Pelgrimsweg Pelgrimsreis Bedevaart Psalm 121

Psalm 121 • Boven op de berg

Als een berg tegenop zien

Er wordt wel gezegd dat ergens als een berg tegenop wordt zien. Waar wel een voorstelling van is te maken. Bijvoorbeeld wanneer  er een ‘berg’ huis- of thuis staat te doen, een stapel boeken met de nodige hoofdstukken, de nodige mails die gelezen en beantwoord moeten worden. Wanneer er een berg zand of bladeren voor de deur die geschept en wegveegde moet worden. Of een stapel rekeningen en betalingen op tafel die ergens van betaald moeten worden. Of meer spreekwoordelijk, wanneer je opziet tegen een bezoek, een behandeling, een confrontatie.

Psalm 121

Een pelgrimslied

Ik sla mijn ogen op naar de bergen.
Van waar komt mijn hulp?
Mijn hulp komt van de HEER,
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Hij zal je voet niet laten wankelen,
Hij zal niet sluimeren, je wachter.
Nee, Hij sluimert niet,
Hij slaapt niet,
de wachter van Israël.

De HEER is je wachter,
de HEER is de schaduw
aan je rechterhand:
overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.

De HEER behoedt je voor alle kwaad,
Hij waakt over je leven,
de HEER houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.

Vraagteken?

Ergens als een berg tegenop zien. Zo wordt de openingszin van Psalm 121 vaak uitgelegd. Ook ik heb dat meer dan eens eens gedaan. Dat de bergen het toonbeeld zijn van tegenop zien en van niet te overzien, van onverzettelijkheid. Waarvan Jezus dan zegt dat je met geloof zelfs bergen kunt verzetten.

En meerden eens heb ik verkondigd dat bergen synoniem zijn voor onherbergzaamheid, daar zijn geen plaatsen om te schuilen, daar zijn geen onderkomens en herbergen. Ongastvrij en onherbergzaam! Tenzij er herbergen zijn gebouwd zoals de hospitals in de Zwitserse Alpen, rustplaatsen voor onderweg. Daar  loeren in de afdaling van de berg de rovers, zoals in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. ‘Een zeker man daalde af van Jeruzalem naar Jericho …’  Alle reden om Psalm 121 onderweg voor ogen te houden: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen, waar komt mijn hulp vandaan?’ Hoe eroverheen, hoe erdoorheen te komen?

Psalm 121:1

Ik sla mijn ogen op naar de bergen,
vanwaar mijn hulp komen zal.

De bergen ‘place to be’

Maar dan ineens gaat er een lichtje branden, valt er een muntje! Want lezend vanuit de Statenvertaling en ook vanuit de Herziene Statenvertaling van Psalm 121 valt ineens op dat het vraagteken is weggelaten. Anders dan bijvoorbeeld in de Nieuwe Bijbel Vertaling van 2021. Sterker nog, de bergen zijn in de SV en de HSV geen plaatsen van onheil, geen angstaanjagende plekken waar je op je hoede moet zijn, waar je spreekwoordelijk tegenop ziet, integendeel zelfs! Daar zijn de bergen de plaatsen waar de hulp vandaan komt, waar je bijstand gaat ontvangen, waar je overeind wordt gehouden.

Anders gezegd: in de bergen, daar moet je zijn. Dat is de ‘place tot be’. Klim op vanuit de dalen, laat de vlakte achter je, begeef je naar de bergen! Om daar zingend en vol goede moed naar toe te gaan. Want daar komt je hulp vandaan!

Bovenop de berg denkt niemand meer ‘misschien’
Bovenop de berg kun je alles overzien

Retorische vraag

Zou de de NBV vertaling het dan mis hebben? Wie ben ik om dat te stellen? Bijbelvertalers hebben daar al hun theologische inzichten en taalkundige kennis samengebracht om te komen tot een verantwoorde Bijbel in hedendaags Nederlands, vanuit de grondtekst in het Hebreeuws en het Aramees. En daarom kunnen we het in de Nieuwe Bijbel Vertaling met nadruk lezen als een retorische vraag, een prangende vraag om de aandacht te wekken en te richten: waar komt mijn, waar komt jouw, waar komt onze hulp vandaan?

Mijn hulp is van de HEER

Om dan eensluidend met Psalm 121 het antwoord te geven: ‘Onze hulp is van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft’. Met andere woorden, onze hulp is niet van de berg op zich, maar onze hulp is van de HEER die daar te vinden is. Onze kracht halen we ook niet uit de bergen die wij wellicht met vereende krachten hebben weten te bedwingen of verzetten. Maar onze hulp is van de HEER die ons overeind en op de been houdt, door wie wij geroepen worden om met Hem op goede voet te staan. Onze hulp is van de HEER die over ons waakt wanneer wij moe zijn, wat aansukkelen sukkel of in slaap zijn gevallen. Zoals Jezus’ leerlingen op de Olijfberg. Dan roept Hij tot de orde; ‘Wakker blijven, blijven waken en bidden!’. Daar houdt Hij over ons de wacht. ‘Getrouw de wacht’ leert een kindergebed.

Gelovigen op de berg

Waarmee de Bijbelvertalers van de HSV waardevolle woorden aanreiken. Want het was Abraham op de berg Moria wiens geloof werd bevestigd, dat de HEER zal gaan voorzien. Abraham moest een offer brengen, een onmenselijk offer. Hoe zal Abraham tegen de berg hebben opgezien. Maar toen het erop aankwam kwam de Here God Abram tegemoet, de HEER bood Abraham een offer aan.

En wat te denken van Mozes. Meerdere keren heeft Mozes de berg Sinaï ofwel Horeb beklommen en is hij de berg ook weer afgedaald. Op de berg ontving Mozes de Woorden van God, maar aan de voet van de berg, in de laagte smeet Mozes die woorden stuk op de grond, geconfronteerd met afgoderij en goudsmederij. Maar weer terug op de berg ontving Mozes nogmaals de Verbondstekst. Want God laat niet los, het werk van Zijn handen. Op de berg kwam de Here God Mozes tegemoet.

Ook Jezus ging meer dan eens de berg op. Jezus ging de berg op om de stilte te zoeken, het afstand nemen van het dagelijks leven met alles wat daarin is om te bidden tot God, Zijn hemelse Vader. En om zich voor te bereiden op de taak die Hem wachtte. Het koninkrijk van God brengen onder de mensen. Waarna de bergrede gaat klinken: ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.’ (Matteüs 5:1-12) Jezus wist meer dan wie dan ook: Mijn hulp is bij God vandaan. Zoals Jezus ook bad op de Olijfberg, een gebed in doodsangst, ‘Vader, als het mogelijk is …’

Lucas 6:12-17

Op een van die dagen trok Jezus zich terug op de berg om tot God te bidden, en Hij bracht de hele nacht door in gebed. Toen de dag aanbrak, riep Hij zijn leerlingen bij zich en koos twaalf van hen uit, die Hij apostelen noemde …

Toen Hij met hen de berg was afgedaald, bleef Hij staan op een plaats waar het vlak was. Daar had een groot aantal van zijn leerlingen zich verzameld, evenals een menigte mensen uit heel Judea en Jeruzalem en uit de kuststreek van Tyrus en Sidon

Pelgrimslied

Psalm 121 is een Pelgrimslied. Een lied voor onderweg. Dat staat er klip en klaar boven. Een lied van mensen op weg omwille van een hogere en diepere bedoeling. De berg is in Psalm 121 niet het onherbergzame obstakel, de te nemen hindernis met valkuilen en stenen des aanstoots. Maar de berg in Psalm 121 staat voor de aanwezigheid en hulpvaardigheid, de waakzaamheid van God. Niet van de berg, maar van de Here God te verwachten. Wat de Psalmschrijver inkreeg toen hij dit lied schreef?

Sion, Moria, Jeruzalem

Ga er maar van uit dat de schrijver van Psalm 121 Jeruzalem voor zich zag. Het Jeruzalem op bergen gebouwd, met in het hart het huis van de HEER, de tempel op de berg Moria. Waar de Verbondstekst, de Woorden van God aan Mozes toevertrouwd werden bewaard, gekoesterd en geleerd. Waar het geloof van Abraham, Isaak en Jakob, het geloof van Israël werd bevestigd en gevierd: de HEER zal voorzien. En onze hulp is van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft. Hoor je ze zingen, de pelgrims? Wij zijn op reis naar Jeruzalem, Jeruzalem daarboven!

Het nieuwe Jeruzalem

En wat Jeruzalem betreft, je kunt daadwerkelijk op weg zijn naar Jeruzalem, of naar een andere heilige gewijde plaats, zoals de bedevaartgangers van Psalm 121. Maar er is ook een geestelijk op weg zijn. De reis van het hart, de bedevaart van je leven, de weg van je ziel en zaligheid. Een leerweg waar we ons leven lang over hebben te doen. Ook levenslang kan duren. Het leren vertrouwen op de HEER, het geloven door het lijden en sterven van Jezus verloste mensen te zijn. Er zijn mensen die bij hun bekering daar op slag in alle vezels van hun bestaan van doordrongen zijn. Anderen hebben daar een mensenleven voor nodig. Zoals ook dat Jezus ons leren wil om in gevende en vergevende liefde met elkaar om te gaan.

Hij behoed ons voor alle kwaad

Al kunnen wij soms denken dat het hemelse Jeruzalem nog heel ver weg is, en veel te hoog gegrepen is, niet te geloven is. Al denk je dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde niet voor jou is weggelegd, of een illusie of niet aan jou besteed: wees ervan verzekerd: Jezus heeft plaats bereid, is de weg gegaan van de stal naar het kruis, uit het graf weer opgestaan, Jezus heeft de weg gebaand, het eeuwige leven, plaats bereid! Hij behoed ons voor het kwaad!

Psalm 125 Een pelgrimslied

Wie op de HEER vertrouwt is als de Sionsberg,
die onwankelbaar vast staat voor eeuwig.
Zoals de bergen Jeruzalem omringen,
zo omringt de HEER zijn volk
van nu tot in eeuwigheid.

Stempel van de Heilige Geest

Ik weet niet of er scholen zijn waar dat nog gedaan wordt, maar in mijn lagere schooltijd kreeg je een plaatje of een stempel in je schrift, wanneer je je best had gedaan. Er zijn ook wandeltochten en pelgrimspaden waarbij je onderweg stempels haalt. Lees dan wat Paulus schrijft: God heeft een plan, een bedoeling met het leven. En Paulus is ervan doordrongen dat Gods Geest ons leidt, gewaarmerkt heeft, dragende het stempel van de Heilige Geest (Efeziërs 1:13), die zijn kinderen zegent met gaven en talenten zoals Hij het wil, wanneer wij het niet meer weten de woorden gevend die wij hebben te spreken. Iedere dag op weg met de HEER. Hij over ons leven!

De Heilige Geest als een voorschot op wat komen gaat! Met een geweldig vooruitzicht! Het hemelse, heilige Jeruzalem, bij God vandaan. Het nieuwe Jeruzalem als een wachtende bruid, mooi gemaakt voor haar man. De lichtstad met paarlen poorten, een heilig oord vol licht en glorie met stromen van levend water. Waar geen tempel is want God woont daar onder de mensen. (naar Openbaring 21:2 & 3)

Hij houdt de wacht

Want God heeft Zijn volk Israël lief. Hoopt het Pelgrimslied te horen zingen. God heeft de kinderen van Abraham, Isaak en Jakob lief. Verlangt te zien dat al Zijn kinderen de weg van geloof, hoop en liefde bewandelen. ‘Het is Gods bedoeling om bijeen te brengen onder één hoofd, onder Christus’ schrijft Paulus. (Efeziërs 1:10) God heeft lief wie geloven in en hopen op zijn Zoon. Zij zijn voor God als een lieflijke reuk. Dat zij zullen blijven op de weg die Jezus is gegaan. Met de blik gericht op Jezus en het Jeruzalem daarboven. Zo houdt Hij de wacht over ons gaan en ons komen. Wanneer wij bij Hem geweest zijn, dan blijft Hij uitzien tot wij er weer zullen zijn! Van nu tot in eeuwigheid.

Ons gaan en ons komen

Zeggende om niet alleen de reis door het leven en naar de eeuwigheid, maar ook de reis naar binnen te maken. De pelgrimsreis naar de binnenkamer, het eigen hart en leven. Zoekende naar heilige momenten met de Allerhoogste. Want naar geest, ziel en lichaam; je bent een kind van God en van de eeuwigheid. Je bent een tempel van de Heilige Geest. (1 Korintiërs 6:19). Zo dichtbij is het koninkrijk van God!

Amen

Zie de Pelgrimsweg St. Olavspad

Over bergervaring Jouw berg, mijn berg

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren