Drie Eenheid Vader Zoon Heilige Geest

Schepping en geloven (18)

Gods schepping

De wereld in zeven dagen geschapen … of beter gezegd, in zes dagen want de zevende dag wordt beschouwd als de rustdag. Blijven over zes scheppingsdagen. Vaak aangedragen om ‘het geloof’ en ‘de Bijbel’ ter discussie te stellen. Of het bestaan van God. Waarop de argumenten komen van ‘de oerknal’ en de vondsten van skeletten van prehistorische beesten. Met verwijzingen naar de bevindingen van Charles Darwin, de evolutietheorie van aanpassen en overleven. Daarbij ook de vraag van als Adam en Eva de eerste mensen waren, waar kwamen dan de vrouwen vandaan waarmee hun kinderen Kaïn en Set samen gingen? Van Abel wordt niet vermeld dat hij vrouw en kinderen had. Maar de geboorten van Adam en Eva’s kinderen buiten beschouwing gelaten, dat allemaal in zes dagen! Geloof jij dat? Geloof jij dat echt?

Schepping of evolutie?

Wanneer de discussie (*) milder verloopt wordt de wetenschappelijk evolutieleer ook wel naast het Bijbelse scheppingsverhaal gelegd, en dan kan er worden gesteld dat de volgorde wel klopt, eerst het licht en de dampkring en de gewassen, dan de wezens in het water en in de lucht, zonder licht en lucht en water geen leven, daarop de landdieren en tenslotte de mens, volgens Psalm 8 ‘bijna goddelijk’. Waarop ook weer discussie kan ontstaan, ‘wie denkt de mens wel dat deze is’?

(*) Discussiëren over ‘geloof’ is zelden een zinvolle manier, ‘discussie’ zet standpunten en stellingen tegenover elkaar, drijft mensen uit elkaar,  een ‘gedachtenwisseling’ leert mensen elkaar begrijpen en verstaan, brengt mensen dichter bij elkaar.

De schepping volgens Genesis 1

Wat kan het Bijbelse scheppingsverhaal, het eerste hoofdstuk van de Bijbel ons zeggen en leren? De Bijbel begint met de schepping van de wereld. Hoe God verdeeld over zeven dagen het leven ordende. De zevende dag, de rustdag inclusief. De dag en de nacht, de zee en de lucht, de aarde en de wateren, de vogels en de vissen, de dieren en de mens, het scheppingsverhaal vertelt niet alleen van ‘doen ontstaan’ maar ook van ‘maken van onderscheid’.

Vogels, vissen, kuddedieren, wilde dieren

Onderscheid maken, dat kun je wel zeggen. Het ene dier is het andere dier niet. Zoals bijvoorbeeld in de dierenwereld, Genesis 1 vertelt van wilde dieren, kruipende dieren en het vee. En over de wateren dat deze moeten wemelen van leven, variërend van zeemonsters tot alle wemelende wezens. En de vogels. Het ene dier is het andere dier niet, maar alle levende wezens zijn wel aanvullend op elkaar, dat zijn de wonderen van de natuur.

Aanvullend op elkaar

Hoe verhouden verschillende dieren zich tot elkaar? Daar zijn voorbeelden van te benoemen. De bijen doen zich tegoed aan de nectar die bloemen en planten te bieden hebben, en verspreiden tegelijk het stuifmeel van de gewassen. Het schoolvoorbeeld van de ‘bloemetjes en de bijtjes’.

Koekoeken leggen hun eieren in de nesten van andere vogels, laten andere vogels de eieren uitbroeden. Een koekoek kan zomaar twaalf eieren liggen, zoveel kuikens kan een koekoekspaar alleen niet voeren en grootbrengen, het zou ze uitputten. In de ‘vrijgekomen tijd’ doet de koekoek zich tegoed aan rupsen en sprinkhanen, en voorkomt daarmee mislukte oogsten en insektenplagen.

Zo is er het (naar het schijnt waargebeurde) verhaal van iemand die een kudde elanden cadeau had gekregen. Kerngezonde dieren in hun natuurlijke omgeving. Waarop de elanden naar een reservaat werden gebracht waar de elanden naar hartelust konden grazen. Maar na een tijdje werden de elanden lusteloos en verloren zij hun eetlust. Van voortplanting kwam het niet, waarop er een eland-deskundige werd geraadpleegd. Die zei: ‘de elanden missen de wolven …’

Hoe rijk gerangschikt en geschakeerd is de schepping, de natuur! En hoe staat de mens ‘Bijbels gezien’ in dit verhaal? Maakt de mens ook deel uit van het systeem ‘eten of gegeten worden?’ Naamloos door het leven gaande? Genesis 1 vertelt dat aan de dieren naar hun soort aanvankelijk geen namen worden gegeven. Dat laat de Here God over aan de mens, staat er in het volgende hoofdstuk. In Genesis 2:19 staat dat Here God benieuwd is hoe de mens de dieren gaat noemen. Dat vertrouwd de Here God toe aan de mens.

Creatieve mensen

Laten we het eens zo benaderen: er zijn mensen die bijzonder creatief zijn. Schilders, musici, artiesten. Stel nu eens dat Rembrandt zijn ‘Nachtwacht’ klaar heeft. Zou Rembrandt van Rijn aan de eerste de beste voorbijganger vragen: ‘Hoe zullen we dit hier eens noemen?’ En Leonardo da Vinci met zijn ‘Mona Lisa?’ En stel dat Wolfgang Amadeus Mozart net klaar was met zijn ‘Zauberflöte’. Zou hij dan aan de eerste de beste luisteraar vragen ‘geef dit deuntje eens een naam?’

Genesis 2:19

Maar dan Genesis 2:19. Nee, de mens hoeft zich niets te verbeelden.  Maar de Here God noemt de mens ‘mens’ (Genesis 5:1&2) en de Here God betrekt de mens bij zijn scheppingswerk. God is creatief en heeft ‘vindingrijkheid’ in de mens gelegd. Gods werk is geen mensenwerk. Maar de mens mag ‘woorden’ geven aan wat de mens waarneemt, ziet, voelt, ruikt, ervaart in de dierenwereld. ‘Toen vormde Hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en Hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven. Zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.’ Wat een medezeggenschap, wat een samenwerking van God met de mens. En daarbij: God is benieuwd naar de mens, de ‘Alwetende Schepper van hemel en aarde’ laat zich verrassen door de mens!

SCHEPPING VOLGENS GENESIS 1

Eerste dag

Schepping van het licht, scheiding tussen licht en duisternis. God zei: ‘Er moet licht komen’. En er was licht. (Genesis 1:3)

Tweede dag

Schepping van het hemelgewelf, scheiding tussen de wateren en de ‘dampkring’ (vrij vertaald). God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen, dat de watermassa’s van elkaar scheidt’. (Genesis 1:9)

Derde dag

Schepping van het droge, scheiding tussen aarde en de zeeën. En de schepping van het groen en de zaaddragende en vruchtdragende gewassen. God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats samenstromen, zodat er droog land verschijnt’. God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen’. (Genesis 1:11)

Vierde dag

Schepping van de ‘twee grote hemellichten’ en de sterren die seizoenen, de tijden, dagen en de jaren aanduiden. God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht’. (Genesis 1:14)

Vijfde dag

Schepping van het leven in de zeeën (de vissen, de zeedieren) en het gevogelte. God zei: ‘Het water moet wemelen van de levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf moeten vogels vliegen’. (Genesis 1:20)

Zesde dag

Schepping van de dieren, zowel het wild als het vee en de kruipende dieren van alle soorten. En de schepping van de mens, naar het ‘evenbeeld’ van God. God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen’. (Genesis 1:24)

Zevende dag

Gezegende dag, geheiligde dag, rustdag, sabbat. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid. Op die dag rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had. (Genesis 2:2)

Spreuken 8, Gods schepping en Gods wijsheid

Spreuken 8:22-31

De HEER heeft mij vóór al het andere geschapen,
toen Hij zijn scheppingswerk begon, was ik zijn eersteling.
Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was,
nog voor de aarde vorm kreeg.
Toen er nog geen oceanen waren, werd ik voortgebracht,
nog voor de bronnen met hun waterstromen.
Voordat de bergen verankerd waren,
werd ik voortgebracht,
nog voor er heuvels waren.
De aarde en de velden had de HEER nog niet geschapen,
geen korrel zand was nog gemaakt.
Ik was erbij toen Hij de hemel zijn plaats gaf
en een cirkel om het water trok,
de wolken aan de hemelkoepel plaatste,
de oceanen bruisend op liet wellen,
toen Hij aan de zeeën grenzen stelde,
het water met zijn woord zijn plaats gaf,
de fundamenten van de aarde legde.
Ik was zijn lieveling,
een bron van vreugde, elke dag opnieuw.
Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid,
vond vreugde in zijn hele aarde
en verheugde mij in de mensheid.

RENTMEESTERSCHAP, SCHEPPING IN BRUIKLEEN

Geloofsopvatting
Het Leger des Heils gelooft dat mensen geschapen zijn naar het beeld van God. Hij heeft ons toevertrouwd om zijn persoonlijkheid te weerspiegelen door zorg te dragen voor de aarde en alles wat daarin is.

Rentmeesterschap

De mensheid heeft naar Bijbelse maatstaven zorg te dragen voor de schepping. In alle bescheidenheid, wel te verstaan. De mensheid is geen eigenaar, maar heeft al wat er is in bruikleen. Zelfs het menselijk lichaam, de menselijke geest, de menselijke mogelijkheden, de menselijke kennis en wijsheid en creativiteit, het is allemaal geleend, in bruikleen gegeven, om er naar eer en geweten mee om te gaan. ‘Rentmeesterschap’ wordt dat door gelovige mensen genoemd. Welbewust omgaan met medemensen, met de dieren, de gewassen, de bodemschatten, de aardbodem, de zeeën, de lucht, en zelfs de ruimte, het heelal, al wat er is. De mensheid bewijst God en de gehele schepping een dienst door zorgvuldig te zijn met het leven. God zal er ongelofelijk blij mee zijn!

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren