Marcus 8 vers 14 – 26 • Levend Brood

Marcus 8:14 – 26 en Efeziers 3:14-19

De vertelling van Marcus 8 laat ons zien: mensen die in een scheepje zijn gestapt om naar de overzijde te gaan. Mensen onderweg met elkaar in hetzelfde schuitje, samen naar de overkant. Die elkaar ineens vragend aankijken: ‘Heb jij aan brood gedacht? Nee, ik niet, heeft hij dat dan niet gedaan? Normaal regelt zij het brood’ Maar deze keer niet. Niemand heeft eraan gedacht om brood mee te nemen voor onderweg. We kunnen elkaar nu wel verantwoordelijk houden, maar we zijn het domweg vergeten. Ieder voor zich. En dat terwijl we even tevoren nog zo met brood uitdelen druk zijn geweest. Uitdelen onder de mensen die van Jezus wilden horen.

Zouden ze het zo elkaar gezegd hebben? Vergeven of verweten hebben? Of zouden ze berustend hebben gezegd van ‘laten we het elkaar maar niet kwalijk nemen, als we aan de overkant zijn, dan zullen we wel zien’. En met een knipoog lijkt de evangelist Marcus te zeggen dat ze één brood in de boot bij zich hebben. ‘Wij hebben Vaders Zoon aan boord’. Een kwinkslag naar Jezus die zichzelf bij de evangelist Johannes ‘het Brood voor het leven’ noemt.

Brood, daar zit wat in

Maar dan komt Jezus aan het woord. ‘Nu jullie het toch over brood hebben, daar wil Ik ook nog wel iets over zeggen. Want kregen jullie het mee, van die Farizeeën die ons aanspraken vandaag toen we in Dalmanuta aankwamen? Over brood gesproken, daar zit wat in! Brood met een goed verhaal. Want wat de Farizeeën zeiden, dat is nu wat je noemt “zuurdesem”.’

Het laat Jezus blijkbaar niet los, de ontmoeting met de Farizeeën.  En Hij grijpt de kans aan om het er met Zijn leerlingen over te hebben. Jezus’ leerlingen spraken met elkaar over brood op de plank. Maar Jezus spreekt hen aan over wat ‘zuurdesem’ doet in mensen. En dat is andere taal, welteverstaan.

Zuurdesem

‘Zuurdesem’, daar zijn Jezus’ leerlingen vertrouwd mee. Als je brood gaat bakken, dan doet de ‘zuurdesem’ het bakmeel rijzen. Van ‘zuurdesem’ krijg je lekker luchtig brood. En ‘zuurdesem’ kun je zelf maken door wat meel te vermengen met lauw water in een pot. En dat mengsel laat je dan een dag staan en de volgende dag doe je er nog wat meel bij en nog wat lauw water, en je roert het goed door elkaar. Het zou zomaar kunnen dat je dan al wat geborrel in het potje ziet. Net als bij fruit dat gaat gisten. En zo ga je een paar dagen door en als het nodig is doe je het borrelende en bruisende goedje in een grotere pot.

Maar na een week, dus op de zevende dag (!) heb je al een gistend papje om toe te voegen aan brooddeeg om er luchtig brood van te kunnen bakken. En ga je er nog langer mee door, met dat mengen van water en meel in dat gistende borrelende papje, dan helemaal! Luchtig brood! Eigenlijk heb ik u zojuist het recept voor luchtig brood gegeven.

Maar gelovig opgevoede mensen zoals Jezus’ leerlingen zijn ook vertrouwd met ‘zuurdesem’. Jaarlijks vieren de mensen in Jezus’ omgeving het feest ‘Van de ongedesemde broden’. Een Bijbels feest, voorgeschreven in de Wetten van Mozes, in de Thora.  Als gedenken van het gehaaste vertrek van het volk van de Israëlieten uit Egypte. Waarin voor de ‘vluchtelingen’ geen tijd te verliezen viel om ‘brood voor onderweg’ klaar te maken. ‘Dit is de tijd om te vertrekken’ maakte Mozes de Israëlieten kenbaar! (Exodus 12:8)

Ja, wanneer wij dit schrijven (augustus 2021) ontvluchten vele mensen gehaast Afghanistan. Geen tijd te verliezen, de (v)luchthaven moet worden gehaald. Denk aan het volk van God! De Here God die de Israëlieten uit Egypte, uit de slavernij heeft verlost. Blijf dat vieren, blijf daaraan denken! Jullie zijn door God bevrijde, verloste mensen! De openingszin van de Tien Geboden. (Exodus 20:1 en Deuteronomium 5:6)

Geestelijke zuivering

En om het ‘feest van de ongezuurde broden’ serieus te nemen was het een voorschrift in de Thora om letterlijk en figuurlijk alle ‘zuurdesem’ uit huis te bannen. Naar de composthoop ermee! In de kachel ermee! Weg ermee! Als het ware een geestelijk schoonmaak alvorens het feest van de ‘ongedesemde broden’ te gaan vieren. Puur brood in alle zuiverheid. (Exodus 12:14-20 en Leviticus 23:6-8) Toonbeeld van hoe mensen zouden moeten zijn, puur en echt, geen mengelmoes!

En dan zegt Jezus ‘plompverloren’ tot zijn leerlingen, dat ze op moeten passen voor de ‘zuurdesem’ van de Farizeeën en voor de ‘zuurdesem’ van Herodes en zijn aanhang. ‘Pas op voor de leer van de Farizeeën en de Sadduceeën’ staat er in Matteüs 16:15 Want dat is geen zuivere koek!

Farizeeën

Want wat leerden de Farizeeën dan? Wel, om te beginnen waren het mensen die trouw waren aan de Schrift, zeg maar aan de Bijbelse woorden van het Oude Testament. De Thora die de Wetten van Mozes worden genoemd, de Profeten en de Psalmen en de Kronieken: de Farizeeën leefden naar deze woorden en leerden die ook aan de mensen. Ze geloofden in een leven na de dood waar het goede werd beloond en het kwade werd gestraft, en dat alles is in de hand van God.

En in zekere zin denk ik dat al deze dingen bij gelovige mensen vertrouwd met de Bijbel bekend in de oren klinken. Maar nu komt het: de Farizeeën leerden de mensen niet alleen wat in hun ‘Bijbel’ stond, maar daar waren vele regels aan toegevoegd, veelal leefregels die mondeling werden doorgegeven en leefregels die een eigen leven waren gaan leiden. Leefregels die minstens zo belangrijk werden geacht als het oorspronkelijke Woord van God.

Jezus zei daarvan: ‘Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter.’ Een groter gat als gevolg! (Matteüs 9:16) En daar ligt dus het probleem van de Farizeeën: er gaapte en kloof tussen God en de mensen, ontstaan door lapwerk en toegevoegde leefregels, oplapwerk aan huisregels die zij de mensen leerden. (zie ook Mattheus 16:15)

Sadduceeën

Maar Jezus sprak ook over de ‘zuurdesem’ van Herodes. Die was in de tijd van Jezus de Romeinse bewindvoerder over het Joodse land. En er waren godsdienstige leraren, de Sadduceeën, die kind aan huis waren bij koning Herodes. En net als de Farizeeën hadden de Sadduceeën ook hun eigen opvattingen.

Deels hielden zij zich aan de Wetten van Mozes, maar zij geloofden niet in een leven na de dood. En een opstanding uit de dood, daar konden zij niet aan. Na dit leven is het over en klaar, zo stelden zij. Bijna zoals atheïsten denken. Dat er niets is tussen hemel en aarde. En zo geloofden zij ook niet in engelen en demonen of in een straf op de zonde. Nee, zeiden de Sadduceeën, het komt aan op het hier en nu en daar moet je het beste van maken. En dan helpt het om koning Herodes te vriend te houden.

Water bij de wijn. Vertrouwen op de macht van invloedrijke mensen en niet op de Almachtige God in wiens hand alles ligt. Van het leven met wat handigheid het beste maken. Daarbij de belofte van de Messias, het geloof in de koning uit de stam van David naar de achtergrond en opzij geschoven. Pas op voor de leer en de huisregels van Farizeeën en Sadduceeën, zei Jezus zijn leerlingen, want dat is ‘lapwerk, oplapwerk’. (zie ook Mattheus 9:16 en 16:15)

En wij?

Aan hoeveel leefregels houden wij elkaar? Hoeveel voorschriften houden wij elkaar voor? Met hoeveel geschreven en ongeschreven wetten lezen we elkaar de les? En hoe is het met ons geloof in een hiernamaals en met Gods leiding in ons leven? En als het gaat om goed en kwaad, zijn we ons bewust van de gevolgen voor eigen en andermans leven, zoals ‘zuurdesem’ doordringt tot in de diepste vezels van ons bestaan?

Jezus zei: ‘Pas op voor de zuurdesem van wie er allemaal leefregels bij bedacht hebben, en je daarop afrekenen.’ En Jezus zei daarbij: ‘Pas op voor de zuurdesem van aanpappen met invloedrijke lieden en daar je leven vanaf laten hangen, voor wat mensen allemaal maken van het Woord van God.’ De zuurdesem die doordringt tot in de diepste vezels van je bestaan, maar die een kloof tussen jou en de Here God en kloven tussen mensen onderling doen ontstaan. ‘Heb de Here God lief bovenal en je naaste als jezelf’. Weet je het nog, waarom je het ‘Feest van de Ongedesemde Broden’ viert? Het is hierom: ‘Ik ben de HEER uw God, die u uit het diensthuis, het slavenhuis heb geleid.’

De leerlingen van Jezus met elkaar in het schip onder Jezus’ hoede. Worden onze ogen al geopend? Hebben wij zicht op wie Hij is? Beginnen wij het ook te zien? Zij hebben Vaders Zoon aan boord! Hij die  Brood des levens is, die Zijn leven heeft gegeven om velen het leven te geven. De leerlingen van Jezus met elkaar in hetzelfde schuitje, samen onderweg, de ogen geopend door Hem! Zij hadden maar één brood bij zich, en dat is meer dan voldoende! Om het met Hosea 12 vers 7 te zeggen: ‘Hij is de HEER, de God van de hemelse machten, HEER is Zijn Naam. Keer voorgoed terug naar die God. Laat je leiden door liefde en recht. Blijf voortdurend hopen op je God.’
Amen

Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader,
die de Vader is van elke gemeenschap
in de hemelsferen en op aarde.

Moge Hij vanuit zijn rijke luister
ons innerlijke wezen kracht
en sterkte schenken
door Zijn Geest,
zodat door geloof
Christus kan wonen in uw hart,
dat wij geworteld zullen blijven in de liefde,
en dat wij vol zullen stromen met Gods volkomenheid.
(naar Efeziërs 3:14-17 & 19)

(Aanvulling)

‘Zuurdesem’ is niet per definitie ‘slecht’. In Matteüs 13 vers 33 leert Jezus dat het koninkrijk van de hemel net als zuurdesem alles kan doordesemen, als je maar de tijd neemt, als je maar goed mengt, als je de desem maar zijn werk laat doen! Zo is het ook met het koninkrijk van de hemel, zeiden Jezus’ woorden.

Paulus schrijft in 1 Korintiërs 5:6 ‘Weet u niet dat een beetje desem het hele deeg zuur maakt? Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons Paaslam, Christus, is geslacht.’

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren