Matteüs 6 vers 11 • Onze Vader (Pinksteren)

Matteüs 6:11 en Exodus 16:4-8

Geef ons heden ons dagelijks brood

Even een geheugenopfrisser, in de vorige overdenking over het ‘Onze Vader’ vergeleken we het gebed met een brief, met een aanhef, een inhoud en een ondertekening. In de overdenking van vorige week ging het over de ‘geadresseerde’ van de brief. Bij deze gaat het over de ‘vragen’ van de brief ofwel het gebed.

DE INHOUD (Onze Vader als brief)

Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben

In tal van Bijbelse verhalen zijn ‘brood’ en ‘voedsel’ van betekenis. Aan Genesis 21 vers 14 gaat vooraf dat Abraham Hagar en haar zoon Israël opdraagt het huishouden te verlaten. Er zijn spanningen ontstaan tussen Sara, de vrouw van Abraham en Hagar, een ‘draagmoeder’. Abraham is Ismaëls vader. Samen onder één dak blijven blijkt ondoenlijk, irritatie en jaloezie spelen op. Met alle pijnlijkheden geeft Abraham aan Hagar en Ismaël brood mee voor onderweg. Niemand kan leven, overleven zonder brood. Het meest basale dat ‘vader’ Abraham kon doen. Brood meegeven.

1 Koningen 19 vertelt van Elia. Elia staat te boek als een profeet, een ‘waarheidzegger’ namens God. Elia heeft koning Achab en de Israëlieten de waarheid gezegd, dat zij afgoden dienen, dat zij Baäl zijn gaan vereren, zich hebben gericht tot een godheid van andere volken, en dat zij zich in het ongeluk hebben gestort door het verbond met de God van Israël te verbreken, Hem en zijn woorden de rug toe hebben gekeerd. Dat allemaal is Elia zwaar gevallen. De afgodendienaars zijn hem naar het leven gaan staan. Vermoeid en uitgeput, burn-out heeft Elia zich erbij neergelegd. Maar een boodschapper van God spreekt Elia aan, reikt hem brood aan. Een geschenk uit de hemel. Maar wel met een boodschap: Elia, je bent nog niet klaar, er valt nog werk te doen.

1 Samuël 21 vertelt van David. David leefde in de koninklijke kringen van Saul, waar Davids leven gevaar is gaan lopen. Saul vervolgt David, ziet in David een bedreiging. Waarop David het koningshuis van Saul verlaat, en met hem een groep sympathisanten. Mensen die voor onderweg voedsel nodig hebben. En brodeloos aankomen bij Nob, bij priester Abimelech. Of hij brood voor David en zijn getrouwen heeft. Abimelech heeft brood voor David, maar het zijn wel de ‘toonbroden’ uit het godshuis. Gewijde broden die dagelijks in het heiligdom ververst werden, tot voorbeeld van Gods voortdurende zorg voor zijn volk. Eerbiedig nemen David en wie bij hem zijn ervan. Voor Nob, gegeven door priester Abimelech.

Exodus 16:4-8

De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uit gaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel Ik hen op de proef: Ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden. Op de zesde dag moeten ze tweemaal zo veel verzamelen en klaarmaken als op de andere dagen.’

Hierop zeiden Mozes en Aäron tegen de Israëlieten: ‘Vanavond nog zult u inzien dat de HEER zelf u uit Egypte heeft geleid, en morgen, in de ochtend, zult u de majesteit van de HEER zien. Hij heeft gehoord hoe u zich beklaagt. Dat is tegen Hem gericht, want wie zijn wij dat u zich bij ons zou beklagen?’ Mozes vervolgde: ‘Vanavond zal de HEER u vlees te eten geven, en morgenochtend zult u volop brood hebben, want de HEER heeft uw geklaag gehoord. Dat is immers tegen Hem gericht en niet tegen ons – want wie zijn wij?’

De aangehaalde Bijbelverhalen vertellen niet zomaar van brood als ontbijt, lunch of een voorafje bij het diner. Deze Bijbelgedeelten vertellen van de kwetsbaarheid en afhankelijkheid van ons mensen. Er zijn nog veel meer Bijbelse voorbeelden, zoals van de graanschuren die Jozef aanlegde voor een hongersnood uit, van de weduwe van Sarfat met haar laatste meel en olie, van Noömi en Ruth die naar Bethlehem gingen, wat ‘Huis van Brood’ betekent. In de Bijbelse woorden gaat het niet zomaar om ‘brood op de plank’, de boodschap is dat een mens brood nodig heeft, maar ook niet leven kan van brood alleen.

Levensles

Levenslessen leren dat ‘spullen’ en ‘middelen’ je wellicht plezier en genot , ‘vrienden’,  ‘identiteit’ en ‘status’ opleveren, wellicht ook een dagbesteding, iets om handen, maar kunnen ook zorgen, geldzorgen en verslaving (al maar meer willen) opleveren, tot ‘stressfactoren’ en ‘handenbinders’ aan toe. En als het erop aankomt een leeg bestaan, wanneer je relaties, je naam en positie af zijn gaan hangen van je bezittingen. ‘Als wint, heb je vrienden, rijen dik, echte vrienden. Als je wint, nooit meer eenzaam, zolang je wint’ zongen Herman Brood en Henny Vrienten eens …

Jezus’ inzicht

Bij het voordragen van het Onze Vader leerde Jezus van Nazareth, dat de hemelse Vader weet wat mensen nodig hebben. Maar ook dat mensen, met eenmaal ‘genoeg brood in huis’ gericht kunnen raken op allerlei meerwaarden en overwaarden die hebzucht, egoïsme en jaloezie in de hand kunnen werken.

William Booth (10 April 1829 – 20 August 1912), de stichter van het Leger des Heils zou hebben gezegd:

Mijn vader was een graaier en een hebberd. Hij was in armoede geboren. Hij besloot rijk te worden; en dat deed hij. Hij werd erg rijk, omdat hij zonder God leefde en gewoon voor geld werkte; maar toen hij alles verloor, brak zijn hart en stierf hij in armoede.’

Jezus leerde dat de dag van morgen de eigen zorgen zal maken, genoeg zal hebben aan zichzelf. Jezus doelde daarbij ook over druk maken over eten en drinken en kleding, over aardse schatten, onderhevig aan mot en roest die aanvreet en bederft, en waar inbrekers en dieven het op hebben gemunt. Wereldeconomieën, monopoliën en huishoudens bouwen op hypotheken, verzekeringen, beleggingen, investeringen, beveiligingen, afbakeningen, bewaking en behoud van geld en goed.

Maar de tand des tijds is genadeloos. Evenals natuur- en oorlogsgeweld. Geweldplegers zijn dat ook. In je laatste jas zitten geen zakken. Niets is hier blijvend, alles hoe schoon ook zal eenmaal vergaan. Wat blijft er over als het erop aankomt, als alle aankleding wegvalt, afgenomen wordt, wat blijft er over aan het einde van je latijn, van je bestaan?

Jezus zienswijze: verzamel je schatten in de hemel, daar is geen mot en roest doe en daar wordt niet gestolen en ingebroken. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. (Matteüs 6:19-21) De hemelse Vader weet dat wij ‘brood’ nodig hebben. Maar bidden om dagelijks brood is ook bidden om het inzien en onderscheiden waar het werkelijk op aankomt. Weten dat we kwetsbare afhankelijke mensen zijn. Mensen van de dag. Jezus’ zienswijze: ‘leef bij de dag, met in het vooruitzicht het koninkrijk van de hemel. Laat daar je hart naar uitgaan.’

Bidden om dagelijks brood

Het bidden om dagelijks brood … op het eerste gezicht lijkende op een wensenlijst, een verlanglijst. Maar het bovenstaande zijn aanleidingen om te overdenken: God is de Schepper, Bestuurder en Onderhouder van alle dingen. Hij laat gewassen groeien en de aarde vruchten geven. Geleerden zeggen dat de aarde in staat is genoeg voedsel te leveren voor alle mensen en dieren. Mits er zorgvuldig met de aarde, de natuur, de grond wordt omgegaan. Bidden om dagelijks brood doet een beroep op ons ‘rentmeesterschap’, op een duurzame en rechtvaardige levenswijze en -invulling.

Bidden om dagelijks brood … wat doet er werkelijk toe in het leven, en wat heb je nodig om in welzijn, welstand, welvaart te leven? Is ons levensgeluk afhankelijk van de grootte van ons huis, de snelheid van ons vervoermiddel, de verheid van onze vakantiebestemming, de hoogte van ons saldo, de hoeveelheid aan contacten, de diepte van onze investeringen? Of wordt er juist ‘brood’ gezien in de relatie met God, met mensen, met de schepping, met al wat leeft?

Jezus het Brood voor het eeuwige leven

Jezus zegt in Johannes 6 dat Hij het ‘Levensbrood’ is, het ‘Brood voor het leven’, Brood dat uit de hemel is neergedaald, zoals het manna voor de Israëlieten in de woestijn in de tijd van Mozes, zoals het brood dat Elia door een engel werd aangereikt. In het gebed ‘Onze Vader’ wordt gebeden om ‘dagelijks brood’. Waarin daarmee ten diepste wordt gebeden: Heer, kom ons dagelijks tegemoet in wie U bent. Jezus zegt in Johannes 6 ‘Wie Mij ziet en in Mij gelooft zal eeuwig leven’.

Johannes 6:35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.’

Pesach en Sjavoeot

Over tarweoogst en gersteoogst,
over de graankorrel in de aarde gevallen,
over Pesach en Sjavoeot, Pasen en Pinksteren,
Bijbelse feesten van vrijmakende woorden en rijke gaven.

Deze woorden zijn op zondag 5 juni 2022, eerste Pinksterdag gepubliceerd. Wat toepasselijk is, dat is dat Pinksteren in het Joodse geloof Sjavoeot genoemd wordt, het Wekenfeest. (Leviticus 23:15-21) Dit Joodse en Bijbelse feest met de naam Sjavoeot heeft een dubbel betekenis. Enerzijds het gedenken aan de gave van de Thora, de Wet van God aan Mozes en de Israëlieten. Anderzijds is Sjavoeot een oogstfeest, het feest van de gersteoogst en van de vruchten zoals dadels en olijven. Sjavoeot wordt dus zeven weken ofwel zeven maal zeven dagen na Pesach gevierd. In de Joodse traditie wordt met Pesach de uittocht uit het slavenbestaan herdacht, maar ook gevierd als oogst van de tarweoogst, de eerste oogst. Op beide Bijbelse en Joodse feesten, Pesach en Sjavoeot is er reden om God te danken voor de aarde die vruchten geeft, voor zijn rijke gaven!

Graankorrel

Jezus zei dat wanneer een graankorrel niet in de aarde wordt gezaaid, dat een graankorrel dan geen vrucht kan dragen. Maar dat wanneer een graankorrel in de aarde wordt gelegd, dat de vrucht een veelvoud is. Jezus wees daarop in het licht van zijn eigen leven, lijden en sterven. (Johannes 12:24-26) Christenen vieren met Pasen de betekenis van het eeuwige leven door de Here Jezus. Pasen valt gelijk met het Joodse Pesach.

Pinksteren

Met Pinksteren vieren christenen de uitstorting van Gods Heilige Geest. De Bijbel vertelt dat tijdens het Joodse Wekenfeest ofwel Sjavoeot drieduizend mensen tot geloof in de Here Jezus komen. Samen braken zij het brood en wijden zij zich aan het gebed, trouw aan het onderwijs van Jezus’ leerlingen, staat er daarop in Handelingen 2 vers 42. Sjavoeot, het Wekenfeest, het oogstfeest van de gerst en de vruchten. Naast de gave van Gods Geest en de vruchten daarvan (zie Galaten 5:22) is ook Pinksteren een ’oogstfeest’ te noemen.

Efeziers 3:14-19

Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de Vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge Hij vanuit zijn rijke luister u innerlijke kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u met alle heiligen in staat zijn de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte te begrijpen, ja de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u geheel vervuld zult raken van de volheid van God.

Amen

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren