Marcus 7 vers 31 – 37 • Alles los, alles open!

Naar Marcus 7:31-37 en Romeinen 8:18-24a

Jezus van Nazareth noemt zichzelf in het Evangelie naar Johannes ‘de goede Herder’. En zo zien wij Jezus een goede herder, een goede pastor zijn jegens een mens die leeft in een beperkt bestaan. Jezus ontmoet iemand die niet kan horen. Wie kan het zich voorstellen, dat je helemaal niets hoort, een oorverdovende stilte? Misschien alleen een piep tussen de oren, of een eeuwige ruis maar dat is al? Wat mensen zeggen, hoe vogels zingen en water en wind ruisen, hoe muziek klinkt of als er gevaar of onweer dreigt: het gaat allemaal langs je heen.

Jezus ontmoet iemand die daarmee moet leven. Met een pijnlijke stilte. Maar ook iemand die zich niet op gewone wijze kan uiten. Hoe kun je zeggen wat er op je hart ligt, als alles wat er over je lippen komt onverstaanbaar is? Waar je in je gezicht of achter je rug om kan worden gelachen, belachelijk wordt gemaakt? Of waar je niet serieus en voor stom wordt gehouden? Dat je woorden er keer op keer niet toe doen, als nietszeggend worden afgedaan? Dan zakt de moed je in de schoenen, zelfs al zou je het kunnen, zou je het dan nog proberen?

En wat als je aan wilt geven wat je nodig hebt, je je hart wilt luchten, je blijdschap of je verdriet, je opluchting of je boosheid, of als je een relatie aan wilt gaan, je gevoel wilt laten spreken en al ligt het op het puntje van je tong en het komt er maar niet uit? Dan dreigt het leven gaan in je eigen wereld. Voor doof en stom uitgemaakt, eenzaam en alleen makend, ingesloten en buitengesloten tegelijk.

Terzijde genomen

Jezus ontmoet een mens met stomheid en doofheid geslagen. En Jezus betoont zich een goede herder, een echte pastor door deze mens apart te nemen; een ontmoeting van mens tot mens, van hart tot hart, bezield, bewogen en begaan. Ja, anderen hebben deze mens met zijn gehoor- en spraakprobleem bij Jezus gebracht, goed bedoeld en met verwachtingen. Maar Jezus haalt hem bij hen vandaan. Zoals een pastoraal gesprek hoort te zijn: wat anderen vinden, dat doet er niet toe, het gaat om wat er leeft in jou, een luisterend oor, een aandachtige houding, geen vooroordeel die invult of een mening al klaar heeft, maar oog en hart en hand voor de ander. En wat daar wordt gedeeld dat blijft onder elkaar, hoeft niemand anders van te weten. Jezus neemt iemand apart, bij de mensen vandaan, Hij is immers de goede Herder. ‘Effata, ga open’ zegt Jezus, spraakmakend en verstaanbaar makend, de goede Herder die een zegen is in alle menselijkheid.

Zo zijn onze manieren

Maar wat kan dit Bijbelverhaal ons vertellen? Misschien wel dit: dat mensen in hun eigen gedachtegangen en belevingswereld kunnen belanden, en dat het niet eenvoudig is om buiten die kring te gaan staan. Je hebt bijvoorbeeld geleerd hoe je je hebt te gedragen. ‘Je geeft elkaar netjes een hand’. Maar kijk dan naar de ‘Corona-tijd’! In een korte tijd moesten we leren geen handen te schudden, handen te wassen, onderlinge afstand bewaren, niesen in de elleboog. En houden wij ons niet aan die ‘regels’, dan wordt daar wat van gevonden! En zo kwamen wij allemaal in een ondenkbare wereld terecht. Waarin we op elkaars gedragingen zijn gaan letten. Elkaar af zijn gaan rekenen op doen en laten. Waarin van alles wordt gevonden.

En dat overkwam de leerlingen van Jezus ook! (Marcus 7 vers 1 tot 5) De Farizeeën en de schriftgeleerden van Jeruzalem spraken Jezus aan, dat zijn leerlingen hun handen moesten wassen voordat ze brood gingen eten. (naar Psalm 24:4) Waren hun handen dan besmettelijk? Het zou kunnen. Ze hadden zich immers opgehouden met zieke mensen (Marcus 6:53-56). Hadden Jezus en zijn leerlingen afstand gehouden? Nee, want de zieke mensen wilden zo dicht mogelijk bij Jezus zijn. Wie Jezus aanraakte vond genezing, en wie door Hem werd aangeraakt die werd genezen!

Maar dan de Farizeeën en de schriftgeleerden van Jeruzalem! Die leefden in hun eigen denkwereld en gedachtegangen, hun eigen normen en waarden. Hun blik was niet gericht op de genezing en het herstel van mensen, maar hun blik was gericht op ‘tafelmanieren’. Waardoor het hen niet lukte om als herders en pastors blij te zijn met de blijden en bedroefd met de bedroefden, hun focus lag op het in ere houden van de ‘traditie’. ‘Zo hebben onze voorouders het ons geleerd’ zeiden zij. ‘Zo zijn onze manieren’. Maar Jezus zei daarvan dat je niet ‘onrein’ wordt van wat je tot je neemt, maar dat je ‘onrein’ wordt van wat er van je uitgaat. ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren’ staat er in oude Bijbelteksten bij.

Waar gaat het om?

Jezus duidde dat aan je handen de smetten van de wereld kleven, maar dat de werkelijke besmettingen liggen in wat er in je omgaat en wat er van je uitgaat. Want er kunnen woorden vallen, die jouzelf en de ander geen goed doen. Zoals er ook doen en laten kan zijn die smetten werpen op jezelf en op anderen. ‘De mens kijkt naar het uiterlijk, maar God ziet het hart aan’ (1 Samuël 16:7) In het hart, daar liggen de intenties van de mens! (opnieuw, zie Psalm 24:4)

Kijk dan naar Jezus, die de dove en stomme mens apart neemt, die man die gedwongen was te leven in zijn eigen gedachtenwereld, wat hij kon zien en ruiken en voelen dat drong tot hem door, maar wat hij kon uiten dat was slechts gebrekkig, dat kwam er niet uit. Maar Jezus nam Hem apart om tot hem door te dringen, Jezus vingers in zijn oren, die dove man die moest gaan begrijpen dat het Jezus te doen was om zijn luisteren en horen. ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’ Letterlijk en figuurlijk …

Wat is je leegte, waar ben je vol van?

Zoals William Booth, de stichter van het Leger des Heils eens verwoordde: ‘Een lege maag heeft geen oren’. Zijn stelling was invulling geven aan de leegheid van mensen. Waarmee ook het evangelie van Gods liefde kan gaan stromen. Zoals een hulpverlener de leegte van een alcoholist verwoordde: ‘Iedereen heeft het over mijn drinken, maar niemand vraagt naar mijn dorst’.

‘Wat dringt er tot jou door en wat gaat er van jou uit?’ Dat maakte Jezus de mens  in het Bijbelverhaal kenbaar. Door de vingers op de wezenlijke plekken te leggen. En die man heeft moeten erkennen: ‘helemaal niets!’ En Jezus legt zijn vingers met speeksel op de tong van die man. ‘Wat komt er over jouw tong en over jou lippen?’ En die man heeft moeten erkennen ‘Gebrekkig goeds ligt er op mijn tong en gebroken goeds komt er over mijn lippen!’ Zoals een Jesaja in de tempel die het ook bekende: ‘Ik moet zwijgen want ik ben een mens onrein van lippen, en ik leef temidden van een volk dat onrein is van lippen! Maar ook Jesaja’s lippen werden aangeraakt zodat hij recht van spreken had! (Jesaja 6:5-7)

Ja, de mens kijkt naar het uiterlijk, maar God ziet het hart aan, en Jezus richt Zijn blik naar de hemel, zoals in Psalm 121 waarin gezongen wordt ‘Vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp komt van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft, van Hem alleen!’ Jezus richt zijn blik naar de hemel en slaakt een zucht, het zuchten zoals waar de apostel Paulus ook over schreef, de schepping die zucht onder het lijden, maar ook gelovige mensen zuchten! Jezus zucht en sommeert het gehoor en de mond en het hele leven van deze mens ‘Effata, ga open!’

Heel de schepping zucht

Ja, ook wij hebben nodig open te gaan voor de woorden van God! Gods woorden die oproepen tot Hem liefhebben bovenal en de naasten als jezelf! Die aandringen om te zorgen voor het welzijn van mensen en dieren en de aarde die aan de mens is toevertrouwd. Een luisterend oor te luisteren gelegd bij de woorden van God.

En ook wij hebben nodig dat onze tong wordt losgemaakt, zodat er woorden van geloof en hoop en liefde gaan klinken.  Onze mond en tong en lippen kunnen nodig hebben dat deze losgemaakt worden juist als wij niet durven spreken. Ja, we kunnen ons mond vol hebben van onszelf en wat we er allemaal van vinden. Maar hoe nodig kunnen wij het hebben dat er andere woorden in onze monden worden gelegd, juist als wij vol zijn van onszelf, of als onze woorden leeg zijn of vol van wat van de Here God afleidt.

Maar dan te weten dat Gods goedheid en genade juist dan aan het licht komen wanneer wij het stilzwijgend bij de Here God verzuchten dat wij het niet meer weten;  juist dan kan Hij ons tegemoet komen zoals Hij alleen maar kan. Om daarin te weten: wanneer wij onze blik richten naar de hemel, juist dan mogen we weten dat Gods Heilige Geest ons woorden geeft, en dat Jezus voor ons pleit met woordeloze zuchten. (Romeinen 8:26)

Leven aan zijn zijde

Ja, Jezus is de goede Herder, een betere zielzorger dan Hem kun je je niet wensen! Laat Hem waken over wat er tot je komt, over wat er zich aan je opdringt, en wat je tot je wilt nemen, laat Hem waken over wat er van je uitgaat. En laat Zijn Heilige Geest jou de woorden in de mond leggen! Geen betere zielzorger dan Jezus onze Heer!
Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren