Openbaring 7 vers 1 – 17 • Zijn van Hem

Openbaring 7:1-17 en Marcus 13:24-29

We schrijven november 2021. Als toegevoegde Corona-maatregel is er het ventileren bijgekomen. Het ventileren van onze woonhuizen.  Door het liefst continu met ramen en roosters op een kier, maar minstens een kwartier per etmaal de ramen en deuren tegenover elkaar open te zetten. Na het slapen, na het douchen, na het koken, na mensen over de vloer. Ventileren, een frisse wind door onze huizen. En dan helpt een zuchtje wind van buiten. Om lekker door te tochten. Frisse lucht, dat is gezond.

Windstilte

Daaraan moest ik denken bij het lezen van Openbaring 7. Waarin een wereldwijde windstilte wordt beschreven. Stel je voor, wereldwijd geen zuchtje wind. Over ventilatie gesproken, de aarde zou niet meer worden geventileerd door de koude winden van de Polen en door de warme winden vanuit de Tropen. Naar Nederlandse begrippen:  in de zomer geen verkoelende wind vanuit zee, in de winter geen koude wind vanuit het binnenland. En nog verder zouden de gevolgen strekken, van zo’n wereldwijde windstilte. In het voorjaar zouden de zaden van bloemen en planten zich nog nauwelijks verspreiden, gewassen slechts plaatselijk ontkiemen. En in het najaar zouden de dorre en dode takken niet meer van de bomen waaien. Het natuurlijke evenwicht zou dramatisch zijn verstoord.

Wereldwijde windstilte

Een wereldwijde windstilte: De luchtmassa’s van de aarde zouden niet meer worden gekoeld, door het koude water van de oceanen en de ijskappen van de Polen. En hoe zou het zijn met de atmosfeer in de grote steden? De lucht zou dag en nacht verstikkend blijven hangen, en niet meer worden verfrist, op steeds meer plekken zouden ongezonde leefomgevingen zouden ontstaan. De mensen zouden vast en zeker nog vaker mondkapjes gaan dragen, door die aanhoudende windstilte. Mensen, dieren en gewassen zouden snakken naar adem en fris water. Dorre akkers, vruchteloze plantages, mislukte oogsten en hongersnoden, mens en dier zouden de adem inhouden, snakken naar een zuchtje wind.

Een halt omwille van Gods volk

En dan staat er in Openbaring 7, dat er vier engelen zijn die de winden uit de windstreken in bedwang houden. ‘De zee zo glad als een spiegel, en geen blad aan de boom zal ritselen’ staat er in Het Boek, een eigentijdse vertaling van de Bijbel. En zojuist probeerden wij ons voor te stellen wat het zou betekenen, een absolute windstilte. Maar het gelezen Bijgedeelte vertelt van een vijfde engel die als het ware de eerste vier engelen een halt toe roept: ‘Wacht met het tot stand brengen van die tot schade leidende windstilte, wacht, laat ons eerst Gods zegel aanbrengen! Laat zee en land en bomen nog even ongemoeid!’ (Openbaring 7:3)

Het is als het ware een ‘adempauze’ die ingelast wordt, voordat de grote benauwdheid komt. De benauwdheid van de ademnood van de wereld, waarin de gehele schepping zal snakken naar adem! En dan kan de vraag klinken: ‘Is dit een toekomstvoorspelling? Een doemscenario dat te wachten staat? Waarvan je zou kunnen denken, dat die toekomst dichterbij is dan je zou wensen?’

Geestesadem

Of hebben wij bij deze beschrijving te denken aan de woorden van Jezus, die zei: ‘Wanneer de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’ (Lucas 18:8) Ja, de evangelist Lucas getuigt meerdere malen over Gods Heilige Geest. Waarin God bezielend aanwezig is, inspirerend werkt, Zijn Woord laat spreken, de Kerk laat leven. Denk bijvoorbeeld aan de boodschap van engel Gabriël (‘Man, Makker, Vriend van God’ betekent zijn naam. ‘Gabber’ komt van het Hebreeuws; ‘chawwer’, ook wel Kameraard en Reisgenoot) die aan Maria laat weten dat ‘de Heilige Geest over haar zal komen. En Lucas zal ook het Bijbelboek Handelingen schrijven, waarin wordt verteld over de uitstorting van de Heilige Geest.

Goed om te weten: in de Griekse taal wordt voor Gods Geest het woord ‘Pneuma’ gebruikt. En ‘Pneuma’ staat voor ‘Adem, Wind en Geest’. Dezelfde betekenis als het Hebreeuwse woord ‘Ruach’ dat gebruikt wordt in de openingszin van de Bijbel, in Genesis 1 waar staat dat ‘Gods Geest over de wateren zweefde, de “geesteadem van God” wervelde over de overvloed.’ staat er in de Naardense Vertaling (Genesis 1:2)

Nogmaals die vraag van Jezus uit het Lucas-evangelie: ‘Wanneer de Mensenzoon komt, zal Hij dan geloof vinden op aarde?’ (Lucas 18:8) Dat is ook het beeld dat geschetst wordt met Openbaring 7, in die oorverdovende windstilte, een wereld waarin de wind, Gods adem, Gods ademwind en geestesadem nauwelijks kan waaien en stil wordt gelegd. Om je adem bij in te houden: een goddeloze wereld waaronder de hele schepping lijdt. Een wereld van God los waaruit het goede wordt verdreven. God teniet gedaan en Gods kinderen in het nauw. Of zou het kunnen zijn, dat God ook Zijn adem inhoudt? Zijn hart vasthoudt? Omdat Hij zo begaan is, met alles dat Hij gemaakt heeft?

Adempauze

Het verhaal van Openbaring 7 vertelt daarmee dus niet alleen van een ‘doemscenario’. Maar ook van ‘Toekomstmuziek’. Waarin de schepping ‘Op Adem’ kan komen, een ‘Adempauze’ waarin de mensen die God dienen, waarin Gods volk en Gods kinderen worden verzegeld met een zegel van God.

Ja, collectebussen worden voorzien van een zegel. Bedoeld om de betrouwbaarheid van de collecte te tonen. Bij supermarkten kun je zegels sparen, bewijsstukken van je inkopen en uitgaven: vol geplakte zegelboekjes staan garant voor een mooi bedrag. En laadruimtes van vrachtwagens en zeecontainers kunnen verzegeld zijn om te voorkomen dat er wordt afgenomen of toegevoegd.

Maar zo vertelt Openbaring 7 dat er mensen verzegeld worden als zijnde dienaren van God. Het staat op hun voorhoofd geschreven. Het is van hun gezicht af te lezen. Mensen die ‘gewaarmerkt’ zijn als behorende bij God, zijnde van God, waardevol voor God. Bij hen wordt ‘voor de windstilte uit’ de verzegeling aangebracht. Als een ‘waarmerk’ en een ‘eigendomsbewijs’.

Zijn van Hem

Nee, er staat niet dat ‘de wereldse windstilte’ aan de dienaren van God voorbij zal gaan, dat zij er niet onder zullen lijden, integendeel. Honger en dorst en het steken van de zon, het zal niet langs hen heengaan, ze zullen er midden in staan. Zoals wanneer je de Here God wil dienen, dan sta je nog altijd midden in het leven. Met beide voeten op de grond, op Jezus als fundament en Hoeksteen en in het slijk van de aarde tegelijk. Maar wel dat ‘in de windstilte’ Gods dienaren gewaarmerkt en gekenmerkt zullen zijn, door alles heen blijvend van God. Dat neemt ‘niets en niemand’ hen niet af. En daar voegt ‘niets of niemand’ aan toe. De mensen die de bezegeling als zijnde dienaren van God dragen, behoren God toe en zijn van niemand anders.

Het volk van God

Om te beginnen de Twaalf stammen van Israël, zoals Openbaring daar een opsomming van maakt, bij name genoemd, de Twaalf familienamen van Jakob uit wie het volk van de Israëlieten is voortgekomen, maar het aantal verzegelde kinderen van God houdt niet op bij een rekensom van twaalf maal twaalf duizend maakt honderdvierenveertigduizend. Want dan zou Gods liefde en genade beperkt zijn tot een getal. Twaalf maal twaalf duizend spreekt van omvang zonder beperking,

Volgelingen van Jezus

En zoals God de hemelse Vader zich de kinderen van de twaalf stammen van Israël verkoos, zo verkoos Jezus, de Zoon van God zich twaalf leerlingen om hen uit te zenden naar de uiteinden van de aarde, naar alle windstreken om alle volken tot Zijn leerlingen en Zijn kinderen te maken. Twaalf maal twaalf, dat is Bijbelse taal! Ja, Gods volk, het volk van Israël is Gods oogappel en Gods lieveling, maar Gods liefde gaat uit naar geheel zijn schepping, zichtbaar in de liefde van Jezus Christus, die vol was van Gods Heilige Geest en die de Heilige Geest beloofde aan ieder die in Hem geloofd!

Stempel van de Heilige Geest

Zoals de apostel Paulus dat ook in beeldspraak weergeeft, zoals in Efeziërs  1 vers 13 (en ook in Efeziërs 4 vers 30) waar Paulus schrijft over het zegel van de Heilige Geest, dat je door geloof een kind van God bent, het stempel van Gods Heilige Geest dragend, het waarmerk van je geloof, van je behoud, het deel hebben aan het eeuwige leven om naar uit te zien. Dwars door alle zware tijden heen! (zie ook 2 Korintiërs 1:22)

Gereinigd en geheiligd

En Openbaring 7 beeld het uit, mensen in witte gewaden, toonbeeld van smetteloosheid, gereinigde mensen door het bloed van de Here Jezus, ja, bij God zijn alle dingen mogelijk, wie geloven dat Jezus Christus de Zoon van God is, die Zijn leven heeft gegeven uit liefde voor jouw, voor u, voor mij, zullen het toonbeeld zijn van smetteloosheid in het wit. En de palmtakken zijn tekenen van overwinning en van lofprijzing en van feestvieren, zoals Jezus van Nazareth werd bejubeld met palmtakken bij zijn aankomst in Jeruzalem, Jezus is de Koning en Jezus is de Heer! Gezegend Hij die komt met de Naam van de Heer!

Om dan te weten, je bent van Hem. Wij zijn van Hem. U bent van Hem, geliefde kinderen van God, in de Naam van Jezus Christus, bezield met de kracht van de Heilige Geest. Bezegeld met het bloed van Jezus, gekleed met de mantel van de reinheid. En eens dan zullen wij met de engelen mee Hem loven. Zo moge vandaag de Levensadem van Gods Geest door onze levens waaien. Al sta je voor hete vuren. In u en jou en mij wil de geest van Jezus waaien. De geest van liefde, goedheid en genade. Het vuur zal je niet verteren. En al sta je in de koude. Door wie in Hem geloven wil het vuur van Gods Geest zich verspreiden. De geest van geloof en trouw, die hartverwarmend werkt.

En al sta je als een eenling in het leven en denk je dat je nergens bij hoort of dat geen mens je hoort, gelovend in Jezus, de Zoon van God hoor je bij Hem en bij al je gelovige medebroers en – zussen. Als een Herder zal Hij al zijn kudde hoeden. Over ventileren gesproken, moge Gods Heilige Geest gaan en blijven waaien, door de wereld, door de kerken, door al wie zich gelovige mensen willen zijn. Gods Geest die door Jezus aan al wie geloven laat weten: jij en ik en u en wij, wij zijn van Hem, voor nu en voor eeuwig en altijd. Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren