John Wycliff (1330-1384) • Bijbelvertaler

John Wycliff

Over de naam van John Wycliff (ca 1330-1384) is geen eenduidigheid. Zijn achternaam wordt gespeld als Wycliffe, Wycliff, Wyclif, Wicliffe of Wiclif. Wycliff zoals wij hem hier zullen noemen werd geboren rond 1330 in het Engelse Yorkshire, en overleed op 31 december 1384 in Lutterworth, in het district Leicestershire. Wycliff was een Engelse theoloog en filosoof, Wycliff was een Bijbelvertaler van het Latijn in de Engelse taal en kerkhervormer, als voorloper van kerkhervormer Jan Hus en reformator Maarten Luther.

Oxford

Van Wycliffe’s jeugd en zijn afkomst is relatief weinig bekend. Wel is algemeen bekend dat hij is gaan studeren in Oxford, waarbij verschillende instituten worden genoemd, te weten Queen’s college, het Merton college en het Balliol college, maar hoe en waar is niet helemaal zeker. In 1360 ontvangt Wycliff een aanstelling aan het Balliol college, om een jaar later in 1361 deze benoeming neer te leggen om vicaris te worden in Fillingham, een hoog aangeschreven kerkelijk instituut.

Canterbury Hall

Kort daarna kwam Wycliff aan het hoofd te staan van Canterbury Hall, een leefgemeenschap voor pastoraal en geestelijk werkenden. Ondanks dat Wycliff woonachtig bleef in Fillingham en dus geen kost en inwoning genoot in Canterbury besloot het college van Oxford een ‘toelage’ voor hem aan te vragen. Het verhaal gaat dat Wycliff genoegen nam met de kost en inwoning die hij in Fillingham genoot, en geen uitzonderingspositie wilde. Van mening dat een gelijke behandeling van alle geestelijken wenselijker is. Desondanks bleef Wycliff wel wonen in Fillingham.

Godgeleerdheid

In het jaar 1363 en in 1368 verleende de bisschop van Lincoln hem toestemming om zijn woonplaats in Fillingham te verlaten om wederom in Oxford te gaan studeren. In 1368 verruilde Wycliff Fillingham voor voor Ludgershall, een parochie dichter gelegen bij de universiteit van Oxford. Rond 1369 werd Wycliff bachelor in de godgeleerdheid en in 1372 doctor in de godgeleerdheid.

Politieke interesse

Op 7 april 1374 benoemde koning Edward III van Engeland John Wycliffe tot pastor van Lutterworth in plaats van Ludgershall. Deze zin klinkt wellicht opmerkelijk maar was tekenend voor de verstrengeling van kerkelijk en wereldlijk gezag. In deze perioden wordt bij Wycliff als zijnde theoloog interesse voor de politiek gewekt. Waarbij Wycliff als gedeputeerde namens het vorstenhuis en de kerk van Engeland de belangen behartigden in conclaaf met het kerkelijke gezag van Rome. Over onderwerpen als kerkelijke belastingen en de kerkelijke benoeming. Dat politiek en diplomatie hierin een rol speelde was wel duidelijk. Waarbij Wycliff dus sprak namens de koning en namens de kerk.

Theologische benadering

Waarbij ook Wycliff het spanningsveld zal hebben ervaren tussen de heiligheid en vroomheid van de kerk, als verkondigend en bemiddelend instituut tussen God en mensen, door middel van priesters, naast de adel en de koningshuizen met regerende koningen en hertogen. Wycliff hield zich bezig met de vraag hoe het kerkelijke gezag en het wereldlijke gezag zich verhielden tot de Bijbel. John Wycliff was er enerzijds van doordrongen dat zowel het geestelijke gezag als het wereldse gezag rechtvaardig diende te zijn. Maar wie heeft nu wie te corrigeren bij onrecht? Op welke grond kan ‘de kerk’ de wereldse overheid aanspreken? En wat als de koningen en hertogen de bisschoppen en priesters aanspreken, kan dat en mag dat?

Evangelische armoede

Wycliff zei (bij deze in mijn eigen bewoording) dat de geestelijkheid zich niets moest verbeelden. Dat ook de kerk behept is met onrecht, met zonde, met belangenverstrengelingen, met praktijken die geen Bijbelse maar wereldse gronden hebben. Reden waarom John Wycliff stelde dat de kerk zou moeten terugkeren naar eenvoud van de evangeliën. Waar Jezus’ leerlingen geroepen werden achter te laten in de navolging van Hem. Door Wycliff de armoede van het Evangelie genoemd. De kerk zou zich niet in weelde maar in armoede dienen te wentelen.

Afdracht van macht en rijkdom

Tegelijk veronderstelde Wycliff daarbij dat de geestelijkheid er goed aan zou doen de kerkelijke rijkdommen ten goede te laten komen aan de koning, die de rijkdommen dan weer rechtvaardig ten goede zou laten komen aan het land en aan volk. Het zal niet verbazen dat de adel en het koningshuis deze idealen van Wycliff van harte onderschreven. Ware het niet dat de praktijk weerbarstig is, zoals ook John Wycliff moest onderkennen. Het duurde niet lang of de edelen gingen de geestelijken opdragen dat het volk belastingen dienden te betalen aan de kerk. Waarbij de kerk deze vervolgens weer af diende te dragen aan de adel. Waarop John Wycliff in ging zien dat de geestelijkheid zich verre zou moeten gaan houden van macht en rijkdom. Alleen op die grond zou de kerk nog recht van spreken hebben jegens vorsten en edelen.

Geleerdheid en geletterdheid

In de veertiende eeuw behoorde het kunnen lezen en schrijven toe aan wie dat geleerd hadden. En dat waren per definitie de welgestelden. Zoals zij die behoorden tot de adel, tot de geestelijken, de succesvolle handelaren. Velen die leefden van de landbouw, de veeteelt en de handenarbeid zullen daarin beperkt zijn geweest vanwege geen of nauwelijks scholing. Wie echter in de gelegenheid werden gesteld om te studeren leerden lezen en schrijven en spreken in het Latijn. Dat was de taal van de geletterden. Waarmee er een scheidslijn door de samenleving werd getrokken. Wie het het Latijn wel begreep en wie niet.

Vulgata

Tot degenen die het Latijn eigen waren behoorden ook de geestelijken. Zij lazen en bestudeerden de Bijbel in het Latijn. Lazen de Bijbel ook aan ongeletterden voor in het Latijn. De ongeletterden vatten de Schriftlezingen op als hemelse klanken. Te verheven, daar kun je niet bij, om het met Psalm 139 te zeggen. Er werd gelezen uit de Vulgata, in het Latijn, de taal van de geleerden.

Vulgata

De kerkvader Hiëronymus maakte in de vierde eeuw na Christus een Latijnse vertaling van de hele Bijbel. Hiëronymus vertaalde de boeken van het Oude Testament uit het Hebreeuws en de boeken van het Nieuwe Testament uit het Grieks. Hij vertaalde ook een aantal boeken (uit het Grieks) die later als ‘deuterocanoniek’ bekend werden. De Vulgata werd de gezaghebbende tekst van de Bijbel van de westerse kerk.

Bijbelgetrouwheid

Uit het bovenstaande blijkt dat John Wycliffe als geestelijke en als theoloog ook tot de geleerden, de geletterden behoorde. En dus ook de Bijbel las in het Latijn. Waarbij Wycliff tot meerdere belangrijke inzichten kwam. Het ene inzicht was dat wat de geestelijkheid aan de samenleving leerde, zowel aan de adel als aan de leken, dat tal van opvattingen niet Bijbels gefundeerd waren, dat er ‘kerkregels’ en ‘leefregels’ en ‘leefregels’ waren die ook indruisten tegen Bijbelse woorden, of doe Bijbelteksten uit hun verband haalden.

Gezag van het Woord

Vandaar uit trok Wycliff de conclusie, dat de verkondiging van de kerk slechts getoetst kon worden aan de hand van de Bijbel, wanneer het Woord als gezaghebbend beschouwd zou gaan worden. Gezaghebbend voor zowel de kerk als voor de overheid. De richtlijn voor zowel de adel en door de geestelijkheid. Zoals verwoord in Psalm 119, ‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’. Met andere woorden, dat de regenten van de kerk en haar invloed en regeringen van het land zich zouden laten leiden door de Schrift. Geestelijken en regeerders kunnen falen en invulling geven naar menselijke inzichten en maatstaven. Laat daar de Bijbel de toetssteen en leidraad toe zijn, aldus Wycliff.

Bijbelse opdracht

De tweede in de zienswijze van Wycliff was dat de Bijbel verstaanbaar en leesbaar diende te zijn voor zoveel mogelijk, het liefst alle mensen uit alle lagen van de bevolking. Ingegeven door de Bijbelse boodschap van de evangelieverkondiging zoals bijvoorbeeld de slotverzen van het Evangelie naar Matteüs, waar Jezus zijn leerlingen uitzendt en opdraagt ‘Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen’. Met daarop volgend het Bijbelboek Handelingen vrijwel geheel in het teken staat van de evangelieverspreiding, beginnende bij Jezus’ Hemelvaart, gevolgd door de uitstorting van de Heilige Geest, en uitlopend op deze woorden:

Handelingen 28:30&31

‘U moet dan ook weten dat God deze boodschap van redding al aan de andere volken bekendgemaakt heeft; zij zullen wel luisteren.’ Paulus verbleef twee jaar in het huis dat hij gehuurd had en ontving daar iedereen die naar hem toe kwam. Hij verkondigde het koninkrijk van God en onderrichtte vrijmoedig over de Heer Jezus Christus, zonder dat hem iets in de weg werd gelegd.

Bijbels gefundeerd

Dat was de Bijbelse reden waarom John Wycliff benadrukte dat de Bijbel in verstaanbare en begrijpelijke taal verkondigd en gelezen moest gaan worden. Maar de andere reden was dus die van de toetsing in volle breedte. De geloofsbelijdenis, de geloofsleer, verkondiging, de richtlijnen vanuit en de gebruiken, de liturgie, de gebeden, de liederen, de richtlijnen waarvan de kerk zich bedient, zijn deze Bijbels, zijn deze gebaseerd en voortgekomen op het gezaghebbende Woord van God. Wycliff stond erop dat de verkondiging en de leer van de kerk Bijbels gestoeld en onderbouwd diende te zijn. En niet ‘Wiens brood men eet, diens woord men spreekt’.

Niet in dank afgenomen

Het laat zich raden dat Wycliffe visie niet door iedereen in dank werd aanvaard. Priesters en edelen werden daarmee aan het Woord gebonden. De kerk niet langer een verlengstuk van de vorstenhuizen, en ook niet andersom. Meermalen moest Wycliff zich dan ook verantwoorden. Hij werd bedreigd, verbannen, er werd een doodvonnis over hem uitgesproken. Maar tot een terechtstelling is het niet gekomen.

Vertaalwerk door eenvoudige predikers

Van augustus 1380 tot de zomer van 1381 heeft Wycliffe zich, verbonden aan Queen’s College teruggetrokken, om zijn plannen voor een Engelse Bijbelvertaling uit te werken. Wycliff kwam daarbij tot het besef om het vertaalwerk te laten verrichten door eenvoudig opgeleide predikers. Zij zouden meer in staat zijn om de Bijbel in gewone taal te verworden dan hijzelf, zo beredeneerde Wycliff. Wel zou hijzelf daarbij het overzicht behouden. Onder leiding van Wycliff werden er uiteindelijk twee vertalingen gemaakt. De eerste vertaling was dus een letterlijke vertaling vanuit het Latijn. De volgende vertaling was gericht op een logische zinsopbouw.

Vulgata als bron

Halverwege het jaar 1381 werd onder leiding van John Wycliff concreet begonnen aan een vertaling van de Vulgata in het Latijn naar het Engels, op een zo betrouwbaar mogelijke wijze, woord voor woord. Waarbij Wycliff de Vulgata liet benaderen als het gezaghebbende Woord van God. Maar dit resulteerde aanvankelijk nog altijd in een moeilijk leesbare en begrijpbare vorm. Want wanneer met alle respect een Latijnse tekst woord voor woord letterlijk vertaald wordt, zonder de zinsopbouw en woordvolgorde te veranderen, dan kunnen er zinsdelen achterstevoren komen te staan, anders dan in de gangbare spreektaal. Ook het ontbreken van lidwoorden (de, het, een) en voegwoorden (dus, want, tenzij, omdat, zodat bijvoorbeeld) kunnen teksten onlogisch maken.

Synoniemen en homoniemen

Waarna er opnieuw onder leiding van John Wycliff begonnen werd met een vertaling van de Vulgata en de inmiddels voorhanden zijnde Engelse vertaling, maar nu met aangepaste richtlijnen om te komen tot een verantwoorde Bijbelvertaling. Zo letterlijk mogelijk vertaald in goed lopende zinnen, met woorden en zinnen naar de betekenis van de Latijnse woorden.

Vragen bij het vertaalwerk

En ook dat was een uitdaging, want hoe interpreteer je een woord of een zin, wanneer woorden voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Of wanneer er meerdere Engelse woorden beschikbaar zijn voor dat ene Latijnse woord. Denkend aan synoniemen en homoniemen, woorden met meerdere betekenissen of andersom, een betekenis verschillend te verwoorden. Daarbij zijn er Bijbelse spreekwoorden en gezegden, zoals in het Bijbelboek Spreuken, die letterlijk vertaald anders over kunnen gaan komen dan bedoeld.

Literaire benaderingen

Of de woorden die in de brontekst op rijm staan, of in een zeker ritme. Zo zijn er Psalmen die in het Hebreeuws op Alfabetische volgorde staan. Waarmee bij het vertalen veel moois verloren zou kunnen gaan. Maar vertalingen kunnen ook de diepere betekenissen verloren laten gaan. Bijvoorbeeld wanneer woorden uit het Nieuwe Testament verwijzingen zijn naar teksten in het Oude Testament. Wanneer woorden verschillend worden vertaald, dan vallen daarmee de verwijzingen op het eerste gehoor weg. Wycliff maakte zich sterk voor verantwoorde vertalingen van de Bijbel.

John Wycliff, 1330-1384

Rond het jaar 1388 was het vertaalwerk van deze Engelse herziene Bijbelvertaling gereed. Maar het verhaal gaat dat Wycliffe dit niet meer met eigen ogen heeft kunnen lezen. Op 31 december 1384 is John Wycliff overleden als gevolg van een natuurlijke doodsoorzaak, vermoedelijk aan een beroerte. Zijn nalatenschap is er niet minder om.

BRONNEN:

www.britannica.com

www.wycliff.nl

 

Geef een antwoord

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Abonneren