Marcus 4 vers 35-41 • Wind en water

Marcus 4:35-41 en Jona 1

Marcus 4:35-41

Aan het einde van die dag, toen het avond was geworden, zei Hij tegen hen: ‘Laten we het Meer oversteken.’ Zij stuurden de menigte weg en namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat, en voeren samen met de andere boten het Meer op. Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Maar Hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: ‘Meester, kan het U niet schelen dat we vergaan?’ Toen Hij wakker was geworden sprak Hij de wind bestraffend toe en zei tegen het Meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het Meer kwam helemaal tot rust. Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ Zij werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het Meer Hem gehoorzamen?’

Storm op zee

Heeft u weleens een storm op zee meegemaakt? Een echte storm in de orde van grote van 9 Beaufort of krachtiger? Als je de beschrijvingen van windkracht 9 leest, dan is dat niet niets. Hoge golven, zware strepen schuim over het water in de richting van de wind, de golftoppen breken er ontstaan rollers, het zicht wordt beperkt door rondvliegend schuim. Dit zijn de kenmerken van 9 Beaufort op open zee. Over zwaardere stormen maar niet te spreken.

Wanneer je in een storm verzeild bent geraakt komt het erop aan de wind en de golven zo goed mogelijk te doorstaan. Het schip drijvende en op koers houden. Soms is het mogelijk een zware storm te omzeilen. Maar als het daarvoor te laat is zul je de storm over je heen moeten laten komen. En uit laten razen.

Er stak een storm op

Ten tijde van de Watersnoodramp in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 was er sprake van 11 Beaufort boven de Noordzee, en 10 Beaufort aan de kust. 1836 doden waren er te betreuren, alleen al in Nederland. Wind en water veegden grote delen van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden van de kaart. Maar vervolgens zette ons land zich wereldwijd op de wereldkaart. Door de aanleg van de Deltawerken, het afsluiten van de zeegaten en het versterken van de dijken. Nederland als land aan zee en als land onder de zeespiegel is daar trots op maar is tegelijk voortdurend bezig het water een halt toe te roepen: Heer en meester over het water te zijn, wetende dat de zee geeft en dat de zee neemt, en dat de wind waait waarheen en wanneer die maar wil, daar heeft de mens nauwelijks vat op.

Over storm op het water gesproken; Jezus sprak een dwingend woord tot het water en de wind, schrijft de evangelist Marcus. ‘Zwijg! Wees stil!’ En Jezus’ leerlingen in het door wind en golven geteisterde schip vroegen zich af ‘Wie is Hij toch, dat zelfs water en wind Hem gehoorzamen?’ Dat is wel even iets anders dan de aanleg van stormvloedkeringen bestaande uit beton en ijzer. Jezus legt wind en water het zwijgen op door Zijn woord.

Scheepje als preekstoel

Voorafgaande aan de storm op het meer was het scheepje als drijvend podium in gebruik geweest voor de prediking van Jezus. Hij had vanaf het scheepje de mensen aan de oever toegesproken in gelijkenissen, verhalen met een diepere laag, zoals van het zaad dat in de aarde wordt gezaaid. Maar aan het einde van de dag had Jezus tot zijn leerlingen gezegd ‘Laten we het Meer oversteken, laten we naar de overzijde gaan’.

En dan zou je toch denken ‘samen uit, samen thuis’. Vanzelfsprekend dat Jezus meegaat, het is Zijn plan, Hij zal er wel een gedachte bij hebben om naar de oever aan de overkant te gaan. Maar de evangelist Marcus schrijft dat de leerlingen de mensen aan de oever wegstuurden, en dat zij Jezus meenamen in hun schip. Het klinkt als leerlingen die de zelf het roer in handen nemen en zelf de koers en de tijd van vertrek gaan bepalen. De mensen sturen we weg, de Heer nemen wij mee. Alsof Hij van hen, van hen alleen is, alsof zij met Hem kunnen gaan waarheen zij willen. ‘Zijn namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat’.

Waarom schrijft Marcus dit? Wil hij ons erop wijzen dat je ook zonder Jezus op weg kunt gaan? Naar de overkant weliswaar vanwege Zijn opdracht en aanwijzing, maar dan verder zonder Hem. Of wil Marcus dit leren: Hij is niet van ons, maar wij zijn van Hem. Om te ontdekken dat juist wanneer er stormen over het leven heengaan, dat Hij dan de rust in de branding is en breng. In stormen en gevaren op de grote levenszee.

Zij namen Hem mee

Vind het niet zo’n vreemde gedachte. Wij kunnen leven naar de normen en waarden van de Bijbel, de ideeën van een christelijke opvoeding, de principes van de kerk. Maar ga je dan ook op weg met Jezus? Wandel je dan aan de hand van God? Weet je je dan geleid door Zijn Geest? De leerlingen van Jezus staken van wal. En namen Hem mee, schrijft Marcus. Zij willen met Hem verder. Gaan varen op Zijn aanwijzingen. Hebben Vaders Zoon aan boord. Maar houden het scheepje nog onder eigen hoede.

Gast aan boord

Maar Jezus brengt hier ook in praktijk wat Hij zijn leerlingen ook leert: wanneer je ergens welkom bent geheten, blijf dan in dat huis, of in dit geval, blijf dan in het scheepje waar je bent. Aanvaard de gastvrijheid, blijf uit respect en uit waardering voor wie hun hart en deur voor jou geopend hebben! Denk daaraan wanneer je denkt dat het in een andere kerk beter zou kunnen zijn, als je denkt dat je in een andere geloofsgemeenschap beter terecht zult komen; want je laat ook achter! Je laat broeders en zusters achter met al hun goede bedoelingen, hun zwakheden en hun vragen …

Storm op het meer

Maar goed en wel onderweg steekt de wind op. Dat is heel goed mogelijk, juist op binnenwater omringt door heuvels. Koude en warme en droge en vochtige atmosferen, weerkundigen weten er alles van. Zomaar kan de wind boven het water opsteken of van de heuvels afrollen. En ook de vissers van het Meer van Galilea weten ervan. Als zij zien hoe de wind tekeer gaat, hoe de golven worden opgezweept, hoe het water over de rand naar binnen loopt, hun scheepje water schept, er is geen houden aan, dan weten zij hoe het ervoor staat.

Vissers als Simon Petrus en Andreas en Jakobus en Johannes, ze zullen heus wel eens een stevige bries hebben meegemaakt. Maar hier zijn zij niet tegenop gewassen. ‘Dit wordt einde verhaal’ weten zij. En ze maken de Meester wakker, ja, nood leert bidden, als alles voor de wind gaat kun je zomaar gaan denken alle touwtjes in handen te hebben, het zelf wel te kunnen. Maar nood leert bidden! ‘Meester, raakt het u niet dat wij vergaan?’

Hier lopen een storm op het water en de stormen in ons leven door elkaar heen! Want wat waren Jezus’ bedoelingen? Naar de overzijde van het Meer gaan. En Jezus kennende was dat om ook daar het Evangelie, de Blijde Boodschap van Gods liefde te laten klinken. Zoals ook Jona een opdracht had gekregen. En dat is precies de opdracht van gelovige mensen: het Koninkrijk van de hemel gestalte geven op aarde. leven naar Gods bedoelingen, gaven en talenten benutten, het evangelie leven, uitdragen in je levenswandel, desnoods met woorden …

Maar wat als de storm opsteekt? Het schip van de kerk schipbreuk lijdt? De kerk niet vol maar leeg loopt? Een koerswijziging die jou niet aanstaat? En wat als je geloof op weerstand stuit, het samen zingen, bidden en getuigen van Jezus Christus onze Heer beperkt wordt? Kijk dan naar het verhaal van de storm op het meer: de vissers vertrouwd met het water wisten van de kracht van de wind en de kracht van het water. Maar de grote vrees kwam voor hen pas nadat Jezus de wind en de golven had bedaard. De grote schrik kwam kwam toen Jezus vroeg naar hun moed en hun geloof. Waarom waren jullie bang?

Over angst, schrik en vrees

Over angst en vrees en schrik gesproken. Zo was er eens een koning Herodes, een wereldse machthebber die zelf de touwtjes van zijn eigen leven en dat van anderen in handen wilde houden. En Adam en Eva waren ook bang, zich verscholen achter de vijgenbladeren, vol schaamte om hun naaktheid en hun kwetsbaarheid. Ten diepste omdat zij Gods woorden in twijfel hadden getrokken. En ook een Jesaja in de tempel van Jeruzalem riep het uit: ‘Beklaag mij want ik heb geen recht van spreken, en ik leef onder mensen uit wie ook weinig goeds komt’. Angst voor God, angst voor ontmoeting met God, angst om de Here God onder ogen te komen.

Nu jaagt de dood geen angst meer aan

En naar onszelf vertaald: we kunnen bang zijn om de grip te verliezen, niet alles meer in de hand te hebben. Mensen kunnen bang zijn voor de ‘Wederkomst en het Laatste Oordeel’. Angst om te sterven, doodsangst, bang om voor de ‘Troon van God’ te verschijnen. We kunnen het benauwd hebben van een knagend geweten in het licht van Gods Woord. Heb ik het wel goed gedaan? Ben ik het wel waard? En dat van toen het helemaal fout is gegaan ….

Gods Woord komt ons tegemoet! Met de boodschap van de engelen die al klonk bij de geboorte van Jezus van Nazareth: ‘Wees niet bang want ik kom jullie goed nieuws brengen dat heel Gods volk met vreugde zal vervullen: jullie is de Redder geboren, de Messias, de Heer!’ De Bijbelse boodschap: Geloof en vertrouw in Jezus van Nazareth, de Messias, de de Zoon van God!

Toen Jezus Christus, de Zoon van God aan het woord kwam in het scheepje van Jezus leerlingen onderweg naar de overzijde, toen sprak Hij: ‘Zwijg! Wees stil!’ Gods Geest zweefde over de wateren, God heeft het eerste woord, Hij heeft in den beginne het licht doen overwinnen. Maar zoals het lied verder gaat: Hij spreekt nog altijd voort. De Heer van het verleden is ook de Heer van het heden. Wie is Hij toch dat water en wind Hem gehoorzamen? Het is de Heer, het is de Almachtige Heer, het is de Heer die aan u en mij en jou vraagt om op Hem te vertrouwen.

Het is de Heer die in het leven van Jona een hevige storm op deed steken, de zee werd wild en het schip waar Jona mee trachtte te vluchten, Jona die zijn eigen vluchtweg en uitweg bedacht, dat dreigde te breken. Maar God brak door tot het hart van Jona! Jona die het goed wist: ‘Ik vereer de HEER, de God van de hemel die de zee en het land gemaakt heeft’. Genade heeft de storm gewekt en toen die storm bedaard. En het is de Heer die staat boven de wind en het water, die herkend kan worden in het suizen van een zachte koelte. Of zelfs in een hevige windvlaag zoals bij het Pinksterfeest.

Ja, straks in het slotakkoord van de evangelist Matteüs dan gaat het klinken: ‘Houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:20) Het is de Heer! Die Zijn stem ook over en dwars door ons leven laat klinken en wacht opdat ook wij op Hem zullen vertrouwen.  Want zo liefdevol een goede vader is voor zijn kinderen, en zo zorgzaam als een lieve moeder zorgt voor haar kinderen, zo liefdevol is de HEER voor wie Hem vrezen, Hem als HEER aanvaarden! (naar Psalm 104:13)

Scheepje onder Jezus’ hoede

Zo was er eens een John Wesley, een Engelse predikant met een missie in Amerika om geestelijk werk te doen in Engelse koloniën bevond zich in oktober 1735 aan boord van een schip op de Atlantische Oceaan. Onderweg werd het schip getroffen door een zware Atlantische storm. Maar John Wesley zelf werd getroffen door de rust van zich aan boord bevindende Moravische broeders, een geloofsgemeenschap ook wel de Hernhutters genoemd.‘Onder de hoede van de Heer’ vrij vertaald.

Deze Moravische broeders waren op weg om missionair werk te gaan doen in Suriname, evenals John Wesley die een roeping had voor Britse kolonisten. Terwijl velen aan boord vreesden voor hun leven waren zij in stil gebed, zingende van Jezus en van rust en vrede voor het hart. Scheepje onder Jezus hoede in de praktijk! John Wesley was er stil van geworden. Van het geloofsvertrouwen dat hij zag bij eenvoudige gelovigen onder de hoede van de Heer. Geloven in praktijk. Ik ben met jullie, alle dagen! Wie is Hij toch? Het is de Heer. Als een andere gelovige is John Wesley destijds thuis gekomen! Moge ook wij zowel in de storm en in de windstilte op Hem vertrouwen.

Amen

O, wat een troost en zekerheid

O, wat een troost en zekerheid
te weten dat de Heer mij leidt,
dat wat ik doe en waar ik ben,
ik steeds de hand van God herken.

Refrein:
Hij is het die mij altijd leidt,
met vaste hand mijn leven leidt.
Ik wil zijn trouwe volg’ling zijn,
want door zijn hand word ik geleid.

Als ‘k soms door ‘t donker heen moet gaan,
of in het paradijs mij waan,
langs zachte stroom, op woeste zee,
steeds neemt God aan zijn hand mij mee.

Ik leg mijn leven in zijn hand,
er ’s geen verzet meer van mijn kant.
Ik ben tevreden met mijn lot,
nu ‘k wandel aan de hand van God.

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren