Marcus 6:1-6 • Aanname van Jezus

Marcus 6:1-6 en Filippenzen 2:1-10

’Geaccepteerd worden’, dat zijn de woorden die bij mij in gedachten komen bij de het gebeuren, van Jezus in Nazareth, Jezus in zijn vaderstad. De ‘acceptatie’ van hem in de omgeving waar Jezus’ broers en zussen wonen, waar zijn moeder vandaan kwamen, waar Jezus bekend staat als ‘de timmerman’.

‘Geaccepteerd worden’. Andere woorden voor ‘accepteren’ zijn ‘aanvaarden’ en ‘aannemen’. ‘Accepteren’ is een werkwoord afkomstig uit de Franse taal,  met de betekenis van ‘ontvangen’. Denk maar aan de ‘acceptgirokaart’ waarmee in het verleden betalingen werden gedaan, de ‘acceptgirokaart’ die regelmatig kon worden ‘ontvangen’. Door deze in te vullen ‘accepteerde’ je dat er geld van je rekening af werd gehaald, dat er een betaling werd gedaan.

Het Bijbelverhaal lezende: Jezus van Nazareth overkwam, (Marcus 1:9 & 24) dat Hij niet geaccepteerd werd. Of beter gezegd: ‘zijn doen en houding’ werden niet geaccepteerd. Hijzelf nog wel als zijnde ‘één van ons, als familie van en als de timmerman’. Dat dan weer wel. Je weet wel, Jozef zijn vader zat ook in het timmermansvak. Maar hun plaatsgenoot aanvaarden als leraar, onderwijzer en geneesheer, dat was een stap te ver. Een Jezus die zich zo ontplooid had accepteren, dat kost moeite.

Marcus 6:1-7

Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. Toen de sabbat was aangebroken, gaf Hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt Hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan Hem. Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet wordt overal erkend behalve in zijn vaderstad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat Hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. Hij stond verbaasd over hun ongeloof.

Mag ik dan bij jou?

Geaccepteerd worden laat je mens zijn. Dat laat weten dat je er mag zijn in wie je bent, zoals je bent, en van wie je bent. Dat je leeftijd, je gezondheid, je karakter, je persoonlijkheid, je gerichtheid, je komaf en wat al niet meer genomen worden zoals ze zijn. Dat je niet aan mitsen en maren en voorwaarden hoeft te voldoen. Dat je niet hoeft te presteren om erbij te mogen. Vanzelfsprekend, er zijn ‘goede manieren’. En er zijn ook dingen die niet kunnen.

Maar geaccepteerd worden in je zijn wil ook zeggen, dat je geen normen en waarden aan hoeft te nemen, die eigenlijk de jouwe niet zijn. En ook al ben je eigen wegen gegaan, eigenwijs geweest, heb je het weleens mis gehad, heb je verdriet gedaan; dat het allemaal niet in de weg staat. Doen en laten kunnen worden afgewezen. Maar wat als je om wie je bent hebt afgedaan?

Niet alle gedragingen zijn te accepteren, maar blijf je naasten accepteren, zoals je zelf geaccepteerd wilt zijn.

Ontroerend hoe Claudia de Breij dat bezingt:

Als er een clubje komt,
waar ik niet bij wil horen,
mag ik dan bij jou?
Als er een regel komt
Waar ik niet aan voldoen kan
Mag ik dan bij jou?
En als ik iets moet zijn
Wat ik nooit geweest ben
Mag ik dan bij jou?’

Het laat je mens zijn, gekend, gewaardeerd, geliefd en geborgen. In het Bijbelboek Genesis constateerde de Here God ‘het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’ (Genesis 2:18). En toen riep de mens uit ‘Eindelijk, een gelijk aan mij!’ (Genesis 2:23) in eigen bewoording ‘uit het zelfde hout gesneden. Je mag er zijn. Ik ben blij dat jij er bent’.

Dat overkwam Jezus

De afwijzing overkwam Jezus in zijn eigen en naaste omgeving. Het ging nog niet zover dat Hij totaal werd afgekeurd. Maar wel dat zijn woorden en daden reden tot aanstoot gaven. En waarbij het er wel van gaat komen: een totale afkeuring van Jezus van Nazareth. Daar zal het op uit gaan lopen, op een buitensluiting uit de samenleving, een verdrijving uit het leven. Weg met Hem! Aan het kruis met Hem!

Maar hier gaat het vooralsnog nog om een andere opvatting. Jezus die gezien wordt als ‘de timmerman’. Wiens broers en zussen zij kennen wij van jongs af aan, van naam en toenaam. Vanuit als het ware het gezegde: ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’. Je bent gewoon een timmerman. Wie of wat prefereer je te zijn? Een timmerman aan de weg, timmerend aan de weg van geloof en leven soms? Of timmerend aan je eigen weg en bestaan?

Johannes 14:7

Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.

Het stoort de plaatsgenoten van Jezus, dat Hij hen op Zijn manier is ontgroeit. Daar wringt een schoen. Ze zeggen: Je bent uit hetzelfde hout gesneden als ons. Uit dezelfde klei getrokken. Dus verbeeld je niets, je staat met ons op gelijke voet. Verhef jezelf niet boven ons. Je bent en blijft één van ons. Alsof de ingezetenen van Nazareth  laten weten ‘Je bent onze gelijke, gedraag je daarom als ons. Zo zijn onze manieren.’

Wat dit betekent? Al in een vroeg stadium leefde onder christenen dat grote mysterie, dat Jezus ‘waarachtig God, en waarachtig mens’ is. Maar dat besef kon er nog niet zijn bij de tijd- en plaatsgenoten van Jezus van Nazareth. Het besef en het geloof dat Hij de Zoon van God is. Het besef dat Hij de Messias is waarover de Schriften spreken. Dat besef kwam pas voluit aan het licht na de Opstanding uit de dood en de uitstorting van de Heilige Geest. Ja, Simon Petrus durfde het te zeggen: ‘U bent … de Messias!’ Maar het besef en de geloofsopvatting dat ‘wie Hem gezien heeft de Vader gezien heeft’ (Johannes 14:9-10), hoe zouden zij dat kunnen weten?

Wij geloven, dat in de Persoon van Jezus Christus de goddelijke en menselijke naturen verenigd zijn, zodat Hij waarachtig God en waarachtig mens is.

Maar dat allemaal wil zoveel zeggen! Wanneer Jezus voor ‘gewoon’ wordt gehouden, een ‘gelijkwaardige’ in alledaagse ‘menselijkheid’, op gelijke voet met mensen in het algemeen: ja, dan gebeurd wat ook in Nazareth gebeurde: Dan kan Jezus er slechts voor de enkeling zijn. De enkeling die Hem wel op waarde schat. Hem hoog houdt.  Waarachtig God en waarachtig mens, de goddelijke en menselijke naturen verenigd in Hem.  En dat Jezus zich verbaasde over ongeloof, dat getuigt van zijn menselijkheid!

Zijn kracht van ons afhankelijk?

Maar Jezus van Nazareth woonde niet onder de mensen om Zichzelf te bewijzen. Maar Hij leefde om naar God te wijzen. Hij heeft onder de mensen gewoond om Zijn liefde en trouw, Zijn goedheid en geduld, Zijn genade en vergeving te bewijzen. Wie Hem heeft gezien heeft de Vader gezien! En daar willen ook onze ogen geopend voor worden.

Neem deze voorbeelden uit het leven van Jezus: Toen Jezus zich vol van Gods Geest ophield in de woestijn daagde de duivel, de beproever Hem uit om van stenen brood te maken. ‘Als je de Zoon van God bent, dan beveel je toch die stenen …?’ (Matteüs 4:3) Maar Jezus toonde een andere kracht, die van trouw zijn aan Gods woord.

De duivel nam Jezus ook mee naar het hoogste punt van Jeruzalems tempel, en daagde Jezus uit: ‘Als je de Zoon van God bent, spring dan naar beneden, de engelen zullen je dragen, je zult je niet stoten aan een steen …’ (Matteus 4:6) Maar Jezus gaf blijk van een andere kracht, die van God niet op de proef stellen.

En toen Jezus gekruisigd was dreven voorbijgangers de spot met Hem. Ze zeiden: ‘Als je de Zoon van God bent, red jezelf en kom van het kruis …’ Ik geloof, Hij had zijn lijden aan het kruis kunnen voorkomen, er had zich een goddelijke manifestatie zoals bij een Elia op de Karmel  kunnen voordoen, (1 Koningen 18:30-39). En de tijd, de zon en de maan hadden stilgezet kunnen worden zoals in Jozua 10:12-14 … is bij God iets te wonderlijk?

Maar daarom bad Jezus niet. Hij bad ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Dieper kan een mens niet zijn dan besef van godverlatenheid. Zonder God leeft geen mens, heeft een mens geen leven, gaat een mens dood. Maar ‘als mens verschenen heeft Hij zich vernederd, gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis’ schreef Paulus (Filippenzen 2:7-8). Maar vroeg of laat, elke knie zal zich buigen en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader.’ 

Hem accepteren 

Accepteren wie Hij is. Zijn grootheid accepteren. Dat de macht en de kracht en de heerlijkheid van Jezus niet van ons geloof afhankelijk is. Want dan zouden wij mensen de kracht van God kunnen indammen. Dan zou de mate van ons geloof Zijn kracht bepalen. Inperken door ons ongeloof. Klein houden door ons kleingeloof. Teniet doen door onze afwijzing en spot. Maar Gods kracht is niet afhankelijk van mensen. Laat zich niet klein maken. Want de kracht van God is juist, dat Hij de mens die Hem afwijst tegemoet komt. Zo bewijst Hij zijn goedheid en trouw, zijn geduld en liefde. Daarin ligt Zijn kracht! Hem accepteren, niet de timmermanszoon, maar de Zoon van God!

Verbazingwekkend

Jezus verbaasde zich in Nazareth over ongeloof. Maar hoe God in Jezus de mens tegemoet komt, hoe verbazingwekkend is dat! Juist zij die Jezus gekruisigd hadden zeiden na Jezus’ schokkende sterven: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’ (Matteüs 27:54) In alle menselijkheid woont de Heer onder mensen. Uit onszelf kunnen wij het niet, maar Gods Geest kan onze ogen en ons hart en onze levens openen voor Hem. Dat wij Hem kunnen en zullen accepteren in wie Hij werkelijk is. De almachtige God en Heer.

Filippenzen 2:6-8

Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

Jaren geleden beleefde ik een concert ten bate van een goed doel, waarin een stadion vol mensen uitbundig zong:

‘Iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen’
.

Een prachtig nummer! En als vanzelf deed ik mee, aangewakkerd door de muziek, het publiek, de sfeer, het moment. Maar de wereld is niet van iedereen. De wereld is van God. Lof zij de Heer die de werelden dacht en zij waren. Een wereld waarin tekenen van God zijn te zien.

Want God is de Almachtige Schepper van hemel en aarde. Het is Zijn eigen schepping, hemel en aarde zijn het werk van Zijn handen, op Zijn woord, Hij heeft alle recht van spreken. Waar Jezus Christus geaccepteerd en aanvaard en aangenomen wordt, daar zal Hij in het midden zijn, daar zal God onder de mensen wonen, wint het koninkrijk van de hemel  terrein! De nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Vol van liefde, vol van kracht en vol van glorie. Waar wacht je nog op? Neem Hem aan! Neem Hem aan om wie Hij is, de Zoon van God in wiens naam ook jij, u bent een Kind van God.

Wie Hem aanneemt,
wordt door Hem aangenomen.
En wie een kwetsbaar mens aanneemt,
neemt Hem aan. Maar dat is weer een ander verhaal … Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren