Marcus 8 vers 1-13 • Overvloed door Hem

Marcus 8:1-13 en Psalm 146

Van huis uit leerde ik het volgende tafelgebed,
het gebed dat gebeden werd bij de maaltijd:

O Heer, wij danken U van harte
In nooddruft en voor overvloed.
Daar menig mens eet brood der smarte,
hebt Gij ons mild en wel gevoed
Doch geef dat onze ziel
niet aan dit vergankelijk leven kleeft,
maar alles doet wat Gij gebied
en eens eeuwig bij U leve.

Tekenen van overvloed

In de Bijbel staan meerdere verhalen waarin er voedsel wordt gedeeld alsof het niet op kan. Zo is er het verhaal in het Oude Testament van Elia die onderdak vindt bij een weduwe en haar zoon. In het land heerste in dat verhaal een grote droogte. En dan kun je wel raden wat er dan gebeurt. De oogst van het land loopt gevaar, de dieren gaan lijden onder gebrek, en ook de mensen kunnen niet zonder water. En dan is daar een Elia die aan een weduwe vraagt of zij water voor hem heeft. Een bedenkelijke vraag. Want juist iemand als Elia hoort voor mensen met gemis op te komen. En als de hele samenleving aan het overleven is, dan kun je je toch niet laten bedienen?

En om er een schep bovenop te doen vraagt Elia haar ook nog om brood, om broodkoeken. Waarop de arme weduwe verzucht: ‘Ik heb geen brood, alleen nog maar een beetje meel, en een laatste beetje olie. Als dat op is, dan is het met ons gedaan’. Waarop Elia beloofd dat het meel en de olie niet op zullen raken voordat het weer regenen zal en de aarde weer op zal bloeien. (1 Koningen 17:14)

En in 2 Koningen 4 (vers 42-44), ook in het Oude Testament staat ook zo’n verhaal. Daar is er iemand die bij zichzelf had gedacht twintig gerstebroden te gaan bakken voor de volgelingen van profeet Elisa. Blijkbaar iemand die oog had voor de behoefte van mensen in zijn omgeving. Maar toen Elisa dat aan één van zijn helpers gaf om die twintig gekregen gerstebroden uit te delen aan honderd volgelingen, vond die helper het maar behelpen en karig: ‘Twintig gerstebroden, dat is niet voldoende voor honderd hongerige magen.’ Maar Elisa sommeerde dat zijn volgelingen er een maaltijd aan zullen hebben, meer dan genoeg, er zal van overblijven.

En ook de evangeliën vertellen van uitdelingen waarin de broden en de vissen niet op kunnen. Wanneer Jezus toeroept dat de vissers hun netten over de andere boeg van het schip uit moeten werpen, dan puilen de visnetten uit en raken de vissersboten boordevol. En wanneer Jezus vraagt hoeveel er voor handen is om van te delen; en de ene maal zijn dat vijf broden en twee vissen, de andere maal zeven broden en een paar kleine vissen, dan raken mensen verzadigd, bij Jezus wordt alle honger gestild.

Medelijden

In het Bijbelverhaal van Marcus 8 begint het bij de uitspraak van Jezus van Nazareth, waarin Hij zegt: ‘Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets meer te eten. Als ik ze nu naar huis stuur, zullen de mensen onderweg bezwijken; sommigen zijn immers van ver gekomen …’

In zekere zin klinkt de boodschap, dat Jezus oog heeft voor de mensen. Zijn hart klopt voor de mensen die al drie dagen bij Hem zijn. Jezus is begaan met de mensen die Hij straks naar huis ziet gaan maar dat er mensen zijn die onderweg zullen gaan bezwijken! Een dramatische constatering!

Ja, in de Nieuwe Bijbelvertaling staat dat Jezus ‘medelijden’ heeft met de mensen. In de Statenvertaling staat daar ‘met ontferming bewogen’. En een heel oud woord zou kunnen zijn ‘met erbarmen bewogen’. Zoals mensen ‘erbarmelijk kunnen huilen’, dan krimpt de maag samen, dan komt daar buikpijn van! Zo bewogen is Jezus met de mensen die Hij met te weinig leeftocht voor onderweg naar huis ziet gaan! Hij heeft er buikpijn van. Zo menselijk als het maar kan zijn! Om daarmee te zeggen: Jezus’ medemenselijkheid is niet alleen maar mooi; Jezus’ medemenselijkheid is ook pijnlijk!

Maar dan is er nog iets: bij Jezus is er niet alleen dat menselijke medelijden en die menselijke bewogenheid. Want in Jezus is er ook die aard die niet van deze wereld is. Jezus’ ZIJN dat met geen pen is te beschrijven en die niet in woorden of beelden is te vatten. Want Jezus is niet alleen mens onder de mensen, maar Hij is de Zoon van God, en Jezus is Één met de hemelse Vader. Wanneer je Jezus ziet, dat zie je de Hemelse Vader! En dat wil de evangelist Marcus laten weten!

Psalm 24

Want weet u wat het is? Wanneer Jezus het dankgebed over de zeven broden uitspreekt, Bijbeluitleggers gaan ervan uit dat de Here Jezus daar een Joods gebed uitspreekt, een Joods tafelgebed dat al eeuwenlang tot op de dag van vandaag wordt doorgegeven en wordt uitgesproken. Het dankgebed waarin wordt beleden:

‘Gezegend bent U,
Eeuwige onze God, Koning van het heelal,
die brood voortbrengt uit de aarde,
die allerlei soorten voedsel geschapen heeft,
door wiens woord alles is ontstaan.’

(Vergelijk met Psalm 24:1)

En het zullen deze woorden bij de maaltijd zijn geweest die Jezus heeft gebeden voor de zeven broden. Zeven, dat is het getal van de volheid. Bij God is alles volmaakt. En mogelijk helpt het wanneer wij dan met Hem mee biddende onze ogen sluiten om dan te zien hoe de Here Jezus dankbaar aan de hemelse Vader met Zijn handen de broden breekt en geeft aan zijn leerlingen. En dat er dan onder Zijn handen maar broden blijven komen.

Hij geeft en Hij geeft en Hij geeft telkens weer. Onophoudelijk en onbegrijpelijk, wonderbaarlijk, het kan niet op, het houdt niet op bij Hem! Zoals Hij ook de vissen laat delen. Uit de wateren die naar het woord van God moesten wemelen van leven. Het werk van God wordt onder Jezus’ handen zichtbaar, Hij is de Almachtige, uit Hem komt alles voort, ook het dagelijks brood waarvan wij leven, de woorden om te leven!

Zware laatste dagen

Ja, het begon ermee dat Jezus zag, dat de mensen die al drie dagen bij Hem waren niet voldoende hadden voor onderweg en om mee naar huis te gaan. En als wij gewoon naar ons dagelijks leven kijken, dan is er zoveel dat op ons af komt. Vluchtende en noodlijdende mensen wereldwijd. Steekpartijen door jongeren die nog aan het begin van hun leven staan, en al een mensenleven op hun geweten. Een aarde die opwarmt met dramatische gevolgen. Zeeën die worden leeggevist. Je hart zou ervan omdraaien en je maag krimpt ervan samen. Bijbelse woorden over de laatste dagen van oorlogen en hongersnoden en aardbevingen zijn herkenbaar in ons leven.

Maar ook de woorden van Paulus aan Timotheüs dat in de laatste dagen de mensen geldzuchtig en egoïstisch zullen zijn. Dat ze genot meer lief zullen hebben dan God. Dat mensen wreed zullen zijn en de schijn van vroomheid op zullen houden maar de kracht van het geloven ontkennen. (2 Timotheüs 3:1-5)

Zoals William Booth, de Stichter van het leger des Heils eens zei: ‘Ik zie als grootste gevaar voor de komende eeuw de confrontatie met geloof zonder de Heilige Geest, een christendom zonder Christus, vergeving zonder berouw, redding zonder een opwekking een politiek zonder God en een hemel zonder hel …’

Jezus zei, dat de mensen al drie dagen bij Hem waren en onvoldoende leeftocht hadden voor onderweg. Hoe lang zijn wij al bij Jezus en hoe lang al horen wij Zijn woorden? En hoe zijn al die woorden geland in ons leven? Van de Heilige Geest die ons leven bezield met kracht, geloof in het bloed van Jezus Christus tot vergeving en verzoening? En zijn we tot bekering gekomen en heeft dat tot een nieuw leven geleid? Mogen wij het elkaar vragen, hebben wij al voldoende van Hem ontvangen voor onderweg naar huis? Onderweg voor het leven, het eeuwige leven? Hebben wij voldoende om zoals in dat dankgebed van het begin ‘Eeuwig bij Hem te leven?’

Op de proef gesteld

Kijk naar Jezus! Die aanliep tegen Farizeeën die eropuit waren om te discussiëren. Die Jezus uit wilden proberen en op de proef wilden stellen. ‘Laat maar zien, die tekenen van de hemel. Bewijs maar wie je bent.’ Maar lieve mensen, daar kon en kan Jezus niets mee. Moedeloosheid wordt dan zichtbaar. Een diepe zucht. Niets menselijks is Jezus vreemd.

Ontvankelijk voor Hem

Maar waar de Here Jezus wel iets mee kan, dat is met ontvankelijke mensen. Mensen die openstaan voor het besef dat uit Hem het leven voortkomt. Die het leven als een geschenk uit de hemel ervaren. Die geen vrede hebben met een maakbare wereld, naar de hand van mensen gezet. De hemelse Vader weet zich gezegend met mensen die zich dankbaar verwonderen over wat groeit en bloeit en leeft op aarde. Die God de Schepper niet ontkennen, maar Hem aanvaarden als de Schepper en Bestuurder en Onderhouder van alle dingen. Alles uit en in en door en naar Zijn hand.

Zoals Jezus de vogels als voorbeeld stelde: ‘Kijk naar de vogels, ze maaien niet en ze zaaien niet en toch voedt de hemelse Vader hen’. Wil je een teken uit de hemel? Kijk naar de vogels! En naar de vissen in het water! En naar het graan op het veld! Alles uit zijn hand ontvangen. Alles komt van Hem en is van Hem. Door en in Hem leven wij, bewegen wij, zijn wij, uit Hem komen wij allen voort (Handelingen 17:27,28). Maar altijd en eeuwig in Zijn hand. Mogen wij van hieruit verder gaan en leven en dankbaar zingen:

U bent meer dan goud of zilver,
U bent de bron van mijn bestaan.
Slechts van U kom echte blijdschap,
slechts met U kan en wil ik verder gaan.

U alleen bent mijn. Schild, mijn kracht,
de levenslied waar mijn geest op wacht.
Heel mijn hart stel ik voor U open
en ik breng mijn lof aan U.
Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren