Matteüs 2 vers 1-12 (19) • Vanwaar de zon op gaat

Matteüs 2:1-12 (19) en Jesaja 60:1-6

In het verhaal van Matteüs wordt verteld van verschillende mensen. Met ieder hun eigen positie in de samenleving. De één is hooggeplaatst en politiek actief, de ander geleerd en ondernemend of levend naar zoals de omstandigheden zijn.

Wijzen uit het oosten

Er zijn de ‘Wijzen uit het oosten’. Volgens de overlevering kwamen zij uit het gebied tussen de Kaspische Zee en de Perzische Golf, waar de samenleving al in een vroeg stadium van de mensheid al leerde schrijven, lezen en rekenen. Dat waren Babyloniërs, de Perzen, wonende in Ur der Chaldeeën waar ook Abraham vandaan kwam. Beschavingen die de bewegingen van de zon en de sterren bestudeerden. Uit de richting de ook de wijzen vandaan kwamen, die een ster hadden opgemerkt en hen de weg naar Jeruzalem leidde. Er was hen een licht opgegaan, het firmament sprak boekdelen, de hemel sprak hen aan.

Koning Herodes

In het verhaal van Matteüs is er ook een koning Herodes, zetelende in Jeruzalem: Herodes behoort toe aan het Romeinse Rijk, en vertegenwoordigd de keizerlijke macht van Rome. Het Romeinse rijk was mogelijk zelfs groter dan dat van de Babyloniërs. Het  omvatte alle gebieden rondom de Middellandse Zee. Het Romeinse Rijk strekte zich uit van de Golf van Biskaje tot voorbij de Zwarte Zee. En bestreek de gebieden van Britannië tot Egypte, van waar nu Marokko ligt tot aan waar Roemenië ligt. Een lappendeken van volken van verschillende culturen en tradities en geloven. Reden voor het keizerlijke gezag om een piramidevormig bestuur in te richten, met alle wegen en alle lijnen naar en van Rome, de keizer aan de top en onder hem de koningen onder zijn bewind, en de gewone man M/V.

Hogepriesters en Schriftgeleerden

En zo was daar koning Herodes in het Joodse land. Ruimte gevend aan Joodse normen en waarden, zolang er maar geen verzet is richting het gezag van Rome. Mogelijkheden creëren zodat de Joodse mensen ‘Rome’ zouden waarderen. Zoals het financieren van de tempel in Jeruzalem en hier en daar een synagoge. En bij Joodse gesprekspartners te rade gaan, zoals Hogepriesters en Schriftgeleerden, thuis in de Joodse wetten en geschriften. Herodes’ contactpersonen, en spreekbuizen naar het Joodse volk.

Jozef en Maria en hun kind

Bijna aan de kantlijn van het verhaal zijn daar ook Jozef en Maria, en hun kleine baby. Gewone mensen die woonden in Nazareth, een weinigzeggend plaatsje in het Joodse land in dat immense Romeinse rijk. Nauwelijks een stipje op de wereldkaart. Gewone mensen van Joodse komaf, in Bethlehem geregistreerd in het bevolkingsregister van Rome. Daar hadden zij een lange reis voor moeten maken, van Nazareth naar Bethlehem (Lucas 2). Maar wat moest, dat moest. Zonder ben je ongedocumenteerd.  Heb je geen rechten. Jozef en Maria die tegen het einde van dit hoofdstuk vluchtelingen worden. Een veilig heenkomen in Egypte, ver van huis omdat kleine kinderen bij Herodes niet veilig zijn.

Midden in de winternacht

Wat deden zij? De Wijzen …

Wat deden de Wijzen, toen hen een licht was opgegaan? Zij zijn in beweging gekomen, op reis gegaan. De ster aan de hemel die zij hebben waargenomen motiveerde hen tot nader inzicht, tot onderliggende lagen. Zoals de Here God Abraham uit Ur naar de sterrenhemel liet kijken: ‘Zeg eens Abraham, kun jij de sterren tellen? Maar Ik beloof jou zo groot zal jouw nageslacht zijn!’ Zo sprak het firmament de wijzen aan. Zoals Jesaja 60 vers 1 waar staat ‘Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de glorie van de Heer’.

De wijzen die zich beschenen wisten door Gods licht en op weg zijn gegaan. Geen ‘opgestaan is plaatsje vergaan’ maar ‘opstaan en op weg gaan, zoeken naar koning van de Joden’. Zoals Psalm 72 dat ook verwoord, ‘Koningen van Seba en Saba die Davids zoon geschenken zullen brengen’. En zoals Psalm 113 vers 3 ‘Vanwaar de zon opgaat, tot waar zij ondergaat zij geloofd de naam van de Heer’. Het verlangen van de wijzen uit het oosten. In beweging gekomen en op weg gegaan om het Koningskind met een bezoek te vereren.

Wat deed Herodes?

Wat deed Herodes, toen hij van de wijzen vernam van de geboorte van een Joods koningskind? Schrikken! Herodes schrok hevig, en heel Jeruzalem met hem. Alle mensen! Dat is de eerste reactie van Herodes. ‘Opgeschrikt worden’ heb je niet in de hand, dat overkomt je, is een reflex. Zoals ook vluchten, verstoppen of vechten reflexen zijn die volgen op de eerste schrik. Als de waterleiding springt terwijl je erbij staat is er eerst de schrik van de natte plens water. Maar weer bij de positieven gekomen is het handig om te gaan handelen, de waterkraan dicht draaien, de waterstroom stoppen. Bij een ‘zinkgat’ die de grond onder je voeten wegspoelt is het beter om te vluchten.

Wat doet koning Herodes? Wanneer Herodes na de eerste schrik weer bij zijn positieven is, Herodes die niet wil dat er onrust heerst, niet toestaat dat er gemorreld wordt aan zijn koninklijke zetel, Herodes, gaat allereerst diplomatiek en omzichtig te werk. Roept volksvertegenwoordigers en terzakekundigen, in zekere zin de oppositie bij zich, zonder al te veel rumoer: de Hogepriesters en de Schriftgeleerden, zijn contactpersonen en zijn spreekbuizen die hem van informatie kunnen voorzien. Herodes speelt een politiek spel, na de eerste schrik.

Wat deden de Hogepriesters en de Schriftgeleerden?

Wat deden de Hogepriester en de Schriftgeleerden toen Herodes hen om inzicht vroeg? Je zou toch verwachten dat bij de Hogepriesters en Schriftgeleerden alle registers open gaan! Stel je voor: koning Herodes toont belangstelling voor de Joodse verwachtingen en de Joodse geschriften! Een prachtige kans voor de Hogepriesters en de Schriftgeleerden om bij die heidense koning te getuigen van wat hen bezield, hun geloof, hun hoop, hun troost, hun houvast! Dit is in wie, wat, waarom en waartoe wij geloven!

En je zou denken dat er bij de Hogepriesters en de Schriftgeleerden verwondering en dankbaarheid en jubel los komt!  De bevestiging van hun geloof en leven, dat zij leven in de tijd dat Gods woorden waar en openbaar worden! De messiaanse Herder en Koning uit de stam van David, Bethlehem in Juda, waar de profetieën van vertellen, zij gaan het meemaken en beleven, ‘Het volk dat in duisternis wandelt ziet een groot licht!’ (Jesaja 9:1) ‘Hij zal aantreden en het volk als een Herder weiden, Hij zal heersen tot het einde der aarde’, en dus niet die keizer van Rome, en Hij zal vrede brengen, en dus niet die koning Herodes! (Micha 5:1) Of had Herodes hen dat niet verteld, hield Herodes zich op de vlakte?  Hen niet wijzer makend …

Hoe reageerde Jozef?

Over dromen gesproken: Jozef, maar ook de wijzen reageerden op dromen. In de Hebreeuwse Bijbel, de Boeken van het Oude Testament dromen mensen ook dromen. Wordt beloofd dat ouderen zullen dromen, en jongeren gezichten zullen zien. (Joël 3) De Jozef uit het Bijbelboek Genesis droomt ook dromen. Zijn broers wilden hem destijds uit de droom halen, verbeeld je maar niets, verhef je niet boven ons. Maar Jozefs dromen deden ertoe, brachten hem in de put, en tot aan een slavenbestaan in Egypte. Waar deze Jozef van toen de dromen van een farao uit kon gaan leggen, dromen die Egypte hielpen  een hongersnood te doorstaan.

Ja, de ‘heilsgeschiedenis’ loopt door in een eeuwige lijn, dwars door de levens van Jozef en Maria die ‘door een droom gewaarschuwd’ vluchtten naar Egypte, waar de ‘heilsgeschiedenis’ gaat herleven, van ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen’. (Hosea 1:11)

Bijzonder hoe de evangelist Matteüs schrijft, hij schrijft het geboorteverhaal van Jezus uit, verbindingen leggend met de Hebreeuwse Bijbel, woorden uit de Thora en woorden van Profeten. Zelfs de Psalmen doen mee, koningen van verre dragen geschenken aan voor Davids Zoon, lang verwacht!

Wat doen wij?

Koning Herodes schrok. En bewandelde politieke wegen, tot in de achterkamertjes aan toe. De Hogepriesters en de Schriftgeleerden wisten het haarfijn te vertellen, kenden de teksten die ertoe doen. Maar daarna trokken zij zich terug, de koning een dienst bewezen, maar naar het Koningskind niet verder op zoek. Jozef droomde van een engel van de Heer, door naar een veilig heenkomen te gaan, niet door angst gedreven, maar door een droom geleid waarin Jozef een boodschapper van de Heer herkende. (Matteüs 2:13 & 19)

Mag ik je eens vragen: wat zie je wanneer je kijkt naar Gods volk, levende met Hem als Koning en Heer? Hem wetende boven alle aardse koningen en machten? Wat ga je ermee doen, wanneer je onder de indruk bent geraakt van Gods schepping, de wijdheid van het heelal? Er zou een licht bij je op kunnen gaan, een helder licht dat alles in een ander licht plaatst. Maar wat doen wij ermee, op wie of wat stellen wij ons vertrouwen, naar wie of wat en welke waarden richten wij ons leven in?

En wat hoor je wanneer mensen vertellen van woorden uit de Bijbel, van hen die zich verdiept hebben in Gods Woord, Bijbelse woorden doorgevend en uitleggend? Wat doe je ermee, wanneer je zelf de Schriften erop nageslagen hebt? En wat zou jij ermee gaan doen, wanneer je dromen zou over engelen die je de weg wijzen, of wanneer je zeker weet dat je bent aangesproken door een hemelse boodschapper van God? Mag ik je vragen: wat doet u, wat doe jij ermee? Schijnt het licht van God al over, en door uw leven heen?

Wat doet God?

En wat doet God? Hij laat het licht opgaan. Dat doet Hij al vanaf de allereerste dag van de schepping. Hij spreekt Zijn Woord. Ook dat al vanaf het allereerste begin. God brengt mensen in beweging, dwars door de bewegingen van woelende volken hen. Geeft mensen de kracht Zijn Woorden door te geven. Zend engelen eropuit en laat mensen dromen. God laat niet los wat Zijn hand is begonnen. Tot eer van Zijn Naam. Amen

‘T Is een wonder als s’avonds de zon daalt,
en ‘s morgens haar licht ons bestraald.
Maar het wonder der wond’ren waar niets het bij haalt
is het wonder dat God van ons houd.

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren