Herfst en vrucht dragen

Psalm 1 • Blijvende bladeren

Altijd blad, vrucht op zijn tijd

Het is herfst, en dat is te zien aan de bomen. De bladeren van bomen en struiken kleuren van groen naar rood of bruin waarna de bomen de bladeren laten vallen. Natuurliefhebbers kunnen ervan genieten, noemen de herfst een mooi seizoen, horende bij het ritme van de seizoenen en de kleur van het leven. De herfst nodigt uit tot mooie bos- of heidewandelingen. Anderen hebben juist last van de vallende blaadjes. Niet omdat het tuinpad aangeveegd moet worden of het grasveld aangeharkt, maar omdat zij er sombere gedachten van krijgen, depressies nabij. Met een winter die nog moet komen in het vooruitzicht.

In een tuincentrum zou je daarnaar kunnen vragen: ‘welke boom behoud zomer en winter blad, en waar kan ik deze het beste planten, in de zon of in de schaduw, en wanneer mag ik vrucht verwachten?’ In Psalm 1 klinkt een antwoord: geplant aan het water doet een boom het goed. Maar het gaat hier niet over ‘boom- en plantkunde’. In Psalm 1 wordt een goed mens vergeleken met groenblijvende bomen boom die op het goede moment vrucht dragen. Maar ook over waardeloos kaf.

Psalm 1

Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

Zo niet de wettelozen!
Zij zijn als kaf
dat verwaait in de wind.

Wettelozen houden niet stand waar recht heerst,
zondaars niet in de kring van de rechtvaardigen.
De HEER beschermt de weg van de rechtvaardigen,
de weg van de wettelozen loopt dood.

Boom als voorbeeld

Psalm 1 gaat dus niet over tuinieren. Psalm 1 gebruikt de voorstelling van een boom als beeldspraak, vergelijkingsmateriaal. Psalm 1 leert over vreugde vinden in de leefregels van de HEER. Over het je verdiepen in, en gestalte geven aan de woorden van de HEER. Je kunt het vergelijken met het maken van huiswerk. En dan het geleerde in praktijk brengen. Niet omdat het moet of met tegenzin, maar daar voldoening in vinden, uitdaging in zien, gelukkig van worden! Psalm 1 zet het scherp neer: Terwijl anderen bezig zijn met rottigheid uithalen, verdiep jij je in Gods bedoelingen, wordt jij daar blij, zielsgelukkig van.

Vrucht dragen of kaf zijn

Waarbij de woorden van Psalm 1 behoorlijk zwart-wit overkomen. Het lijkt wel alsof er enerzijds de voorbeeldige gelovigen zijn met een perfecte levenshouding. Mensen die leven naar Bijbelse maatstaven, die alle dingen onderzoeken en het goede behouden, een rotsvast vertrouwen in het Woord van God, hun lamp voor hun voet en licht op hun pad, daarin houvast vindend voor geloof en leven. Bij wie het zaad, het Woord van God in goede aarde is gevallen.

Met daar tegenover de goddelozen, de mensen die zich los hebben gemaakt van God, er zo hun eigen gedachten op na houdend. In Psalm 1 worden zij vergeleken met kaf, de lege schil van zaden zoals van koren. Dat deden de leerlingen van Jezus ook toen ze eens door de korenvelden liepen. Het kaf van het koren scheiden. Ze plukten de aren en wreven de korrels tussen hun handen en aten ervan. (Lukas 6:6-11). Met de kern stilden zij hun honger. De waardeloze schil zullen ze hebben laten vallen op de grond. In Bijbelse taal zal het verwaaien, het komt overal en nergens terecht, er komt niets van terecht, en zeker geen vrucht want kaf is een lege schil. (Psalm 1:4, Psalm 35:5, Jesaja 41:2)

In Psalm 1 lijkt het dus te gaan over oprechte mensen tegenover bedenkelijke lieden. Over vrome gelovigen die vreugde vinden in Gods Woord, tegenover wie leven zonder God en gebod. Een tussenweg lijkt er in Psalm 1 niet te bestaan. Het is wit of zwart, goed of fout, koren of kaf.

Frank Boeijen Groep

‘Denk niet wit, denk niet zwart,
denk niet wit – zwart.
Maar in de kleur van je hart!’

Vrucht en kaf tegelijk

Maar is de werkelijkheid niet veelkleurig? Kleurrijk als de bomen die meekleuren met de seizoenen. Er kunnen perioden zijn in je leven dat je zingt, bidt, Bijbel leest, opgaat in je geloof en in de Heer. Dat kan zijn vanwege de tijd van het jaar, de Lijdenstijd, of tussen Pasen en Pinksteren, of vanwege een uitzonderlijke periode in je leven. Zoals het maken van een pelgrimstocht of deelnemen aan een stilte-weekend in een klooster. Maar er kunnen ook tijden zijn dat je daar niet aan toekomt. Vanwege de eisen die het leven aan je stelt: je gezin, je studie, je familie, je werk. Zelfs kerkenwerk kan je zo opslokken dat je aan bezinning niet meer toekomt. Ben je dan ineens een goddeloze, een zondig mens, verkeerd bezig? Daarin komt Psalm 1 tegemoet: ‘er wordt vrucht gedragen op zijn tijd!’

Vrucht op Zijn tijd

Dus niet altijd, soms zijn de vruchten minder of zelfs afwezig. ‘Alles heeft een tijd’ schrijft Prediker. Misschien zijn er wel vruchten, maar klein of vertraagd of wat zuur of droog. Je hebt ook laatbloeiers. Maar het blijvende blad is een teken van hoop en herstel, zoals bij Noach tijdens de zondvloed een duif aan zag komen vliegen met een olijfblad. Teken van herstel! Genesis 8:11 Geloof maar: er zal vrucht zijn op zijn tijd! Mogelijk zelfs Zijn tijd met een Hoofdletter.

Leven gevende mensen

Wanneer je ervoor open staat en oog voor hebt, dan kun je hele aardige mensen ontmoeten. Goede buren bijvoorbeeld die beter zijn dan een verre vriend. Een collega die zorgdraagt voor een goede sfeer op het werk. Iemand van de vereniging die de kalmte bewaard wanneer het er verhit aan toe gaat. Mensen van wie je weet dat ze zijn geloven op hun eigen manier. Vaak omdat ze teleurstellingen op hebben gelopen. Met de kerk, in hun gelovige opvoeding, met mensen die moesten staan voor geloof, hoop, liefde en trouw. Niet langer kerkelijk, maar ook niet goddeloos. Want hoe je het ook wendt of keert, gelovigen zijn niet volmaakt en ook geen heiligen. Schade en schande. Vergeving is nodig, keer op keer.

Vrucht en kaf in onszelf

En daarmee: hoe zwart-wit Psalm 1 op het eerste gehoor ook overkomt, in wezen kunnen we beiden in ons eigen leven herkennen. Goed en kwaad schuilen onlosmakelijk in ons. Onze woorden kunnen anders zijn dan onze gedachten. Het beeld wat we van onszelf laten zien kan anders zijn dan hoe we ons voelen of zijn. Al nemen we ons van alles voor, op onze emoties hebben we nauwelijks invloed. Om het met Psalm 139 te zeggen, God kent ons beter dan wij onszelf denken te kennen.

Hoe je ook je best doet, van goede wil bent, alles op alles zet: in ons bevindt zich de veelkleurigheid als van de bomen. Kunnen we omslaan als een blad aan de boom. Al leert Psalm 1 met bepaalde dingen niet mee te gaan, ons gevoel en ons verstand kunnen van elkaar wijken. En vroeg of laat, en voor je het weet overkomt het je toch! Zeg je wat je niet wilde, denk je waarvan je blij bent dat niemand het hoort, laat je je wederom verleiden tot waar je vanaf wilde. En prompt kraait er de denkbeeldige haan die ook bij Petrus kraaide!

John Wesley

Zo deed John Wesley, de grondlegger van het Methodisme een mooie uitspraak. John Wesley hield zijn missiewerkers voor dat ze erop uit moesten gaan. Prachtig! Maar hij zag ook dat zijn medewerkers in het werkveld zo hun voorkeuren hadden. Maar ook hun weerzin. Wesley zag dat gelovige, welwillende en vriendelijke mensen volop aandacht kregen. Maar dat er ook mensen waren die vergeten werden. Waarop John Wesley een regel opstelde voor zijn geloofsverkondigers en zijn pastorale werkers: Ga niet alleen naar wie jij wilt gaan, maar ga naar hen die jou het hardst nodig hebben.‘ (zie hier)

Wat goed voelt moet je zeker niet laten. Maar doe ook de ongemakkelijke dingen, hield Wesley zijn medearbeiders voor, zeker als die er wezenlijk toe doen, het verschil maken. Gelovend dat bij God alle dingen mogelijk zijn. (Marcus 9:23) En dat God alle dingen kan gebruiken voor het goede. (Romeinen 8:28) Zelfs het kwade en het kwalijke!

Jezus Messias

Jezus kreeg daar ook mee te maken. De gevestigde orde had een mening over mensen die je uit de weg moest gaan. In Bijbelse taal waren dat de tollenaars, de prostitués, de heulers met de bezetter. Ook Samaritanen kon je maar beter mijden. Met Psalm 1 in de hand konden ze tegen Jezus zeggen dat Hij meeging op de weg van de goddelozen, de zondaars, de spotters. Nee, Jezus ging niet met hen mee, met hun gedrag, hun zienswijze, hun levensinvulling. Maar Jezus zocht hen wel op, ging met hen aan tafel. Om het te hebben over hun leven, hun geloof, over de liefde van God. Jezus ging hen in hemelsnaam tegemoet, om te redden wie verloren dreigde te gaan, wie als kaf werden beschouwd en behandeld.

Verdieping brengt teweeg

En daarin blijkt dat Jezus, het Levende Woord anders beredeneerd dan mensen. Omdat de woorden van Psalm 1 ook zeggen dat je juist in beweging komt door je te verdiepen in Gods woorden. Door tijd voor Hem te nemen en daarvoor te gaan zitten. Stil gaan zitten om vooruit te komen. Inderdaad net als huiswerk, gebogen over de leerstof. In Bijbelse taal heet dat ‘zitten aan de voeten van de Heer’ zoals Maria dat deed in het huis van Marta en Maria. Marta was druk met van alles en nog wat, vol goede moed en bedoelingen. Bleef in haar bedoening en drukmakerij. Maar Maria zat aan de voeten van de Heer. Dat bracht teweeg. Zij kwam toe aan geloven, aan het liefhebben van Jezus. En daarmee de naaste liefhebben als zichzelf.

Als de graankorrel niet valt

Ja, God beredeneerd anders dan mensen. Want wat zei Jezus tot zijn leerlingen, toen de schaduw van het kruis zich over Hem heen ging vallen? Dat wanneer de graankorrel niet in de aarde valt, dat er dan geen vrucht zal zijn! En terwijl Jezus aan het kruis werd geslagen bad Hij: ‘Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat zij doen’. Aansluitend bij Jezus’ woorden: Jezus werd als kaf behandeld, als waardeloos, onwaardig. Zo stonden de mensen tegenover Jezus van Nazareth.

Maar zij wisten inderdaad niet wat zij deden. Want God gebruikt alle dingen voor het goede. Zij die Jezus kruisigden plantten in alle onwetendheid een graankorrel in de aarde. Gods dwaasheid is wijzer dan de wijsheid van mensen, zal Paulus daarover schrijven. Voor het kaf van de wereld had God Zijn Zoon over. Opdat het kaf van de wereld gered zal worden. Opdat het kaf van de wereld vrucht zal dragen. Ook het kaf in mijn, in ons leven.

Jezus’ kruisdood, bespot als kaf

En dan Psalm 1 in het licht van Goede Vrijdag! De meest invloedrijke persoonlijkheden van Jeruzalem, juist zij die de mensen de wetten en wegen van God dienden te leren hitsten de massa ‘goddeloos’ op tot het scanderen van ‘kruisig Hem’. Aan de voet van het kruis klinkt bespotting, terwijl het volk stond toe te kijken. De leiders hoonden Hem en zeiden: ‘Anderen heeft Hij gered; laat Hij nu zichzelf redden als Hij de messias van God is, de uitverkorene!’ Ook de soldaten dreven de spot met Hem, ze gingen voor Hem staan en boden Hem water met azijn aan, terwijl ze zeiden: ‘Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan!’ (Lucas 23:350-37) Voor hen was Jezus van Nazareth kaf dat vergaan moest, verwaaien moest als waardeloos kaf in de wind.

Ruach, Adem, Geest

Maar het uitblazen van de laatste adem van Jezus Christus is ook een nieuw begin geworden. Zijn adem, Zijn Ruach (Hebreeuws voor adem, geest en inspiratie) Zijn Geest is gaan waaien, om te beginnen door eerste leerlingen van Jezus, vervolgens door Jeruzalem, en nog altijd door de levens van ieder die geloofd!

Jezus die zei ‘Ik ben de ware wijnstok en Mijn Vader is de Landman en jullie de ranken. Blijf verbonden aan Mij en vrucht zul je dragen. Want om te redden wie in Mij geloofd heeft God Zijn Zoon gegeven. Hij is het levende water en de ware wijnstok, graankorrel en het brood dat leven geeft.

Het eeuwige leven

Wat een zekerheid! Of de wereld, de kerk of je leven nu in de lente, de zomer, de winter of de herfst bevindt: Wie in Hem geloven en naar Zijn woorden leven zullen zijn als een boom, als bomen aan het water. Zullen vrucht dragen. Op Zijn tijd! Ontvangen in Jezus’ naam het eeuwige leven. Amen

Evangelische liedbundel 331
Taizé liederen

Prijs de Heer, mijn ziel,
en prijs zijn heil’ge Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel;
die mij het leven geeft.

Tekst en melodie: J. Berthier
© Ateliers et presses de Taizé

Vrucht dragen

Naar Jezus’ woorden: ‘blijf in Mij als een geënte rank, dan stroom Ik door jou, Mijn liefde zal in jullie zijn’. Naar Paulus’ woorden: ‘de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.’ (Galaten 5:22-23)

Over water en bladeren

In Genesis 8:11 draagt een duif een olijfblad aan, teken voor Noach van herstel na de zondvloed. In Openbaring 22:2 wordt geschreven over levensbomen. Zie het getal twaalf: twaalf stammen van Israël, twaalf discipelen van Jezus. De bladeren geven genezing aan de volken.

Openbaring 22:1-2

Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam en stroomde dwars door de stad. Aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing.

Over Zuiver op weg zijn

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren