Psalm 101 vers 1 – 6 • Zuiver op weg

Mattheüs 5:1-13 en Psalm 101

De Tweede Kamer verkiezingen van maart 2021 liggen alweer een paar maanden achter ons. Verkiezingen die ertoe moeten leiden dat ons land straks geregeerd gaat worden door ministers en staatssecretarissen naar de kleur en de inhoud zoals de Nederlanders hebben gekozen. En dat er een volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer zal zijn die daarop aanvult en op toeziet. En dan weten we ook van alle verkiezingsbeloften die de partijleiders hebben gedaan, beloften van welvaart en gezondheid en onderwijs en veiligheid en het klimaat en noem het allemaal maar op.

En dat maakt dat het vormen van het nieuwe kabinet zo lang op zich laat wachten. Want de verschillende partijen hebben allerlei beloften gedaan, verkiezingsbeloften aan de kiezers, en beloften aan de eigen achterban. Maar ook is er uitgesproken met wie zij wel en met wie zij niet willen regeren. En zo ja onder welke voorwaarden. En dat maakt het zo’n langdradige kwestie. Want niemand wil verweten worden dat hij of zij beloften heeft verbroken.

Troonrede

Psalm 101 lezende, dat zou een prachtige ‘troonrede’ en een toonzettend ‘regeerakkoord’ kunnen zijn van een nieuw aangetreden koning. Een land met zo’n koning en met zulke intenties mag zich gelukkig prijzen. Een koning die wil zingen over trouw en recht en wil nadenken over de volmaakte weg. Een betere koning kan een land zich toch niet wensen!

En dan zou je denken dat deze koning zich in de eerste plaats gaat richten op stad en land en daar zijn bewondering en waardering gaat uitspreken voor wie goed bezig zijn, en dat deze koning, mochten die er zijn, de wantoestanden in stad en land aan de orde gaat stellen. Maar koning David begaat een andere weg. Koning David begint in eigen huis, in zijn eigen paleis. ‘In mijn paleis is geen plaats voor wie liegt en bedriegt’ zegt David in vers zeven van deze Psalm.

In eigen huis en hart

Maar zelfs dat is hem niet genoeg. Zijn woorden zijn: ‘Ik handel met een zuiver hart, ook in mijn paleis in de wandelgangen en achter de gesloten deuren’. Zo dicht bij huis legt koning David zijn intenties op tafel: ‘Ik wil zingen en nadenken over trouw en recht en ik wil handelen vanuit een zuiver hart.’ (Psalm 101:1) Dicht bij huis en in eigen leven, daar legt koning David zijn intenties neer. En hij deelt het met wie het maar horen willen: ‘Mijn oog zoekt de getrouwen in het land, met hen wil ik mijn woning delen, wie de volmaakte weg bewandelt mag mij dienen. (Psalm 101:6)

Corruptie en schandalen …

Maar daarmee wordt het spannend, voor de belanghebbenden en de onderdanen van koning David, die zoekt naar mensen die volmaakte wegen bewandelen. Een koning die om te beginnen niets met corruptie en schandalen te maken wil hebben, daar korte metten mee wil maken. Je zou misschien wel kunnen denken ‘goed dat er paal en perk wordt gesteld’ aan machtsmisbruik en omkoperij en goedpraterij en het ene schandaal na het andere. Herkenbaar toch? De roddelbladen en de journalistiek staan er vol en bol van, velen smullen ervan! Ja, deze koning wil niets hebben van roddel en achterklep, gedraai en gekonkel. Deze koning wil het hebben van mensen ‘recht door zee’, eerlijk en oprecht.

Je goede naam

Maar tegelijk, je zou er als burger en inwoner van dat land van koning David ook onzeker van kunnen worden. Want stel je voor dat je naam ten nadele rond gaat zingen. Dat je goede naam bezoedeld raakt. Stel je voor dat de koning er lucht van krijgt, dat er weleens iets gezegd is wat niet zo netjes was. Of dat er weleens omheen is gedraaid, verzwegen is omwille van de lieve vrede, het leugentje om bestwil, dat er weleens minder is gegeven dan wat er beloofd is. Dat er weleens genomen is van waar geen recht op was, dat er weleens met gedachten is gespeeld van als we nu eens dit of dat, wat niet weet wat niet deert. Stel je voor dat je in ongenade valt bij deze koning bij wie alleen perfecte mensen deugen, dan heb je geen leven, dan ben je je leven niet zeker!

Perfecte koning?

Maar laten we niet vergeten, ook koning David was niet zo perfect! Ook koning David had zo zijn zwakheden. David had ook wel eens aan machtsmisbruik gedaan. Koning David had ook weleens gedacht dat hij alles kon maken omdat hij toch immers koning was. Aan de handen van David kleefde bloed en ook koning David leefde met een beladen geweten. Ook koning David was weleens op zijn vingers getikt en de les geleerd. Zijn onderdanen konden het hem gemakkelijk aanrekenen: ‘U kunt van ons perfectie verwachten, maar kijkt u eerst eens naar uzelf’. Koning David, een man naar Gods hart wordt hij genoemd. (Handelingen 13:22) Want God ziet het hart aan (1 Samuël 16:7) Maar wie daar niet aan wil zou dat zomaar weg kunnen lachen. Nee, David was niet perfect. Verre van dat! Maar hij is wel zoekende naar de ‘volmaakte weg’, hij wil nadenken over de ‘volmaakte weg’ en hij wil zoeken naar mensen die ook ‘die volmaakte weg’ bewandelen.

De volmaakte weg

De ‘volmaakte weg’ waar het besef leeft dat je hart geneigd kan zijn om een kuil te graven voor de ander. Maar zover wil je het niet laten komen. Want op de ‘volmaakte weg’ daar bouw je de ander op, haal je niemand onderuit. Op de volmaakte weg leer je jezelf en de ander kennen, dat het soms goed is om vooruit te lopen, een extra mijl te gaan, en soms een stapje terug te doen, om de ander nabij te blijven.

De ‘volmaakte weg’ kan zijn de weg waar je anderen de weg wijst, maar ook dat je soms op je schreden terug moet keren, lerende van het moment dat het de verkeerde kant op was gegaan, dat je beland was op een heilloze weg. De ‘volmaakte weg’ waar niet alles perfect is maar waar het verlangen leeft om de goede kant op te gaan. Waar het gaat zoals koning David in zijn Psalm de vraag stelt: ‘Wanneer zult U bij mij komen?’ (Psalm 101:2)

Een zuiver hart

Voor Psalmschrijver David is dat ‘de weg’, de levensweg waar de Here God meegaat, gaandeweg aansluit zoals Henoch die wandelde met God. En waar zoals de Emmaüsgangers de Heer aan hun zijde wisten, ontmoetingen van hart tot hart. ‘Brandde ons hart niet toen Hij met ons sprak’ zeiden zij! De ‘volmaakte weg’ waar mensen warm lopen voor God en voor elkaar. (Lucas 24:32)

En voor David is het ‘de weg’ dat hij in de naam van de Heer anderen tegemoet kan gaan, met zijn woorden en zijn doen en laten, zoals in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan, kijk niet weg maar zie om naar de mensen, heb het goede voor met ieder mens, ook al krijg je vieze handen, ook al kost het je moeite. Wat je voor een minder bedeelde of een benadeelde broeder of zuster hebt gedaan, zei Jezus, dat heb je voor Mij gedaan. De leerweg van Jezus.

‘De weg’ van leven en handelen vanuit een zuiver hart. Dat zong David uit, een zuiver hart, dat leerde Jezus in de Bergrede: ‘Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien’. (Matteüs 5:8) De ‘volmaakte weg’ zouden we ook kunnen verstaan uit de Bijbelse brieven: omringt door geloofsgetuigen de lasten van de zonden afwerpen, als een hardloper de wedstrijd lopen met de blik gericht op Jezus, de grondlegger en voltooider van ons geloof (Hebreeën 12:1&2, 1 Korintiërs 9:24-27)

En wij?

Ja, wij kunnen geneigd zijn om bij alles te kijken naar ‘hogerop’ en de mensen gezeteld en gesetteld ‘in het pluche’. De mensen met de grote beloften, de machtige idealen, velen met grote kapitalen. De mensen met macht en gezag, met aanzien en aanhangers en met beschermelingen om hen heen.

Maar Jezus heeft ook een woord. Een woord dat klinkt in de Bergrede, als het ware de ‘Troonrede’ van het koninkrijk van de hemel en het ‘Regeerakkoord’ van Jezus van Nazareth. Het woord dat luidt van Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. En gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Gelukkig mag jij je prijzen als je bescheiden en eenvoudig van hart bent want voor jou is het koninkrijk van de hemel.

Dat is het woord van Jezus die zegt: hou je verlangen naar rechtvaardig leven vast. Hou jij het uit waar troost nodig is, hou vol, je zachtmoedige levensstijl. Want jij, je bent het zout van de aarde. Je brengt smaak aan smakeloos leven, waar bederf is doe jij behoudend werk, waar vunzigheid is ga jij voor het zuivere.

Ja, in Jezus is de Here God ons tegemoet gekomen met zijn Woorden en met Zijn leven. Deze belofte uit Gods ‘Regeerakkoord’ waarmakend: ‘Zie, Ik schep een nieuw hart in jouw, en Ik leg een nieuwe Geest in jouw. Jij mag opgelucht adem halen, je versteende hart is teniet gedaan, omdat jij in Mij geloofd en Ik in jou. (naar Ezechiël 36:26&27) Met die beloften van Hem uit gaan wij het leven tegemoet. In Jezus Naam, die ieder hart veranderen kan.
Amen

Dit bericht heeft één reactie

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren