf opzetten? Letterlijk toen het kruis waaraan de Here Jezus was genageld oprichtten?

Ondanks alles, Hij pleit voor ons

‘Oordeel niet’ had Jezus van Nazareth uitgedragen. ‘Ook ik veroordeel u niet’ had Jezus een vrouw laten weten, met de doodstraf, steniging bedreigd. ‘Wie zonder zonde is werpe de eerste steen’.  ‘Oordeel niet’ is een boodschap aan ieder mens, aan de gehele mensheid, aan de gehele wereld. Laat het oordeel over aan Hem, de Gezegende, de Almachtige! Welk recht van spreken hebben wij in het licht van God, de Allerhoogste? Die zijn Zoon gegeven heeft tot ons behoud, tot vergeving van zonden, ons vrij te kopen van de slavernij? ‘Gaan wij onszelf aanprijzen?’ Vroeg Paulus zich af …

Door alles heen klinkt de Here Jezus, de Zoon van God te erkennen als Hij die voor ons bidt en voor ons pleit. De Mensenzoon aan de rechterhand van God met alle spreekrecht. Hij heeft recht van spreken! Om aan te rekenen en vrij te spreken van alle bedenkelijkheden die ons kleven.

Maar Gods Woord beloofd: wanneer wij Hem als onze Rechter aanvaarden, dan zal Hij ook onze Pleitbezorger zijn. Zal Hij onze Kroongetuige zijn, en wij Zijn getuige, alle dagen van ons leven, tot aan de einden van de aarde. Vrijgesproken door Hem die in onze plaats is gaan staan, in plaats van ons in de beklaagdenbank. Aan Hem zij alle dank en lof en eer. Dankzij Hem leven wij. Uit genade. Tot in eeuwigheid.
Amen

Als alles duister is

Als alles duister is,
Ontsteek dan een lichtend vuur
Dat nooit meer dooft,
Een vuur dat nooit meer dooft.

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren